History of the Amsterdam Pipe Museum

Author:
Benedict Goes

Original Title:
De geschiedenis van het Pijpenkabinet

Publication Year:
2010

Publisher:
Stichting Pijpenkabinet

Algemeen

10-musea-2009-pijpenkabinet-gang
Gang Prinsengracht 488 in Amsterdam.

In 1994 werd het ingrijpende besluit genomen tot verhuizing naar Amsterdam als beste locatie voor een gespecialiseerd pijpenmuseum. Een geschikt pand werd gevonden aan een van de hoofdgrachten in het centrum. Na ruim driehonderd jaar was het grachtenhuis toe aan een grondige restauratie. Het resultaat daarvan was verbluffend: het interieur straalde weer allure en geschiedenis uit. Marmer in de gang werd hersteld, stucwerk van wanden en plafonds secuur gerestaureerd, een origineel balkenplafond teruggebracht in ossenbloedrode kleur, antieke eiken parketvloeren opnieuw gelegd.

Zo ontstond een dubbele attractie: een opengesteld grachtenhuis met een unieke collectie, samengebracht als een waar collector's cabinet. De smaakvol bij het huis passende meubels als kabinetten, Venetiaanse kroon, staand horloge, versterken de sfeer van het huis. De charme van het museum is ook de persoonlijke ontvangst want iedere bezoeker wordt persoonlijk rondgeleid. De verzameldoelstelling was inmiddels uitgebreid naar pijpen van alle materialen, inclusief het niet specifiek Nederlandse meerschuim en hout, aangevuld met etnografische voorbeelden.

Voor het functioneren van het Pijpenkabinet was het een grote vooruitgang dat het souterrain als winkel kon worden benut, aanvankelijk onder de naam Smokiana pipeshop. Met een eigen ingang en een etalageraam aan de straat kon de winkel ook separaat functioneren en zelfs ruimere openingstijden hanteren dan het museum. Door deze vorm van cultureel ondernemerschap liep het Pijpenkabinet ver voor op de meeste musea, waardoor de museumwereld soms met een scheef oog en enig wantrouwen naar de winkelfunctie keek. Toch bleek dit de juiste formule, mede door toevoeging van een verkoopassortiment van moderne rookpijpen. Dit bracht niet alleen een toeloop van pijprokers teweeg, maar bleek in toenemende mate in een behoefte te voorzien naarmate de pijpen verdwenen uit de algemene tabakswinkels .

Expositie in Amsterdam

11-pijpenkabinet-voorkamer
Voorkamer Prinsengracht 488.

Zoals de vaste opstelling van de collectie in de Regentenkamer in Leiden, is ook in Amsterdam de pijpenverzameling ingepast in een historisch interieur. Het expositieoppervlak is echter ruim groter, met een verveelvoudigd aantal vitrines Dat was ook nodig om de sterk gegroeide collectie in volle breedte te kunnen tonen. Gekozen werd voor een thematische expositie en niet voor een educatieve omdat het pand daarvoor te klein was. Dankzij een geschikte inrichting konden meer dan tweeduizend objecten een plaats krijgen in de permanente expositie.

Voor de grote zaal werd een dubbele vitrinewand ontworpen, afgewerkt in celadongroen. Achter tien forse vitrineruiten is steeds een belangrijk aspect of cultuurgebied van het pijproken te zien. Tot de thema’s behoren precolumbiaans Amerika, de Nederlandse rookcultuur inclusief accessoires uit de rijke achttiende eeuw, vroege meerschuimpijpen, porseleinen figuurpijpen, waterpijpen en ceremoniële pijpen uit Kameroen. Centraal in de ruimte biedt een tafel met twaalf leren stoelen plaats aan groepjes bezoekers op afspraak. Ontspannen met een kopje koffie of thee krijgen geïnteresseerden uitleg over de collectie. Ook kringen van pijprokers maken van deze faciliteit gebruik en kunnen er hun pijp opsteken.

In de voorkamer bevat een fraai achttiende-eeuws kabinet de meest verwonderlijke curiositeiten op rookgebied: kunstig gemaakte pijpen van glas, hertshoorn, schelp, agaat om wat onverwachte materialen te noemen. In deze kamer aan de gracht zijn ook ruim honderd handbeschilderde Duitse porseleinen pijpenkoppen te zien. Ingebouwde vitrines in de gang en op de overloop tonen de deelcollecties Chinese opiumpijpen en tabakspijpen uit het Verre Oosten. De serre met zicht op de binnenplaats is gereserveerd voor de handgemaakte pijpen uit Kameroen, Ghana en Ivoorkust. In een apart vertrek in het achterhuis zijn vier vitrines gewijd aan de kleipijp, zowel de archeologische vondsten als de negentiende-eeuwse pijpen met hun vermakelijke vormgeving. In dit vertrek herleeft de Leidse sfeer van superspecialisatie.

Verzamelen in Amsterdam

12-musea-2009-pijpenkabinet-zaal
De zaal van het Pijpenkabinet.

In de Leidse periode was het verzamelgebied weliswaar internationaal maar nog altijd gericht op ceramiek. Vanaf de verhuizing naar Amsterdam in 1995 vond uitbreiding van het verzamelgebied plaats: rookpijpen uit alle culturen van alle materialen vervaardigd. De inhaalslag op dit gebied was mogelijk omdat er in die periode veel particuliere verzamelingen en museumcollecties op de markt kwamen. Wanneer particulieren een verzameling aanbieden, willen zij graag in één koop van alles af. Voor het Pijpenkabinet volgt daarna het proces van selectie, soms met als resultaat dat slechts een beperkt percentage voor het museum behouden blijft, uiteraard het meest interessante deel.

Op veilingen moet ter plekke snel een keuze worden gemaakt, in eerste instantie op kwaliteit en culturele waarde, vervolgens in relatie tot de prijs. Door de gedegen expertise en kennis van de markt is conservator Don Duco in staat deze factoren snel te beoordelen. Met name in de periode 2000-2005 vonden talloze veilingen plaats waardoor het Amsterdamse museum veel materiaal heeft kunnen aankopen; in meerdere gevallen pijpen die al een halve eeuw niet of nauwelijks meer verhandeld waren.

Voor het Pijpenkabinet is de herkomst of pedigree een deel van de culturele waarde van een object. Befaamde collecties raakten zo vertegenwoordigd in het museum, waaronder bedrijfscollecties van Niemeijer, Dunhill, Wills & Co, Austria Tabak en Seita. Daarnaast delen van particuliere verzamelingen die nooit de publiciteit zochten maar in kringen van kenners wel bekend waren. De presentatie over Verzamelaars en hun passie op deze website vertelt meer over de bronnen waar de collectie van het Pijpenkabinet uit heeft geput.

Door opheffing van talloze museale collecties, ook in Nederland (Utrecht, Kampen, Gouda), lijkt het erop dat het Pijpenkabinet alleen staat als hoeder van het erfgoed van de pijp. Tegelijkertijd kan geconstateerd worden dat de collectie Pijpenkabinet in kwaliteit zodanig is verbeterd dat zij op Europese schaal tot de top behoort. De combinatie van collectie en documentatie is binnen het thema pijpen en tabak volstrekt uniek. De collega-musea zijn louter gericht op publieksbezoek, maar verrichten geen onderzoek en hebben vaak zelfs niet eens een inventaris.

Onderzoeksfunctie

13-lit-kaft-2331
Een van de tallloze publicaties.

Met de uitbreiding van het verzamelgebied volgde logischerwijs ook verbreding van het onderzoek. Het Pijpenkabinet bracht vanaf 2000 haar nieuwe expertise vooral naar buiten in artikelen op het web. Zo verschenen publicaties over een waaier van onderwerpen zoals Ashanti-pijpen, de iconografie van tabaksverpakkingen, systeempijpen, de lonen in de pijpmakerij, maïskolfpijpen en de meerschuimpijp.

Een grote stap buiten het traditionele onderzoeksgebied was de uitgave van het boek Opium & opiumschuiven, een bronnenboek naar aanleiding van hernieuwde studie in eigen collectie. De basis voor het collectieonderdeel opium werd in 1994 gelegd tijdens een sabbatical van Don Duco in Zuidoost-Azië. De toevoeging aan de museumbibliotheek van vele tientallen boeken uit de nalatenschap van Boudewijn Büch gaf een extra impuls aan de gebruikte bronnen.

Het archeologisch onderzoek kreeg een forse stimulans door het Verdrag van Malta dat onderzoek en publicatie verplicht stelde. Het aantal opgravingen steeg explosief, net als de behoefte aan specialistisch materiaalonderzoek. Duizenden pijpen kreeg het Pijpenkabinet voorgelegd, waarbij onze expertise niet beperkt bleef tot het determineren naar ouderdom en herkomst, maar vooral gelegen was in de gefundeerde interpretatie van gebruik en maatschappelijke positie van de pijp in de betreffende tijd en sociale laag.

Het traditionele onderzoek naar de kleipijp werd als vanouds voortgezet met als resultaat een grensverleggend boek over de Europese ontwikkeling van het design van de kleipijp in de negentiende eeuw getiteld Century of Change, nabloei en verval van de Europese kleipijp. Ook het meerjarige project rond de historie van de pijpen- en aardewerkfabriek Goedewaagen vond zijn voltooiing in drie delen: de familiegeschiedenis, de pijpenbranche en de bedrijfs- en productgeschiedenis. De laatste vestigde Duco's naam in de kring van keramiekkenners.

Ten slotte was er de vernieuwde en sterk uitgebreide versie van het merkenboek met als titel Merken en merkenrecht van de pijpenmakers in Gouda. Dit lijvige boekwerk is de kroon op het werk van Duco, een standaardwerk dat na ruim twintig jaar aanvullend onderzoek gerealiseerd kon worden mede door automatisering van de enorme gegevensbestanden van makers en merken die sinds 1969 verzameld en verwerkt waren.

Publieksactiviteiten

In de 21ste eeuw is de website verreweg de belangrijkste publieksservice gebleken. Opgezet vanaf 2000 groeide de website van het Pijpenkabinet in tien jaar tijd uit tot een omvangrijke informatiebron van honderden pagina's en meer dan 2000 illustraties. In lijn met het wereldwijde web is de website altijd volledig tweetalig geweest. Toch bleef de informatie vrij plat in die zin dat het een aaneenschakeling was van digitale folders, brochures, artikelen en plaatjes met een praatje. Bezoekcijfers toenemend tot ruim 50.000 per jaar bewezen de behoefte aan informatie over de cultuur van het pijproken. De elektronische Nieuwsbrief Pijpenkabinet vormde ter ondersteuning het communicatiemiddel naar de doelgroep.

In 2004 bleek het Nederlands Openlucht Museum in Arnhem geïnteresseerd om voor een periode van tien jaar een zaal met pijpen in te richten in het zogenaamde Spaarstation Dingenliefde. Te midden van tweehonderd bijzondere pijpen uit het Amsterdamse museum kan de bezoeker comfortabel gezeten een film bekijken waarop de conservator over de opmerkelijke achtergronden van enkele bijzondere stukken vertelt. Daarmee werd een dependance aan de andere kant van het land gerealiseerd.

Het initiatief van het Pijpenkabinet om een gezamenlijke folder uit te brengen met alle musea voor pijpen en tabak in Nederland werd enthousiast ontvangen. Het was de eerste vorm van samenwerking waarbij door collegiale verwijzing het bezoek aan de Nederlandse pijpen- en tabakscollecties gestimuleerd werd. Na enkele jaren volgde echter de definitieve sluiting van drie van de negen musea waardoor het concept verwaterde. Dit bleek een symptomatisch verschijnsel dat ook in het buitenland herkenbaar was: de cultuur van het roken was niet langer gewenst.

Onverwacht liep het museumbezoek in de Amsterdamse fase achter op de verwachtingen. Groepsbezoek van Nederlandse doelgroepen, van rokersclubs tot huisvrouwen, was substantieel naast de gemotiveerde buitenlandse toerist. Doch naarmate de discussie rond het rookverbod heftiger en ongenuanceerder werd, liep het museumbezoek terug. Het Pijpenkabinet heeft daarop gereageerd door de publiciteit tijdelijk niet op te zoeken en achter de schermen aan collectie en onderzoek te werken.

Om in te spelen op het maatschappelijk gegeven dat pijprokers uit het straatbeeld verdwijnen, heeft het Pijpenkabinet twee initiatieven ontplooid. Met een cursus pijproken wordt maandelijks een groep beginnende en aspirant pijprokers ingewijd in de kneepjes van het pijproken. Deze unieke service blijkt in een behoefte te voorzien, vooral onder jongeren tot 35 jaar. Verder volgde in 2000 de oprichting van het Amsterdams Pijprokers Genootschap. Door het sociale en culturele aspect van het pijproken zichtbaar te maken, werd het verschil tussen sigarettenverslaving en genietend roken van een pijp uitgedragen.