De Jong's pijpen- en aardewerkfabriek in Gouda

Auteur:
Don Duco

Jaar van uitgave:
1995

Uitgever:
Stichting Pijpenkabinet

Beschrijving:
Historisch overzicht van de pijpen- en aardewerkfabriek De Jong & Co. in Gouda van de stichting tot de sluiting, met bespreking van het assortiment pijpen en aanverwante artikelen.

De start van een loopbaan

In 1903 kwam Frank de Jong als vijftienjarige jongen bij de Firma P. Goedewaagen & Zoon in Gouda in dienst.[1] Een doodgewone jongen die voor het pijpenmakersvak koos zoals zovele Gouwenaars voor hem ook hadden gedaan, maar weinig van zijn leeftijdgenoten nog deden. Het pijpenmaken was niet meer zo populair. Het aanzien van het product ging achteruit en het werkvolk vergrijsde. Frank ontpopte zich al gauw als een vaardige handwerksman (afb. 1). Zijn opleiding kreeg hij in de fabriek aan de Raam, waar in die tijd nog enkele tientallen kasters en tremsters werkzaam waren. Een fabriek met donkere, slecht geventileerde ruimtes gevuld met een bedompte lucht. Tegen de tijd dat hij een volwaardig meester-pijpenmaker was, voltrok zich een wonder: de fabriek verhuisde naar een nieuw gebouw aan de Nieuwe Vaart even buiten de stad. Daar was het werkklimaat stukken beter want de fabriek was licht en ruim omdat deze speciaal als pijpenfabriek ontworpen was. De overzichtelijke werkruimten stimuleerden ongetwijfeld ook het personeel en hun werkprestatie. De Jong kreeg al gauw de naam een vaardig kaster te zijn, maar werd ook als een energieke werkman gezien.

01-00.235b  arch-foto-goedewaagen-kasterswinkel-01
Afb. 1a. APM 235b
01-00.235b  arch-foto-goedewaagen-kasterswinkel-05
Afb. 1b. APM 235b

Toch had Frank de Jong hogere idealen. Hij wilde niet een leven slijten als pijpenmaker op stukloon. Directeur Aart Goedewaagen herkende zijn aspiraties en bood hem na enige jaren trouwe dienst de gelegenheid het toezicht op de kasterij te gaan houden. De Jong werd voorman en ontving zijn loon niet langer per gros maar kreeg een vast salaris. In zijn nieuwe functie controleerde hij de productie, hield zich bezig met de grossentellerij en zorgde voor het algemene toezicht op die afdeling. Bij zijn baan als opzichter hoorden allerlei verplichtingen, die hij veerkrachtig op zich nam.[2]

Directeur Aart Goedewaagen was een van de laatste volledig geschoolde pijpenmakers, een man van de oude stempel. Niet alleen het ambacht zelf beheerste hij, ook de techniek van het vormmaken. Daarvoor was hij zelfs een jaar in Luik in de leer geweest. Tegen het eind van de Eerste Wereldoorlog was het tijd geworden deze vakkennis op een nieuwe generatie over het dragen om het onderhoud van het gereedschap voor de toekomst veilig te stellen. Frank de Jong was een pientere en handige jongen die bovendien – anders dan de meeste werknemers – wel enige verantwoordelijkheid aan kon. Voor de directie van het bedrijf was er dus alle reden om De Jong een opleiding als vormmaker aan te bieden. Op welke wijze De Jong deze scholing kreeg is onduidelijk, vermoedelijk was Aart Goedewaagen zijn leermeester, bijgestaan door de scheidende vormmaker van het bedrijf.

In januari 1917 wordt Frank de Jong officieel als vormmaker bij Goedewaagen aangesteld, hij is dan nog net geen dertig jaar oud. Als salaris genoot hij het toen forse bedrag van zestien gulden per week.[3] Hij kreeg de sleutel van het vormenhok, de plaats waar bij Goedewaagen het kostbare bestand van persvormen stond opgeslagen. Zijn taak bestond uit het beheer en onderhoud van de koperen persvormen, op dat moment zo’n duizend stuks. In een speciale kleine werkplaats ingericht voor dit werk hield De Jong zich bezig met het slijpen en aanscherpen van de vormnaden, het verstellen van sluit- en stuurpennen en meer technische zaken. Ook het op diameter houden van de stoppers behoorde daartoe.

02-01.131  ger-persvorm-goedewaagen-clown-2
Afb. 2a. APM 1.131
02-01.131  ger-persvorm-goedewaagen-clown-5
Afb. 2b. APM 1.131

In die functie heeft De Jong zich ook met het maken van nieuwe persvormen beziggehouden. Bij het ontwerpen steunde hij op de honderden loodmodellen die al in de fabriek aanwezig waren. Het gietwerk van de ruwe vorm werd door een kopergieterij in Schiedam verricht en wanneer de gietlingen in Gouda aankwamen werden deze in het eigen bedrijf afgewerkt. Dan verwijderde men de gietgallen en werd het messing spiegelglad afgewerkt. Vervolgens werden de sluitpennen in de nokken aangebracht en de stuurpennen in de kroon, een secuur werkje. Wanneer er versieringen in de vorm moesten komen werd daarvoor de Goudse zilversmid De Vooys aangesproken.

Een bijzondere persvorm die door Frank de Jong is gemaakt is model 400 van Goedewaagen, beter bekend onder de naam Clownshag met hoogen hoed (afb. 2).[4] Het gaat om een klein en kort pijpje als soort ook wel ijspijp genoemd omdat dergelijk curiosagoed in de winter op het ijs aan schaatsers werd verkocht. Uiteraard nam De Jong alleen het technische werk voor zijn rekening, de verdienste van het ontwerp is van een andere persoon afkomstig wiens naam helaas niet is overgeleverd.

03-frank-de-jong-bruidegomspijp
Afb. 3. APM documentatie

Frank de Jong stond bij Goedewaagen bekend als een gedienstig en rechtschapen man, alhoewel streng voor de werklieden aan wie hij leiding gaf.[5] Qua positie bevond hij zich tussen de directeur, die op de werkvloer meneer Aart werd genoemd en de stukloonwerkers. Een situatie die niet altijd tot vriendschappelijke contacten met het werkvolk zal hebben geleid, zeker niet omdat zijn positie beloond werd met een ruim salaris.[6] In de loop van de jaren slankte het aantal pijpenmakers bij Goedewaagen af en kreeg De Jong ook het toezicht op de zogenaamde vrouwenwinkel waar tremsters en glaasters werkten. In feite valt dan de hele productie van traditionele pijpen onder zijn leiding, het stookproces uitgezonderd. Wanneer in 1931 een brochure over de NV Goedewaagen verschijnt staat Frank de Jong daarin pontificaal afgebeeld met de trots van de pijpenfabriek in zijn handen: de meterpijp of bruidegomspijp (afb. 3), een product dat toen overigens al niet meer werd gemaakt.[7]

De stap naar zelfstandigheid

Ondanks zijn succesvolle carrière leefde in Frank de Jong de lok naar zelfstandigheid. Zo onderhield hij nauwe contacten met de laatste kleine pijpenmakerijen, de bedrijven van Nico van Duyn van Velzen en Van den Broek. De omgang met deze kleine zelfstandigen was soms een doorn in het oog van zijn fabriekscollega’s waarvan niet iedereen hem mocht. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een anoniem briefje dat op een dag bij de directie van Goedewaagen werd bezorgd.[8] Daarin lezen we: "M., Frank de Jong wil zeker ook voor zijn eigen beginnen, ten minste hij kwam vrijdagavond half elf nog bij Van den Broek op de Raam uit huis, die twee knoeien wel wat". Een laffe klikpartij, nu voor de eeuwigheid in het archief van de firma Goedewaagen opgeborgen.

Dat deze aantijging een grond van waarheid bevatte, blijkt enkele jaren later. In 1934 staat bij Frank de Jong zijn besluit vast: hij neemt zijn ontslag en start een eigen bedrijf. De Jong is dan 45 jaar. De stap naar de zelfstandigheid is weloverwogen gekozen: het moment waarop zijn kinderen groot genoeg zijn om in een eigen bedrijf te gaan assisteren. Gelijktijdig was zijn verantwoordelijkheid voor het kostwinnerschap afgenomen, zodat het risico op een financieel debacle niet op zijn gezin zou drukken. Het nieuwe bedrijf krijgt de naam De Jong’s Pijpen maar heet officieel Firma De Jong & Co. Met de toevoeging Co. wordt waarschijnlijk het support van de reeds gemelde Van den Broek bedoeld, die al in de aantijging van 1927 voorkwam. Het bedrijf wordt gevestigd op de Gouwe nummer 192.[9]

Over de omvang van de werkplaats en het personeel in die eerste periode is weinig bekend. De zoon van De Jong herinnerde zich in 1977 nog enkele namen: Jac de Jong, Gerrit de Bruin en Steven Meijer als kasters ofwel pijpenmakers. Daarnaast was Trui de Jong als tremster werkzaam. Duidelijk blijkt dat het om een familiebedrijf gaat, terwijl aanvullende werkkrachten ongetwijfeld uit de twee gevestigde fabrieken werden geronseld. Aangezien er in de beste jaren zo’n zeven personen werkten, is de aanduiding fabriek wat overtrokken al is ook geen sprake van een eenmanszaak.

04-00.028-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-molen-1
Afb. 4a. APM 28
04-00.028-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-molen-6
Afb. 4b. APM 28
04-00.028-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-molen-7
Afb. 4c. APM 28

Het assortiment pijpen uit die beginperiode is redelijk bekend. Dat kennen we namelijk van het gereedschap dat zich later nog in de fabriek bevond en dat grotendeels uit de inventaris van de firma Goedewaagen afkomstig was. De persvormen waren door De Jong hoogst persoonlijk uit het vormenbestand van Goedewaagen geselecteerd, vermoedelijk zonder medeweten van de directie. Een fabrikant leidt nu eenmaal niet graag zijn concurrenten op om ze bij zelfstandigheid als bruidsschat nog gereedschap mee te geven. Bovendien, op de finale afrekening van De Jong zijn loon in 1934 wordt over eventueel overgenomen gereedschap niets vermeld.[10]

Wat De Jong uit het vormenbestand van Goedewaagen koos en vermoedelijk onwederrechtelijk meenam ligt in de lijn der verwachting: persvormen voor veelgevraagde pijpen: bekers, doetels, ovale modellen en een enkele kromkop. Daarnaast waren ook een paar meer opvallende modellen uit het assortiment geselecteerd, zoals een mandje. Dit gereedschap werd aangevuld met de persvormen waarover Van den Broek beschikte, die tot op dat moment zelfstandig was geweest en al eerder bij liquiderende bedrijven wat gereedschap had opgekocht. Tezamen kwamen zij tot een aardig compleet assortiment waarin de meeste dan gangbare rookpijpen met een voorbeeld vertegenwoordigd waren. Omdat de vormen uit de fabriek van Goedewaagen aan de buitenzijde van ingeslagen modelnummers waren voorzien, werden deze uit de vormkast weggeslepen in de hoop dat een bewijs van de herkomst onduidelijk zou worden.

05-21.642  varia-de-jong-pijpenetiketten-2
Afb. 5a. APM 21.642
05-21.642  varia-de-jong-pijpenetiketten-3
Afb. 5b. APM 21.642

De nieuwe fabriek gaat zich toeleggen op eenvoudige kleipijpen zowel voor rokers als voor de souvenirhandel. Volgens traditie worden de gangbare rookpijpen dan nog op de onderzijde van de ketel van een merkteken voorzien. Omdat het merken van pijpen nu eenmaal gebruikelijk was, adopteert De Jong een onverwacht en geheel nieuw merkteken. Er wordt gekozen voor een tamelijk onbestemd soort wafelmotief, in het bedrijf zelf de spijkerkop genoemd (afb. 4).[11] Het merk is overigens niet met de kop van een spijker gedrukt, maar met een gangbaar merkstempeltje waarvan het stempelvlak van een ingevijld ruitmotief was voorzien. Uiteraard diende dit merk louter als een algemene referentie aan de kwaliteit van het product. De doelgroep van De Jong bestond uiteindelijk hoofdzakelijk uit rokers met een krappe beurs en toeristen. De eerste categorie was niet in de gelegenheid om een kwaliteitseis te stellen, de tweede had van de betekenis van het pijpenmerk geen enkel begrip.

Naast het merkteken lanceert men ook een steeletiket dat in die periode nog standaard rond de steel van de kleipijp werd geplakt. Hierin volgt Frank de Jong het succesvolle ontwerp van Goedewaagen na: een blauw etiket met schuins het opschrift “GOUDSCHE PIJP" met in de zwikken de fabrieksnaam en het adres (afb. 5). Wanneer dit etiket op de markt komt, spreekt Aart Goedewaagen hem hierop aan, omdat het onderscheid tussen de twee ontwerpen te gering is. Spoorslags gaat De Jong over op een andere kleurstelling en kiest voor een etiket met een zilveren of gouden fond en een afwijkende kleur blauw. Het opschrift blijft "DE JONG & CO. GOUDSCHE PIJP GOUDA", zodat typografisch gezien overeenkomst met de etiketten van Goedewaagen bleef bestaan.

06-05.088-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-hertekop-1
Afb. 6a. APM 5.088
06-05.088-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-hertekop-4
Afb. 6b. APM 5.088
06-05.088-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-hertekop-5
Afb. 6c. APM 5.088

Naast dit etiket is er nog een tweede bekend waarop "DE ECHTE HERTEKOP PIJP" staat (afb. 6). Dit voor ons wat cryptische opschrift was ontleend aan de dan populaire pijpen die door de pijpenimporteur Vasterman op de markt werden gebracht. Het gaat om bruyèrepijpen die op de steel met een hertenkop compleet met gewei gemerkt zijn. Dit etiket speculeert dus op een naamsbekendheid al bestaat er geen enkele vergelijking met de houten pijpen van de concurrent noch met de uitbeelding van diens merk.

07-06.954  arch-kistetiket-de-jong-5
Afb. 7. APM 6.954

Behalve als productiebedrijf pleegde men ook handel in pijpen. Zo kon men in de lange kleipijpen nauwelijks concurreren met de nog bestaande bedrijven, waarvan de NV Goedewaagen de belangrijkste producent was, gevolgd door de firma P.J. van der Want Azn. Daarom werden de langere pijpen bij die fabrieken besteld en doorverkocht nadat zij van eigen naam of beschildering waren voorzien (vgl. afb. 38). Behalve bij Goedewaagen werden ook pijpen bij Nico van Duijn van Velzen gekocht en ook deze producten werden in eigen bedrijf opgeschilderd. Voor de verzending in dozen was een speciaal etiket in gebruik (afb. 7).

Het assortiment pijpen van De Jong

In de fabriek van De Jong zijn de langste soorten kleipijpen nooit de populairste geweest. Er is slechts één lange pijp in productie met een ovale ketel. Deze pijp wordt alleen als dubbele krul verkocht. Ook bij de halvelange soorten (afb. 8) wordt het merendeel als krulpijp geleverd. Uiteraard heeft dat te maken met het probleem van het rechthouden van de stelen. Enkele meer gangbare tabakspijpen zijn de lange en de korte kantoorpijp (afb. 9), een model dat wij tegenwoordig met doetel aanduiden. Verder de beker met een slankere ketel en een kortere steel (afb. 10). Een ander artikel is de sportpijp (afb 11) die de vorm van een houten pijp heeft. Nauwelijks nog een serieuze pijp is een hielloos model voorzien van een decoratie ontleend aan een gevlochten mand (afb. 12). Deze pijp is eerder een belleblaaspijp dan een serieuze rookpijp en de persvorm was uit de Goedewaagen boedel afkomstig.

08-07.921-gouda-pijpenfabriek-de-jong-gouds-model-1
Afb. 8a. APM 7.921
08-07.921-gouda-pijpenfabriek-de-jong-gouds-model-3
Afb. 8b. APM 7.921

De meest onverwachte pijp uit het assortiment is de Mercuriuspijp, waarbij de ketel de vorm van het hoofd van Mercurius heeft, compleet met vleugelhoed (afb. 13). Het ontwerp voor deze pijp dateert uit de jaren 1870. De productie in een enigszins verzeepte vorm continueerde tot in 1950, voornamelijk als krulpijp. Dit gerudimenteerde gezichtpijpje werd bij De Jong, die van Griekse mythologie geen kaas had gegeten, de Achilleskrul genoemd.

09-05.068-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-1
Afb. 9a. APM 5.068
09-05.068-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-3
Afb. 9b. APM 5.068
 
09-05.087-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-1
Afb. 9c. APM 5.087
09-05.087-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-3
Afb. 9d. APM 5.087
 
10-05.069-gouda-pijpenfabriek-de-jong-dublin-hertekop-1
Afb. 10a. APM 5.069
10-05.069-gouda-pijpenfabriek-de-jong-dublin-hertekop-3
Afb. 10b. APM 5.069

In de jaren die volgen werden door De Jong verschillende nieuwe modellen geïntroduceerd, om het assortiment te completeren. De eerste is het model bekend onder de naam portorico waarvan de ketelvorm is afgekeken van exportpijpen uit het laatst van de negentiende eeuw. De persvorm voor dit product was door de Jong zelf gemaakt en gezien het moment van ontstaan is dit pijpmodel nogal onverwacht (afb. 14)  Deze nieuw gemaakte persvormen kenmerken zich door een wat harder, bronsachtig gietwerk met een iets roodachtige tint. Het gietwerk is door de firma Du Chateau verricht. Van de eigen ontwerpen springt één model er duidelijk uit: een sigarenhouder van het zogenaamde tipmodel (afb. 15). Van de persvorm bleef zelfs een gietling bewaard (afb. 16), een eenvoudige ruwe vorm zonder pennen en nog niet gladgemaakt. Het is een mooi voorbeeld hoe een vorm er uit ziet als deze van de bronsgieter komt. Vaak werden voor een nieuwe persvorm meerdere exemplaren afgegoten. Dat is ook hier kennelijk het geval geweest, want van deze sigarenpijp zijn ook de producten bekend. Dan draagt de pijp een spiraalsgewijs aangebrachte arcering op de zes kanten.

11-05.073a-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sportpijp-beker-1
Afb. 11a. APM 3.825
11-03.825-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sportpijp-beker-2
Afb. 11b. APM 3.825
 
11-09.647-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sportpijp-beker-vlag-2
Afb. 11c. APM 9.647
11-09.647-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sportpijp-beker-vlag-3
Afb. 11d. APM 9.647
 
12-05.084-gouda-pijpenfabriek-de-jong-mandje-1
Afb. 12a. APM 5.084
12-05.084-gouda-pijpenfabriek-de-jong-mandje-3
Afb. 12b. APM 5.084
 
13ac-00.029  klei-de-jong-mercurius-sigaar-05.351
Afb. 13ab. APM 29 APM 5.351 
13-00.029-gouda-pijpenfabriek-de-jong-mercurius-3
Afb. 13c. APM 29 
13-05.351-gouda-pijpenfabriek-de-jong-mercurius-3
Afb. 13d. APM 5.351 
 
14-05.101  ger-persvorm-de-jong-05
Afb. 14a. APM 5.101 
14-05.101  ger-persvorm-de-jong-06
Afb. 14b. APM 5.101 
 
15-00.410a-gouda-pijpenfabriek-de-jong-uitwerper-1
Afb. 15a. APM 410a 
15-00.410b-gouda-pijpenfabriek-de-jong-uitwerper-2
Afb. 15b. APM 410a 
 
16-05.686  ger-persvorm-stiftje-3
Afb. 16a. APM 5.686
16-05.686  ger-persvorm-stiftje-4
Afb. 16b. APM 5.686

Een bijzondere kleipijp uit het assortiment is de goliath, hèt prestigeproduct van de fabriek (afb. 17). Ook dit model kwam in de jaren dertig tot stand en de persvorm was door Frank de Jong zelf gemaakt. Helaas moet worden opgemerkt dat de vormgeving niet echt sterk is, terwijl de afwerking van het oppervlak oneffen is. Het gaat om een korte pijp met een zeer ruime bijna waterhoofdige kromkop ketel, op de steelovergang gemarkeerd door een stevige hiel. De pijp is niet zozeer voor rokers bestemd, daarvoor is de ketel te ruim en het gewicht te groot. Doelgroep is de souvenirmarkt en om die reden zijn de meeste exemplaren kleurig opgeschilderd voordat zij werden verkocht. Dit product kon op verzoek ook met een speciaal opschrift of een bijzondere voorstelling worden geleverd.

17-05.046a-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goliath-1
Afb. 17a. APM 5.046a
17-05.046b-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goliath-1
Afb. 17b. APM 5.046b
17-05.046b-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goliath-3
Afb. 17c. APM 5.046b
 
18-05.085-gouda-pijpenfabriek-de-jong-raob-1
Afb. 18a. APM 5.085
18-05.085-gouda-pijpenfabriek-de-jong-raob-3
Afb. 18b. APM 5.085
19-05.045-gouda-pijpenfabriek-de-jong-raob-3
Afb. 19. APM 5.045

Minder algemeen en in feite ook in de jaren 1930 al verouderd is de RAOB-pijp (afb 18).[12] Net als de Portorico-pijp gaat het om een pijpmodel uit de negentiende eeuw, waarvan de roker de betekenis van de decoratie vermoedelijk niet meer heeft begrepen. Ook bij deze persvorm zien we gebrek aan goed gereedschap. Zo zijn de letters RAOB nogal brokkelig en onvast in het messing aangebracht met als gevolg dat de afdruk onscherp en onvast is. Opnieuw gold hier dat, gegeven de periode van gebruik, perfectie niet langer van belang was. Overigens wordt dit model bij grote aantallen geproduceerd, de gesleten persvorm wordt in de jaren vijftig nog eens drastisch opgehaald waardoor de pijp een fractie groter wordt en het reliëf enigszins verandert (afb. 19).

20-00.357-gouda-pijpenfabriek-de-jong-manchetkop-1
Afb. 20a. APM 7.397
20-00.357-gouda-pijpenfabriek-de-jong-manchetkop-3
Afb. 20b. APM 357
 
21-05.269-gouda-pijpenfabriek-de-jong-manchetkop-landschap-1
Afb. 21a. APM 5.269
21-05.269-gouda-pijpenfabriek-de-jong-manchetkop-landschap-4
Afb. 21b. APM 5.269
22-05.270-gouda-pijpenfabriek-de-jong-manchetkop-landschap-4
Afb. 22. APM 5.270
23-07.397-gouda-pijpenfabriek-de-jong-manchetkop-landschap-4
Afb. 23. APM 7.397

Opvallend is ook een gekaste manchetkop met een billiard ketel en korte steel eindigend in een dunne manchetrand (afb. 20). Opnieuw is de vormprestatie hier onder niveau gebleven: het model is niet alleen onzuiver maar het oppervlak is overal hobbelig en oneffen, terwijl zelfs de manchetrand niet strak is. Duidelijk blijkt het gebrek aan goed vormmakersgereedschap binnen het bedrijf van De Jong, een tamelijk onverwacht gegeven voor een volleerd vormmaker. Deze pijpenkoppen werden vaak afgemonteerd met een houten roer waarvan er in Gouda nog duizenden op voorraad stonden en die vrijwel niets kostten. Zij waren overgebleven uit de Eerste Wereldoorlog, toen roeren van hardrubber niet meer verkrijgbaar waren. In meerdere opzichten is dus sprake van een eenvoudig product zonder enige pretentie, bestemd voor de klant met een smalle portemonnee. Alleen wanneer de pijpen werden opgeschilderd en gelakt zagen zij er nog enigszins acceptabel uit. Dan verdoezelde een Hollands landschapje met molen in Delftse schildertrant het oneffen oppervlak (afb. 21-23).

24-01.418-gouda-pijpenfabriek-de-jong-dubbele-tabakskrul-1
Afb. 24a. APM 1418
24-05.618-gouda-pijpenfabriek-de-jong-tabakskrul-1
Afb. 24b. APM 5.618
 
25-05.090-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sigaretkrul-1
Afb. 25a. APM 5.090
25-05.091-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sigarenkrul-1
Afb. 25b. APM 5.091
 
26-01.100b-gouda-pijpenfabriek-de-jong-miniatuur-krul-1
Afb. 26a. APM 1.100b
26-01.100e-gouda-pijpenfabriek-de-jong-miniatuur-krul-1
Afb. 26b. APM 1.100e
26-01.100h-gouda-pijpenfabriek-de-jong-miniatuur-krul-1
Afb. 26c. APM 1.100h

Een specialiteit van het bedrijf tevens aansluitend op de behoefte van de souvenirmarkt in Gouda is de krulpijp: tabakspijpen waarvan de steel om een houten klosje werd gewonden in een enkele of dubbele knoop. De pijpen bestaan in verschillende formaten: de enkele en de dubbele tabakskrul (afb. 24), de sigarenkrul en de sigarettenkrul (afb. 25) en als kleinste de miniatuurkrul (afb. 26). Veel van deze krullen werden kleurig opgeschilderd en vonden op het ijs hun weg naar de klant. Zij staan daarom ook wel bekend als schaatspijpen of ijspijpen.

27-03.631-gouda-pijpenfabriek-de=jong-bullekopje-1
Afb. 27. APM 3.631
28-02.436bis  varia-doosje-miniatuurtjes-1
Afb. 28a. APM 2.436bis
28-02.436bis  varia-doosje-miniatuurtjes-5
Afb. 28b. APM 2.436bis
 
29-05.360  varia-doosje-miniatuurtjes-1
Afb. 29a. APM 5.360
29-05.360  varia-doosje-miniatuurtjes-4
Afb. 29b. APM 5.360
 
30-01.885  varia-de-jong-doosje-1
Afb. 30a. APM 1.885
30-01.885  varia-de-jong-doosje-4
Afb. 30b. APM 1.885

Binnen de souvenirmarkt is het begrijpelijk dat de miniatuurpijp een belangrijke plaats inneemt. Ook hiervoor vervaardigt De Jong zelf enige nieuwe persvormen. Er zijn verschillende modellen. De meest typerende is een pijpje met een ovale ketel, een kleine hiel en een rechte steel, in feite de miniatuur van de standaard kleipijp (afb. 27). Deze soort wordt in twee formaten geleverd. Daarnaast wordt er een zogenaamd bullekopje gemaakt, een pijp met een kromkop ketel (afb. 27). Voor de toerist zijn deze miniatuurtjes verkrijgbaar in doosjes van een heel of een half dozijn (afb. 28) en ook van dit doosje bestaan twee versies (afb. 29). Voor de groothandel is een forser formaat doos beschikbaar waarin maximaal een gros pijpjes kon worden verkocht (afb. 30). Volgens zeggen werden de miniatuurtjes als bijverdienste in de avonduren thuis gemaakt.

31-03.825-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sportpijp-beker-2
Afb. 31a. APM 3.825
31-03.825-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sportpijp-beker-4
Afb. 31b. APM 3.825
 
32-00.028-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-molen-2
Afb. 32a. APM 28
32-00.028-gouda-pijpenfabriek-de-jong-doetel-molen-4
Afb. 32b. APM 28
 
33-00.025b-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goliath-2
Afb. 33a. APM 25b
35-00.025b-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goliath-5
Afb. 33b. APM 25b

Veel producten voor de souvenirmarkt worden van een toepasselijke schildering voorzien. Dit gebeurde aanvankelijk met olieverf en qua onderwerp bestaat weinig variatie. De meest neutrale is een beschildering in een eenvoudig vlot bloemmotief met op de steel de vermelding van stad of land (afb. 31). Een ander populair motief is een beschildering van een in eenvoudige zwarte lijnen uitgevoerde standerdmolen aan weerszijden geflankeerd door bosschages in groen, aangebracht volgens een soort tamponeertechniek (afb. 32, 33). De meeste van dergelijke producten worden na beschildering nog overdekt met een gelig getinte lak, doorgaans transparant. Op de steel staat de plaats of het land, al dan niet voorafgegaan door het woord souvenir. De meest primitieve beschildering is eenzijdig uitgevoerd en zien we meestal op de rechter zijkant van de pijpenkop. Wonderlijk genoeg kiezen de kleine Goudse bedrijven voor hun beschildering altijd voor de rechter ketelzij, terwijl een fabriek als Goedewaagen de beschildering op de linkerkant van de pijpenkop aanbrengt.

34-00.025a-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goliath-2
Afb. 34a. APM 25a
35-00.025a-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goliath-5
Afb. 34b. APM 25a

 

37abc-05.786  klei-de-jong-portorico-stadhuis-5.870-15.455
Afb. 36a. APM 15.455 APM 5.786 APM 5.870
36-15.455-gouda-pijpenfabriek-de-jong-portorico-opa-4
Afb. 36b. APM 15.455
37-05.786-gouda-pijpenfabriek-de-jong-portorico-stadhuis-4
Afb. 37a. APM 5.786
37-05.870-gouda-pijpenfabriek-de-jong-portorico-stadhuis-4
Afb. 37b. APM 5.870
 
38-05.349-gouda-pijpenfabriek-de-jong-gw-tabakskrul-1
Afb. 38a. APM 5.349
38-05.349-gouda-pijpenfabriek-de-jong-gw-tabakskrul-3
Afb. 38b. APM 5.349
39-05.972a-gouda-pijpenfabriek-de-jong-dubbele-tabakskrul-1
Afb. 39. APM 5.972a
40-09.891-gouda-pijpenfabriek-de-jong-dubbele-tabakskrul-1
Afb. 40. APM 9.891

Voor de verkoop in de stad was de stadhuisgevel van Gouda het meest geliefde motief en ook hier verklaart de tekst "GOUDA" of "SOUVENIR GOUDA" wie de afnemer was. In een zeldzaam geval wordt voor de gevel van de waag gekozen als een ander karakteristiek Gouds gebouw. De schildering is opgezet in vlotte zwarte lijnen. Aangezien het handschilderwerk al snel te tijdrovend blijkt worden plakplaatjes van het stadhuis toegepast (afb. 34-39). Wanneer de pijp daarna wordt afgelakt wordt het plaatje één met de omgeving en lijkt het of er van handschilderwerk sprake is. Soms wordt de pijp van een algemeen souvenirplaatje voorzien zoals een Volendammer meisje (afb. 40).

41-05.346-gouda-pijpenfabriek-de-jong-dubbele-tabakskrul-1
Afb.  41. APM 5.346
42-05.042-gouda-pijpenfabriek-de-jong-gw-tabakskrul-1
Afb.  42. APM 5.042
 
43-05.988a-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sigarenkrul-1
Afb.  43a. APM 5.988a
43-05.988b-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sigarenkrul-2
Afb.  43b. APM 5.988b

Het meest courant is de pijp voorzien van een baan rood en een baan blauw, waardoor dankzij de onbeschilderde witte tussenbaan aan de Nederlandse vlag wordt gerefereerd (afb. 41, 42). Een andere versie toont tweemaal rood en is gerelateerd aan de kleuren van het Goudse wapen. Dat deze laatste beschildering tijdens de Tweede Wereldoorlog zou zijn verzonnen omdat men dan de nationale kleuren niet mocht gebruiken, valt sterk te betwijfelen. Nog tot in de jaren 1960 blijft deze kleurstelling in gebruik. Deze pijpen worden vooral als ijspijp verkocht en de verkoop vond plaats aan toerschaatsers uit de omliggende plaatsen wanneer deze Gouda aandeden.

Doorstart na de oorlog

Over het reilen en zeilen van het bedrijf in de jaren 1940 is weinig bekend. De fabriek verhuisde om onduidelijke reden van de Gouwe naar de Kleiweg. De periode van de Tweede Wereldoorlog zal niet eenvoudig zijn geweest, vooral omdat in Gouda veel arbeiders voor werkkampen werden geronseld. Ook was de brandstof voor de ovens schaars en dus duur. Daarna komt de periode van de wederopbouw, een tijdvak waarin de kleipijp langzamerhand zijn aanzien als rookpijp verliest, terwijl er op toeristische markt niet veel te verdienen valt. Ondanks deze malaise overleeft de fabriek van De Jong. Bij een presentatie van hun bedrijf in 1947 krijgen zij zelfs koninklijk bezoek in hun stand.

Rond 1950 wordt een nieuwe productlijn gestart: de doorroker. Het doorrokertje oogstte al sinds 1910 een geweldig succes en drie grote Goudse fabrieken hadden daarmee al veel geld verdiend. Ook voor De Jong lag hier een marktkans. Wanneer de verkoop van de gekaste pijp verder terugloopt en er bovendien geen traditionele pijpenmakers meer te krijgen zijn gaat men op deze productielijn over. De doorroker wordt namelijk niet geperst maar komt volgens een gietprocédé tot stand. Vloeibare klei wordt in een gipsen vorm gegoten en wanneer zich een kleiwand in de vorm heeft afgezet, wordt de vorm leeggegoten. Daarna worden de gietnaden met een spons weggewerkt en kan het product na drogen worden gebakken. Na een eerste ovengang worden de pijpenkoppen geglazuurd om voor een tweede keer de oven in te gaan. Voor al deze werkzaamheden is nauwelijks enige opleiding nodig.

44-05.933-gouda-pijpenfabriek-de-jong-manchetkop-delfts-1
Afb. 44a.  APM 5.933
44-05.933-gouda-pijpenfabriek-de-jong-manchetkop-delfts-4
Afb. 44b.  APM 5.933

De productie van de doorroker past in de brancheverbreding met allerlei andere aardewerkproducten, een verschijnsel dat we veertig jaar eerder al bij andere Goudse bedrijven zagen. Het is opmerkelijk dat De Jong pas met de doorrokerpijp start als die al ver over het commerciële hoogtepunt heen is. Het eerste model is de billiardkop waarvan de bronzen persvorm nu vervangen wordt door een gipsvorm, maar helaas wordt de gebrekkige vormgeving niet aangepast. Met een transparant glazuur en een blauwe ondergrondschildering oogde dit product in ieder geval veel luxer dan zijn gelakte voorganger. Opvallend bij deze pijp is dat het blauwe landschapje buitengewoon vakkundig is geschilderd (afb. 44). Klaarblijkelijk huurde men hiervoor een plateelschilder in die eerder al bij een andere fabriek schilderervaring had opgedaan.

45-08.429  ceram-albert-landschap-1
Afb. 45a.  APM 8.429
45-08.429  ceram-albert-landschap-4
Afb. 45b.  APM 8.429

Na een bevredigende verkoop met dit model te hebben behaald, is het tijd voor nieuwe ontwerpen. Dan introduceert men een bekermodel en een meer modieuze ketel met afgeplat bol model die bekend staat onder de naam prince Albert (afb. 45). De montage van de houten oorlogsroeren wordt nu vervangen voor een zwart plastic roer, dat met behulp van een kurkje in de tige klemt. Ook hier zien we dezelfde schilderingen van landschapjes met molen en berg tussen wat bossage. Het blauwe Delftse palet wordt uitgebreid met een meerkleuren beschildering.

In de volgende jaren treedt opnieuw een vernieuwing op. Dan verschijnt de montage met het cilinderbusje op de markt en daarmee heeft het product de vergelijkbare moderne en professionele uitstraling gekregen als dat van Goedewaagen en Zenith. Uiteindelijk beloopt het modellenbestand van de gietpijpen zo’n twintig stuks. De meeste exemplaren zijn functionele tabakspijpen, modellen die min of meer gelijk ook bij andere fabrieken in de maak zijn. Toch is de vormgeving niet rechtstreeks van de concurrent gekopieerd maar zijn alle modellen in het eigen bedrijf tot stand gekomen. Zij kenmerken zich door een wat kleiner formaat en een vrij plomp voorkomen.

46-01.849  ceram-zwaluwstaart-stadhuis-1
Afb. 46a. APM 1.849
46-01.849  ceram-zwaluwstaart-stadhuis-4
Afb. 46b. APM 1.849
46-05.974  ceram-billiard-hand-landschap-1
Afb. 46c. APM 5.974

De meest gevraagde gietpijpen worden de gewone kromkop en de beker. Natuurlijk ontbreekt ook het model met de zwaluwstaart niet, een pijp die zowel verticaal als horizontaal kan staan (afb. 46). Enkele pijpmodellen worden met reliëfwerk geleverd, zoals de vogelklauw en de mensenhand. Zelfs een stummelmodel behoort tot het assortiment. Een enkel product is geheel van klei gemaakt: de sigaren- en sigarettenpijpjes bekend onder de naam stiftje (afb. 47).

46-05.974  ceram-billiard-hand-landschap-4
Afb. 46d. APM 5.974
47ad-09.131c  ceram-de-jong-stiftje-delfts-blauw
Afb. 47. APM 5.973 APM 9.131a APM 9.131b APM 9.131c

De intrigerendste doorroker van De Jong heeft een handgeschilderde plaatje, een afbeelding in witte tinglazuur die onder het transparant loodglazuur is aangebracht. Wanneer de pijp gerookt wordt tekent deze schildering zich in wit af tegen de donker kleurende ondergrond. De grotere Goudse fabrieken brengen deze afbeeldingen aan met behulp van een gedrukt transferplaatje of met een rubberen stempel. Bij De Jong krijgt deze afbeelding dankzij het handschilderwerk een veel joyeuzer uiterlijk al blijft de uitbeelding primitief (afb. 48).

48-13.296  ceram-zwaluwstaart-landschap-1
Afb. 48a. APM 13.296
48-13.296  ceram-zwaluwstaart-landschap-4
Afb. 48b. APM 13.296

Alle gietpijpen worden afgewerkt met een transparant glazuur. Aangezien het bedrijf nog onvoldoende technisch onderlegd is over de verhouding tussen de spanning van de scherf en het glazuur ondervindt men hiermee veel problemen. Veel producten vertonen al gauw haarscheuren en gaan bij het roken lekken. Wat dat betreft is de doorroker van De Jong duidelijk een tweederangs product geweest, rijk aan imperfecties. Toch blijkt dit euvel voor de souvenirverkoop niet een onoverkomelijk probleem. Het grootste deel van de pijpen wordt aan dagjesmensen verkocht die nooit zullen terugkomen om te reclameren. Bovendien verlieten de meeste pijpen Gouda als souvenir zonder ooit te worden gerookt.

49-08.080-gouda-pijpenfabriek-de-jong-raob-sterrit-1
Afb. 49a. APM 8.080
49-08.080-gouda-pijpenfabriek-de-jong-raob-sterrit-4
Afb. 49b. APM 8.080

Naast de afzet in Gouda wordt in de jaren vijftig veel souvenirgoed voor een bepaald marktsegment gemaakt, daarvan getuigen opschriften als "AMSTERDAM-HOLLAND", "VOLENDAM" en "VALKENBURG". Naast het algemene souvenirgoed voor detailhandel worden ook speciale opdrachten verzorgd. Zo krijgt De Jong jaarlijks van de Motorclub Gouda de opdracht voor de herinneringspijpen van de pijpensterrit (afb. 49). Het gaat om allerlei soorten korte en eenvoudige pijpjes met opschriften aan dit evenement gewijd. Zij vermelden bijvoorbeeld "5e PIJPENSTERRIT", soms met data als "20 JULI 1957", "19 JULI 1958" of "30-07-1960". Verder zien we opschriften als "M.A.C. GOUDA & OMSTR.". In feite zijn dergelijke producten weinig anders dan de meer algemene ijs- en souvenirpijpjes.

Aanvulling met souvenirgoed

In de jaren vijftig wordt ook gezocht naar andere producten die de bestaansbasis van het bedrijf kunnen verzekeren. De vervaardiging van de doorrokers was de stimulans voor een verbreding naar nieuwe ceramische producten. Zo gaat men geleidelijk over op allerlei prullaria, zolang het binnen de eigen technische mogelijkheden blijft. Een onbenullig artikel is bijvoorbeeld een figuraal sigarettenpijpje (afb. 50), waarvan de kop de vorm van een klompje heeft. Ook hiervan is het idee niet van De Jong zelf, maar gingen zowel Goedewaagen als Zenith het bedrijf hierin voor. Opnieuw is de eenvoud van dit product sprekend. De afwerking in Delfts blauw geschiedt met olieverf.

50-05.985-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sigarettenklomp-1
Afb. 50a. APM 5.985
50-05.985-gouda-pijpenfabriek-de-jong-sigarettenklomp-2
Afb. 50b. APM 5.985

Een product op het kruispunt van pijpen en aardewerk zijn de rekjes voor miniatuurpijpjes. Het eerste ontwerp wordt al in de jaren dertig bedacht en heeft een schildvorm (afb. 51). Dit rekje bestaat in twee formaten, zoals ook gold voor de miniatuurpijpen zelf. De vroegste exemplaren zijn van het zogenaamde koudlakplateel, een crisisproduct waarbij geen glazuur maar slechts verf en lak werden gebruikt. Met deze afwerking bespaarde de producent een tweede keer bakken en daarmee niet alleen de dure brandstof maar ook het risico van glazuurvloeien en craquelé. Dit koudlak product is kenmerkend voor de jaren dertig al loopt de productie tot in de jaren veertig door. In latere tijd worden deze rekjes geglazuurd geleverd met beschildering in een soort plateelpalet (afb. 52, 53). De onderwerpen sluiten bij de doorroker aan en laat zich vaak dezelfde schilderhand herkennen.

52-05.359  varia-de-jong-wandrekje-2
Afb. 51a. APM 5.359
52-05.359  varia-de-jong-wandrekje-3
Afb. 51b. PM 5.359
53-15.019  varia-wandrekje-jong-gouda-1
Afb. 52a. APM 15.019
53-15.019  varia-wandrekje-jong-gouda-2
Afb. 52b. APM 15.019
53-15.019  varia-wandrekje-jong-gouda-3
Afb. 52c. APM 15.019

Een nieuw model pijpenrekje komt rond 1960 op de markt. Deze heeft een ruitvorm met gecontourneerde randen en een blauwe beschildering (afb. 54). In feite is dit rekje op dat van Goedewaagen geïnspireerd zij het dat het grover en zwaarder is. Daarin is het dus niet anders dan het oude schildvormige rekje dat van de Ivora was afgekeken. Daar waar de grotere Goudse fabriek overgingen tot scherfveredeling, beleefde het product bij De Jong geen enkele innovatie. De scherf blijft grof en zwaar doch daardoor wel resistent tegen het kromtrekken in de oven. Bij het moderne pijpenrekje is het Delftsblauwe palet het meest gangbaar en het favoriete motief is wederom het stadhuis van Gouda.

54-13.271  varia-de-jong-wandrekje-2
Afb. 53a. APM 13.271
54-13.271  varia-de-jong-wandrekje-3
Afb. 53b. APM 13.271
55-05.619  varia-de-jong-wandrekje-1
Afb. 54a. APM 5.619
55-05.619  varia-de-jong-wandrekje-4
Afb. 54b. APM 5.619

Geleidelijk verbreedt het bedrijf zich tot een pijpen- en aardewerkfabriek en dat zien we ook op het briefpapier terug (afb. 55). Voor de ceramische producten wordt de gipsvorm niet in het eigen bedrijf gemaakt maar kant-en-klaar besteld. Men legde zich slechts toe op het gieten en glazuren van de voorwerpen en vrijwel alles werd in opdracht verricht. Werkte men in de tijd van de pijpenmakerij voor de voorraad, bij het aardewerk wordt louter in opdracht gewerkt. Soms is zelfs alleen sprake van het schilderen en glazuren en werd het biscuitproduct bij collega’s of bij liquiderende fabrieken gekocht. In Gouda waren in die periode overigens talloze kleine snipperbedrijfjes werkzaam die zich op deze eenvoudige prullaria hadden toegelegd. Zelfstandigheid was eenvoudig geworden door het simpele gietprocédé, de kant en klare kleisoorten, fabrieksglazuren en de goedkope elektrische ovens.

51-06.939  arch-briefpapier-de-jong-1
Afb. 55a. APM 6.939
51-06.939  arch-briefpapier-de-jong-3
Afb. 55b. APM 6.939

Een mooi voorbeeld van zo’n curiosa-artikel is een herinnering aan een wandeltocht uit 1957. Heel toepasselijk is gekozen voor de vorm van een wegwijzer of paddenstoel uitgevoerd in Delftsblauw palet al ontbreken de kenmerkende Delftse bloemetjes (afb. 56). Hier is geheel eigen aan De Jong met veel tekst gewerkt. Ook in dit geval gaat het om een voorwerp dat jaarlijks aan een vaste afnemer kon worden geleverd.

56-06.199  varia-jong-paddestoel-1
Afb. 56a. APM 6.199
56-06.199  varia-jong-paddestoel-7
Afb. 56b. APM 6.199

Zowel aandoenlijk als buitengewoon armoedig is de reeks gelegenheidstegels met allerlei beschilderingen. Een beroemd voorbeeld zijn de gelegenheidstegels gewijd aan de pijpensterritten, een jaarlijs terugkerend Gouds evenement. Hiervan is over de jaren een traditie gemaakt. Aardig is te merken dat de tegels zelf niet bij De Jong werden gemaakt, maar rechtstreeks uit België werden geïmporteerd. Uiteraard bleef het seriematig persen van tegels ver buiten de mogelijkheden van een klein aardewerkbedrijf. Aan de achterzijde zien we daarom dikwijls een opschrift als "MADE IN BELGIUM", een niet mis te verstaan bewijs van herkomst. De ontwerpen worden wel in de eigen werkplaats bedacht en kunnen zeer uiteenlopend zijn. Aanvankelijk is er nog van een Delftsblauw palet sprake (afb. 57), zij het dat hiervoor een ontwerp wordt geschilderd dat met behulp van een transfer op de tegels wordt aangebracht. Dergelijke vroege ontwerpen verraden nog de hand van de schilders die bij de Jong op de schilderkamer zaten. Hun stijl kenmerkt zich door een sterk lineair ontwerp waarin tekst en afbeelding elkaar afwisselen. Vooral het letteren ging hun niet al te best af, het zijn geen geschreven letters maar getekende teksten.

57-15.325a  varia-tegel-sterrit-1959-1
Afb. 57. APM 15.325a
58-15.325b  varia-tegel-sterrit-1963-1
Afb. 58. APM 15.325b
59-15.325c  varia-tegel-sterrit-1966-1
Afb. 59. APM 15.325c

Duidelijk is dat men er wel een penseel kon hanteren maar niet echt kon schilderen. Na enkele jaren worden de motieven met bestaande transfers samengesteld die een soort collage-effect zonder schwung geven. Inmiddels heeft het Delftsblauwe palet plaatsgemaakt voor kleur, al gaat het resultaat er niet op vooruit (afb. 58, 59). De folklore-afbeeldingen met hun relatie in de Goudse souvenir-iconografie zijn primitief en amusant maar in artistiek opzicht buitengewoon armoedig. Toch zet deze reeks verzamelaars tegenwoordig aan naar een complete serie te speuren.

60-00.031-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goudse-sigaar-2
Afb.60a. APM 31
60-05.987-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goudse-sigaar-2
Afb.60b. APM 5.987
61a-05.622-de jong-1
Afb.61a. APM 5.622
61b-05.622-de jong-3
Afb.61b. APM 5.625
61-05.622-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goudse-sigaret-2
Afb.61c. APM 5.622
61-05.625-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goudse-sigaret-2
Afb.61d. APM 5.625
61-05.626-gouda-pijpenfabriek-de-jong-goudse-sigaar-1
Afb.61e. APM 5.626

De armoede en eenvoud van het bedrijf blijkt ook uit het product van de jaren 1960. Nadat in 1959 bij De Jong het laatste pijpje werd gekast, [13] gaat men er geleidelijk toe over de voorraden te liquideren. Onbeschilderd blijkt de vrij hard gebakken gelig getinte kleipijp van De Jong niet te verkopen. Alleen opgeschilderd heeft dit een zekere marktkans. Dat schilderwerk begint op de courante modellen (afb. 60), vervolgens komen de brekelingen aan de beurt om een toepasselijk souveniropschrift te krijgen. In deze periode verdwijnt ook het gebruik van olieverf dat men verruilt voor een verf op terpentijnbasis. Bij de laatste producten zien we dat de stelen van de pijpen buitengewoon kort zijn geworden (afb. 61).

De tweede generatie De Jong

Al die jaren blijft het bedrijf op de Kleiweg gevestigd, maar de administratie wordt vanuit huis gevoerd, zoals het opschrift op facturen met de vermelding Dutoitstraat verklaart.[14] Wanneer Frank de Jong op 1 juli 1965 overlijdt komt daarin verandering. Nog in hetzelfde jaar verhuist het bedrijf van de Kleiweg 42 [15] naar de Wilhelminastraat 10 (afb. 62ab). Zoon A.C. de Jong neemt de leiding over. Hij wordt bijgestaan door zijn zuster die als schilderes helpt bij het opschilderen van de producten. In de Wilhelminastraat worden geen pijpen meer gemaakt, zowel de gekaste pijp als de gietpijp zijn uit de productie verdwenen. Wel schildert de zus nog enige jaren door aan de oude voorraad om die verkoopbaar te maken. Het gaat dan om oude pijpen voorzien van een recente beschildering. De laatste pijpen zijn verkleurde bekermodelen die van een effen bruine of effen groene verf worden voorzien en met een rood mondstuk en een etiket uit de jaren 1930 worden verkocht (afb. 63). Voornaamste klanten voor dit spul zijn de Goudse sigarenzaken De Herder, Jaske en Van Vreumingen.

62-gouda-pijpenfabriek-de-jong-pand-wilhelminastraat-1995
Afb. 62a. APM documentatie#
62-01-gouda-pijpenfabriek-de-jong-pand-wilhelminastraat-1995
Afb. 62b.  APM documentatie

In de jaren 1970 heb ik het bedrijf verschillende keren bezocht. Toen bestond de productie voornamelijk uit allerhande soorten aardewerk. Zo werden door Arie de Jong keramische potten geleverd, bestemd voor petroleumlampen beschilderd in Jugendstil trant. Ook allerlei kleine souvenirartikelen behoorden tot de productie, waaronder de aardewerken handvatten van koperen turfbakken die in de antiekrage van toen buitengewoon populair waren. Zij werden in Delfts blauw of polychroom palet met enkele bloemetjes opgeschilderd. Daarnaast produceerde men talloze kleine geschenkartikelen als asbakjes, bekertjes en meer. Al deze producten worden in gipsen vormen gegoten en elektrisch gestookt. Het bedrijf was gaandeweg een verouderde werkplaats geworden waar broer en zus nog leefden van de verkoop van de voorraad aangevuld met een enkele kleine opdracht.

63ab-07.848  klei-de-jong-geverfd-07.849
Afb. 63ab. APM 7.849 APM 7.848
63-07.849-gouda-pijpenfabriek-de-jong-dublin-3
Afb. 63c. APM 7.849
63-07.849-gouda-pijpenfabriek-de-jong-dublin-4
Afb. 63d. APM 7.849

Bij bezoek aan de werkplaats was het meest charmante deel wel het kantoortje van De Jong, dat zich op de overloop van de eerste etage van het pand bevond. Tegen de plankhouten wand, aan weerszijden van de deur waren daar twee platte vitrines aangebracht, oorspronkelijk voor de tooncollectie van de fabriek. Langzamerhand was dit de particuliere verzameling van de eigenaar en baas geworden en de verkooppijpen werden geleidelijk verruild voor een bonte verzameling Goudse producten vanaf het eind van de negentiende eeuw. Het kantoortje zelf was niet veel groter dan anderhalve bij anderhalve meter en bestond uit een tafel met paperassen en wat ordners op planken tegen de wand.

In 1977 is het tijd voor liquidatie. Arie de Jong heeft z’n pensioengerechtigde leeftijd bereikt. De laatste voorraden worden uitverkocht, veelal voor een habbekrats. Binnen enkele maanden wordt het bedrijf leeggeruimd, het merendeel van de gipsvormen en biscuitproducten belanden in de containerbak. Bij die opruiming komen nog twee knielappen tevoorschijn, ooit door de kasters gebruikt. Zuinigheid en bewaarziekte gingen zo ver dat behalve een sterk gesleten leren knielap er zelfs één van autoband gemaakt wordt teruggevonden. Die dateerde nog uit de Tweede Wereldoorlog toen leer niet meer verkrijgbaar was. Deze voorwerpen waren samen met enkele andere rijp om als curiositeit in een museumcollectie te worden opgenomen.[16] Met het sluiten van het bedrijf van De Jong restte in Gouda als pijpenfabriek alleen nog Zenith. De firma Goedewaagen was met de productie van pijpen al jaren eerder naar Nieuw Buinen vertrokken.

64-gouda-pijpenfabriek-de-jong-portret
Afb. 64. documentatie

Arie de Jong sleet zijn oude dag in zijn huis Onder de Boompjes. De twee vitrinekastjes met pijpen kregen een waardige plaats op de kamer van een van zijn uitgevlogen kinderen. Hier werd een klein museum ingericht als herinnering aan twee generaties zelfstandigheid in pijpen en aardewerk (afb. 64). Hij kon terugkijken op een arbeidzaam leven in een klein bedrijf waarvan het succes lag in de armoede van het product, dat vanwege een voordelige prijsstelling door de consument soms werd geprefereerd boven de duurdere maar hoogwaardigere fabrieksproducten. Een marktsegment kenmerkend voor de crisisjaren, de tijd van en kort na de Tweede Wereldoorlog en de tijd van de jaren vijftig en zestig waarin het oog voor kwaliteit nog onvoldoende was ontwikkeld.

© Don Duco, Stichting Pijpenkabinet, Amsterdam, 1995.

Afbeeldingen

  1. Frank de Jong als jonge pijpenmaker in de kasterij van de firma P. Goedewaagen & Zoon, Gouda, 1908.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 235b
  2. Persvorm gemaakt door Frank de Jong voor een ijspijpje met een clownsfiguur met hoge hoed. Gouda, NV Goedewaagen, 1922.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 1.131
  3. Frank de Jong poseert met de bruidegomspijp van de NV Goedewaagen, Gouda, 1931.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet, documentatie.
  4. Hielmerk spijkerkop of wafelmotief ingedrukt aan de onderzijde van een doetelmodel ketel. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1940.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 28
  5. Steeletiket met opschrift "DE JONG & CO. GOUDSCHE PIJP GOUDA". Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1934-1936.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 21.642
  1. Steeletiket met opschrift "DE ECHTE HERTEKOP PIJP". Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.088
  1. Verpakkingsetiket gebruikt op de kartonnen dozen bij verzending van pijpen. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1935-1945.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 6.954
  1. Kleipijp met traditionele ovale ketel en korte steel. De ketel voorzien van een vonkenvanger van gevlochten koperdraad. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1940.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 7.921
  1. De lange en de korte kantoorpijp met een doetelmodel ketel, rechte steel en knopmondstuk. Rond de steel een zilverkleurig etiket met opschrift. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1945-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.068 en Pk 5.087.
  1. Tabakspijp met beker ketel, zonder hiel en rechte steel. Steeletiket in rood. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1940.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.069
  1. Drie kleipijpen van het model sportpijp in verschillende afwerkingen, de bovenste als rookpijp, de twee andere als souvenirartikel met bloembeschildering en in de kleuren van de Nederlandse vlag. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1935-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 3.825, Pk 5.073 en Pk 9.647
  1. Kleipijp versierd met mand- of korfmotief eerder bestemd om bellen mee te blazen dan om uit te roken. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1955-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.084
  1. Twee sigarenpijpen met als ketel het hoofd van Mercurius, de ene beschilderd in de kleuren van de Nederlandse vlag en de andere de kleuren van het Goudse wapen. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1950-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 29 en Pk 5.351
  1. Persvorm voor een kleipijp met model portorico met knopvormige hiel en rechte of licht gebogen steel met knoop. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1940.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.101
  1. Sigarentip met zeskantig profiel overlangs met schuinse arceringen versierd. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1938-1950.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 410ab
  1. Gietling voor een sigarenpijp met conisch tipmodel met zeskante vorm. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, c. 1938.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.686
  1. De goliath met overbelaste ketel, hiel en rechte steel met knoop. Gouda, De Jong's Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1945-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.046ab
  1. Tabakspijp met slurfvormige kromkop ketel versierd met de buffelhorens en letters RAOB van een Engelse vereniging. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1935-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.085
  1. De twee verschillende RAOB-pijpen van de Jong, het verschil is veroorzaakt door het ophalen van de persvorm waardoor de pijp een fractie groter werd en de decoratie iets veranderde. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1935-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.045 en Pk 5.085
  1. Manchetkop met billiard ketel gemonteerd aan een houten roer uit de Eerste Wereldoorlog. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1940-1950.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 7.397
  1. Manchetkop met beschildering in Delftsblauw palet van een landschapje met molen en geelgelakt fond. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1940-1950.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.269
  1. Manchetkop met beschildering in meerkleuren Delfts palet van een landschapje met molen. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1940-1950.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.270
  1. Manchetkop met beschildering in paars in de Delftse trant van een zeilboot in het landschap. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1945-1950.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 7.397
  1. De dubbele tabakskrul en de enkele tabakskrul, respectievelijk van een maatpijp en een halvelange pijp gemaakt. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1940-1950.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 1.418 en Pk 5.618
  1. De sigarenkrul en de sigarettenkrul met enkele winding in de steel. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1950-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.090 en Pk 5.091
  1. Drie miniatuurpijpjes tot krulpijp geknoopt en voorzien van een met beschildering in de Nederlandse driekleur, die van het Goudse wapen en effen rood met bronsaccenten. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1935-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 1.100
  1. De verschillende miniatuurpijpjes van De Jong in twee formaten met een gewerkte tak op kop en steel. De zwarte pijp is niet zwartgebakken maar werd met een verfstof gekleurd. Onder het zogenaamde bullekopje, een miniatuur met kromkop ketel. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1950-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 3.631
  1. Kartonnen geschenkdoosje met etiket van de firma De Jong waarin drie gewerkte miniatuurtjes in rode klei. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1945-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 2.436
  1. Doosje van ivoorkarton met zes miniatuurtjes uit de latere periode, toen alleen nog met witte klei werd gewerkt. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1955-1965.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.360
  1. Kartonnen doos als grosverpakking voor miniatuurtjes met op het deksel in blauw de stadhuisgevel van Gouda en de fabrieksnaam. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1950-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 1.885
  1. Detail van de bloembeschildering op een van de souvenirpijpen van De Jong die het vlotte schilderwerk laten zien. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1935-1940.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 3.825
  1. Detail van de beschildering van de molen in zwart tussen getamponeerde groene vlekken die bomen suggereren, afwerking in geelgetinte lak, toegepast op een kantoorpijp of doetel. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1940.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 28
  1. De Goliath met beschildering van een schematisch weergegeven molen tussen getamponeerde bossages. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1940.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 25b
  1. De Goliath voorzien van een plakplaatje waarop de stadhuisgevel van Gouda bedekt met geelgetinte lak. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1950-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 25a
  1. De twee typen Goliath-pijpen met beschildering en plakplaatje op de grote, waterhoofdige ketel. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 25ab
  1. Detail van het model portorico voorzien van een plakplaatje van het Goudse stadhuis in twee formaten met geelgetinte laklaag. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1950-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 15.455
  1. Kleipijpen met model portorico voorzien van een plakplaatje en vlotte schildering over een geelgetinte laklaag. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1950-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.786 en Pk 5.870
  1. Ovaal plakplaatje waarop het Goudse stadhuis op de zijkant van een gelakte krulpijp. De krulpijp gemaakt door de NV Goedewaagen (model 448) en door De Jong van een plakplaatje en beschildering voorzien. Gouda, NV Goedewaagen, afgewerkt door De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1940.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.349
  1. Dubbelgewonden krulpijp van De Jong, de langste pijp uit het assortiment in souvenirafwerking en voorzien van een plakplaatje. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1940.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.972a
  1. Zogenaamde dubbele krul met plakplaatje van een meisje in Volendammer dracht, de ketel gelakt, de steel beschilderd. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1945-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 9.891
  1. Dubbele krulpijp met beschildering in de Nederlandse driekleur. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1945-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.346
  1. Enkele krulpijp met beschildering van de Nederlandse vlag, de pijp zelf door de firma Goedewaagen gemaakt (model 448) en beschilderd door De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1950.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.042
  1. Krulpijp van klein formaat voorzien van een plakplaatje met het Goudse stadhuis, in de oorspronkelijke kartonnen verpakking met cellofaan deksel. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1955-1965.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.988ab
  1. Manchetkop van gietklei voorzien van een Delftsblauwe beschildering van een landschapje met molen. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1945-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.933
  1. Doorroker met laag bol model, zogenaamde prince Albert, handbeschilderd met landschapje met molen en boerderij. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1950-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 8.429
  1. Doorrokers met ketel met dubbele hak of zwaluwstaart en ketel gehouden door een mensenhand, beschildering in Delfts blauw palet. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1950-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 1.849  en Pk 5.974
  1. Doorroker zogenaamd stiftje met cilindrische ketel en korte rechte steel met knoop voorzien van verschillende soorten beschilderingen. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1960-1970.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.973 en Pk 9.131abc
  1. Doorroker met zwaluwstaart aan de ketelbasis, voorzien van een handgeschilderd plaatje van een landschapje. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1955-1965.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 13.296
  1. RAOB-pijp met gelegenheidsbeschildering voor de Goudse motorclub. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1955-1965.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 8.080
  1. Sigarettenpijpje in de vorm van een klompje, beschilderd in blauw met een bloemmotiefje en opschrift Gouda, op de keerzijde is een oude tekst in blauw overgeschilderd. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1950-1960.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.985
  2. Miniatuurpijpenrekje met schildvorm en voorzien van een koudlak afwerking met plakplaatje van een meisje onder een paraplu aan het strand. Gouda, De Jong’s Pijpenfabriek, 1935-1945.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.359
  3. Miniatuur-pijpenrekje met schildvorm voorzien van een handbeschilderde decoratie in lichte plateelkleuren van de gevel van het Goudse stadhuis. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1945-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 15.019
  4. Miniatuur-pijpenrekje in meerkleuren semi-Delftse trant en aan de achterzijde gemerkt met de fabrieksnaam. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1945-1955.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 13.271
  5. Miniatuur-pijpenrekje in Delftsblauw geïnspireerd op het exemplaar van de NV Goedewaagen, aan de achterzijde gemerkt met de fabrieksnaam. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1960-1965.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.619
  6. Briefpapier De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1960-1965.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 6.939
  7. Souvenir voor een wandeltocht in de vorm van een paddelstoel. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1957.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 6.199
  8. Tegel van de Pijpensterrit uit een Belgische tegelfabriek in Gouda voorzien van een transfer- of zeefdruk in Delftse schildertrant. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1959.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 15.325a
  9. Tegel als souvenir voor de pijpensterrit voorzien van bestaande transferprints met aan Gouda gerelateerde emblemen. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1963.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 15.325b
  10. Tegel als souvenir voor de pijpensterrit beplakt met transfer in eigentijdse stijl met Goudse onderwerpen zoals het luifelbeeld van Museum De Moriaan. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1966.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 15.325c
  11. Drie lange sigarenhouders met ovale koppen, twee beschilderd met de Nederlandse vlag en een afbeelding van het Goudse stadhuis. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1955-1965.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 31 en Pk 5.987
  12. Drie korte souvenirpijpjes uit de voorraad brekelingen, in de jaren zeventig opgeschilderde pijpen met terpentineverf en bestemd voor de souvenirhandel in Gouda. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1970-1977.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 5.622, Pk 5.625 en Pk 5.626
  13. Gevel van het bedrijfspand van De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek aan de Wilhelminastraat te Gouda, c. 1977.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet, documentatie.
  14. Twee bekermodellen uit de jaren 1950 die omstreeks 1975 van een beschildering zijn voorzien en afgemerkt zijn met een etiket uit de jaren 1930. Gouda, De Jong’s Pijpen- en Aardewerkfabriek, 1974-1976.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 7.848, Pk 7.849.
  15. Foto van Arie de Jong met Goudse pijp poserend voor zijn pijpenverzameling. Gouda, 1979.
    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet, documentatie.

Literatuur

A.C. de Jong, 'De Jong's pijpen- en aardewerkfabriek', Pijpelogische Kring Nederland, II-6, 1979, p 8-12.
Fred Tymstra, Catalogus De Jong's pijpen, Amsterdam, z.jr. (1977), 12 pag.

Noten

[1]      Geboorten Gouda, 08-02-1888. Goedewaagen Archief 71, Pijpmakersboek. Vermeld 1903-1906.

[2]      Goedewaagen Archief 699, 08-05-1918. Diploma als verbandmeester. Verlenging 13-05-1921. Goedewaagen Archief 1016, 17-05-1918. De Jong, fooi examen verbandmeester ƒ 10,-.

[3]      Goedewaagen Archief 1015, 27-01-1917. Frank de Jong, vormmaker, weekloon ƒ 16,- (1e vermelding).

[4]      Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 1.131.

[5]      D.H. Duco, Bronnen tot de geschiedenis van de pijpennijverheid in Gouda, Amsterdam, 1976 e.v. 30-05-1995 Opzichter Frank de Jong vermeld in verslag van Alie van Dijk over de NV Goedewaagen.

[6]      Goedewaagen Archief 1005, 28-02-1922. Maandloon F. de Jong, koperen vormen, ƒ 190,-. Goedewaagen Archief 1005, 31-01-1923. Opgave inspectie Directe Belastingen Fr. de Jong, Bockenbergstraat 79, ƒ 2380,-.

[7]      Anoniem, De Goudsche pijpen en het Goudsche aardewerk, een interessante fabricatie, Gouda, 1931.

[8]      SAHM, Goedewaagen Archief, 01-12-1927. Anoniem briefje gericht aan de directie van de NV Goedewaagen.

[9]      Don Duco, Goudse pijpen, Amsterdam, 1978, p 36.

[10]    Goedewaagen Archief 1030, 30-04-1934. Ontslagen, 2 maanden betaald totaal ƒ 155,- (korter gewerkt) en ƒ 171,- = ƒ 326,-.

[11]    D.H. Duco, Merken van Goudse pijpenmakers 1660-1940, Lochem, 1982, p 42.

[12]    Don Duco, 'RAOB-pijpen', Pijpelijntjes, III-2, 1977, p 6.

[13]    Don Duco, Goudse pijpen, Amsterdam, 1978, p 36.

[14]    Adresboek Gouda, 1950. De Jong's Pijpen- en Aardewerkfabriek, Dutoitstraat 5.

[15]    Adresboek Gouda, 1964. De Jong Pijpen- en Aardewerkfabriek, Kleiweg 42.

[16]    Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 1.878 en Pk 2.889.