Een romantische kunstenaar als inspirator van tabakspijpen

Author:
Don Duco, Benedict Goes

Publication Year:
2018

Publisher:
Amsterdam Pipe Museum (Stichting Pijpenkabinet)

In de tabaks- en pijpenliteratuur kenmerken de jaren 1840 zich als buitengewoon vruchtbaar. De tabakspijp beleeft onder rokers een bloei als nooit tevoren en heeft de meest uitbundige vormen aangenomen. Rokers willen de liefde voor de pijp uitdragen en zo ontstaan allerlei brochures, boekjes en bundels die de pijp en het roken bejubelen als een van de belangrijkste geneugten des levens. Een mooi voorbeeld daarvan is de uitgave Album von Radierungen (Album met gravures) later vooral bekend als Rauchgebilde - Rebenblätter (Rookuitbeeldingen - wijnbladeren) geïllustreerd door de romantische kunstenaar Moritz von Schwind (1804-1871). De publicatie is een prachtig voorbeeld van lyriek over het roken in beeld en tekst (afb. 1a-b).

01a-lit-kaft-6179a
Affb. 1a.
01b-lit-kaft-6179b
Affb.1b

Het gaat om een charmante boekpublicatie uit het jaar 1844 waarvan de eerste druk tegenwoordig zeer zeldzaam is. Die eerste druk vat de inhoud op de titelpagina samen met het zinnetje 42 Rauch- und Wein-Epigramme (42 rook- en wijngedichten). Die ondertitel wijzigt zich later in Eine Bilderfolge nach 42 Radierungen (Een opeenvolging van 42 gravures), een toelichting die evenzeer de inhoud van de publicatie weergeeft. Dankzij talloze herdrukken is deze zeldzame eerste druk nu als publicatie voor iedereen toegankelijk. Kunstenaar Moritz von Schwind leeft zich uit in gedetailleerde illustraties rondom de thema’s roken en drinken. Zijn kunstbroeder Ernst Freiherr von Feuchtersleben (1806-1849) voorziet deze prenten van epigrammen, korte en bondige gedichten met een woordspeling of pointe. Feuchtersleben vult de dunne papieren pagina’s, de etsen staan op steviger papier afgedrukt.

Bibliofiel Rainer Immensack, kenner op het gebied van de Duitse tabaksliteratuur bij uitstek, deelt het album van Moritz von Schwind in bij de Schöne Literatur,[1] een mooie omschrijving voor werken die geen wetenschappelijke basis hebben of grote informatieve waarde. De bundel is niets meer of minder dan een sfeerbeeld dat de levensgenieter een tevreden gevoel geeft bij zijn glas en pijp.

De inhoud
Het Album von Radierungen heeft vijf hoofdstukken. De eerste draagt als titel Der Dichter dem Künstler (Van de dichter aan de kunstenaar). Hierin vat de dichter het hele boekje bondig samen in zijn eigen wat gekunstelde rijm: uit de combinatie pijptabak en wijn komen gedachten voort die een beeld oproepen of andersom doemen beelden op die tot een gedicht leiden. De broederlijk naast elkaar geplaatste duo’s - gedicht plus afbeelding - hebben een heel simpel doel namelijk elkaar mooi aanvullen.

02a-lit-kaft-6179f-01
Affb. 2a.
02b-lit-kaft-6179f-02
Affb. 2b.
02c-lit-kaft-6179f-03
Affb. 2c.

Door middel van dagelijkse tafereeltjes beeldt Von Schwind een tweede betekenislaag af die de dichter benoemt. Zo zou je je zorgen moeten verdrijven door het roken en genieten van je pijp, omdat zorgen net als vrouwen niet van tabaksrook houden (afb. 2a). Uit het vragen van een vuurtje aan een voorbijganger blijkt dat mensen uit elke stand dezelfde behoefte hebben (afb. 2b). Het ruilen van de pijp bij het scheiden van de wegen is voor reizigers een symbool dat we allemaal van gelijke en vergelijkbare Gesinnung sein (afb. 2c). Het ultieme genot is een pijpje roken bij de openhaard, zodat je nooit zonder vuur zit. Het werken aan een geborduurde tabaksbuidel is voor een meisje de ideale manier om het wachten op de afwezige geliefde te bekorten (afb. 2d). Exotisch is de voorstelling van Gambrinus, de god van het bier die een pijp rookt met een oosterling uit de streek Kasjmir van wie hij de edele kunst van het roken wil leren (afb. 2e). Daarbij smaakt een glas bier hen beiden. Bij de laatste twee afbeeldingen in deze eerste serie staat niet het roken maar het vuur centraal. De tabaksrook wordt uitgebeeld als brenger van mooie fantasieën in de vorm van ontvlammende lelies die braaf maar onverhuld naar erotiek verwijzen (afb. 2f). Samenvattend wordt tabaksrook aangeprezen als bron van kunstenaarsinspiratie. Het geheel varieert dus van voorstellingen van nagetekende rooksituaties uit het dagelijkse leven tot het ultieme wegdromen, liggend op een rustbed of divan met een engeltje als rookbediende.

02d-lit-kaft-6179f-09
Affb. 2d.
02e-lit-kaft-6179f-11
Affb. 2e.
02f-lit-kaft-6179f-12
Affb. 2f.

De tweede sectie heet Pfeifenköpfe en toont zes prenten van een verbluffende originaliteit en artisticiteit die ongewone maar zeer gedetailleerde scenes laten zien, opnieuw in een dromerige stijl (afb. 3a-f). Zij zijn voor de pijpenliefhebber de blikvanger van de publicatie en komen nog nader ter sprake. Zonder enige aankondiging gaat de sectie roken over in het thema drank en drinken met sterke nadruk op wijn. Deze prenten beginnen met illustraties van algemene aard waarvan er verschillende zijn vormgegeven alsof het uithangtekens zijn voor een Weinstube of soortgelijk etablissement (afb. 4a-c). Deze reeks wordt gevolgd door zes Trinkhörner (afb. 5a-d), een paragraaf van gelijke strekking als de pijpenkoppen, al is hier de fantasie minder onverwacht. We zien de neogotische stijl domineren die in de jaren 1830 en 1840 vooral in Duitsland populair was.

Onverwacht drinkgerei passeert zoals de Duitse Humpe met cilindrisch lichaam of de bokaalvorm of zelfs de heuse meer middeleeuwse drinkhoorn op voet. Steeds zijn de drinkbekers overdadig en fantasievol gedecoreerd, zoals in die tijd gebruikelijk was. Het bijgeplaatste gedichtje geeft een nuttige vermaning: te veel drank maakt slaperig, denk er bij het drinken van wijn aan dat de druiven in het vorige jaar geplukt zijn dus blijf spaarzaam of ook wie het laatst lacht, lacht het best.

Het vijfde en laatste thema in de uitgave draagt de naam Arabesken. Hier zien we opnieuw uithangtekens met een klassieke inslag waarbij het thema drank en drinkgelag opnieuw de rode draad vormt, zonder dat het onderwerp roken nog wordt aangeroerd (afb. 6a-c).

04b-lit-kaft-6179f-30
Affb. 4a.
04d-lit-kaft-6179-1
Affb. 4b.
04e-lit-kaft-6179-2
Affb. 4c.

Zoals opgemerkt is de bij de vignetten afgedrukte tekst op rijm gesteld door Ernst Freiherr von Feuchtersleben. Hij is een jeugdvriend van de kunstenaar uit zijn Weense tijd. Von Feuchtersleben was arts van beroep, maar uit liefhebberij was hij tevens filosoof en dichter. Hij maakte ook de epiloog van drie strofen waarin hij op rijm propageert waar de publicatie voor staat: leven en laten leven in een sfeer van wijn- en rookfilosofie. Pas in de latere druk verschijnt van zijn hand een Nachwort, een slotwoord van vier pagina’s waarin Von Schwind geroemd wordt vanwege zijn kenmerkende eigen tekenstijl. De illustraties voor Duizend en één nacht hebben Von Schwind de erkenning daarvoor gegeven. Hij wordt geprezen vanwege de onverwachte afwisseling, raadselachtige maar heldere weergave die bovenal fantasievol is. De beeldende taal van de illustraties is sterker dan een schrijver in woorden kan toevoegen en daarmee cijfert Von Feuchtersleben zijn eigen rol als dichter weg. Even komt de gedachte op dat het niet de arts en dilettant dichter was die deze passage schreef, maar Von Schwind zelf. Wat zeker geldt is dat beeld en dichtwerk voor zich spreken en de lezer zelf het belang van het ene of het andere bepaalt, steeds naar eigen inzicht.

Beschouwing van de bundel
Dat de publicatie een populair werk werd, bewijst het gegeven dat het al in 1844 zowel in Berlijn, München, Karlsruhe als Zürich is uitgegeven. Bovendien beleefde het over een lange tijd een fors aantal herdrukken, namelijk in 1875, 1884, 1906, 1920, 1952, 1961 en tot slot in 1978. In die lange periode veranderde het uiterlijk van de publicatie geleidelijk. De oorspronkelijke titel Album von Radierungen werd al snel Rauchgebilde - Rebenblätter. Ook het formaat van 23 bij 17 centimeter wijzigde zich tot het meer handzame 17,5 bij 12 centimeter.

05b-lit-kaft-6179-5
Affb. 5a.
05c-lit-kaft-6179-6
Affb. 5b.
05a-lit-kaft-6179-4
Affb. 5c.
05d-lit-kaft-6179-7
Affb. 5d.

De laatste herdruk uit 1978 heeft heel toepasselijk op de omslag een aangepaste titel, namelijk Album vom Rauchen und vom Trinken. Deze herdruk heeft het kleinste formaat en is uitgegeven als deel 58 in een reeks die de naam Die Bibliophielen Taschenbücher draagt. Dankzij de nieuwe titel en plaatsing in een reeks populaire literaire werken heeft de drukker deze heruitgave tot een succes weten te brengen. Zo kwam dit curieuze werk van beide kunstbroeders in onze tijd opnieuw onder de aandacht.

De gravures zijn heel gedetailleerd en fijngevoelig uitgevoerd en zijn subtiel gedrukt met bruingetinte inkt, zij zijn op en top romantisch. De koperen drukplaten zijn bovenaan rechts van een minuscuul cijfertje voorzien, met andere woorden zij zijn dus met veel zorg op volgorde geplaatst. De plaatmoet met brede blanke marges benadrukt zowel het ambachtelijke als het kunstzinnige. De drukplaat verdient die ruimte om tot zijn volle recht te komen. Bij latere uitgaves in een vernieuwde druktechniek zijn die details weggelaten en werd de inkt zwart. Toch maakt het romantische realisme op ons ook tegenwoordig nog een wonderlijke indruk. Het werk zou als ander tekenwerk van Von Schwind geschikt zijn voor druk in kleur maar daarvoor was de druktechniek toen nog niet ver genoeg. Of er ook handgekleurde versies van dit boek gemaakt zijn is niet bekend maar lijkt wel aannemelijk.

Von Schwind als kunstenaar
Moritz von Schwind werd in 1804 in Wenen geboren en is typisch een kind van zijn tijd. Zijn vormende jaren vallen tussen 1820 en 1830 ofwel de tijd van de romantiek waar Von Schwind zich volledig in onderdompelt. Zijn vader is een hoge ambtenaar die zijn kinderen een onbezorgde jeugd kan bieden, maar na zijn vroege overlijden, Moritz is dan 14 jaar, trekt het gezin bij de grootmoeder in. De opgroeiende Moritz kan na het gymnasium naar de universiteit voor een rechtenstudie. Zijn voorliefde voor tekenen is echter zo groot dat hij na een paar jaar overstapt naar de kunstacademie. Hij voorziet in zijn eigen levensonderhoud door het maken van illustraties voor boeken, menukaarten, uitnodigingen, maar ook voor bladmuziek.

Interessanter dan dit werk en de academie is zijn lidmaatschap van de Schubertiade, een muzikale kring met tevens schilders, dichters en filosofen rond de gevierde jonge Franz Schubert. De jaren 1820 vormen het hoogtepunt van de romantiek en deze jonge studenten verliezen zich in dromen over de natuur, de ideale liefde en de schone kunsten. De echte wereld kennen zij nog niet. In 1827, Moritz is dan 23 jaar, stopt dit mooie leven. De meeste studiegenoten reizen naar Rome, zoals geslaagde studenten toen graag deden om een Grand Tour te maken en de kunst van de klassieken en de renaissance te omarmen. Dat kon Moritz zich tot zijn frustratie echter niet veroorloven. Hij verhuisde naar München, een stad met een kunstzinnig klimaat onder protectoraat van de Beierse koning Ludwig I. Moritz wordt assistent op het atelier dat de fresco’s in de koninklijke paleizen schilderde, hij blijft hier tot 1834 werken. De ontwerpen voor de fresco’s van zijn hand komen tot stand op basis van romantische gedichten. Het is een eervolle taak al is deze dan slecht betaald. Von Schwind wordt verteerd door heimwee, spijt van het niet kunnen reizen en het gemis van Schubert die al in 1828 was gestorven. Hij beklaagt zijn armoede in brieven aan zijn geslaagde of gewoon van huis uit rijke studievrienden, maar krijgt niet de steun waar hij op hoopt.

08-lit-kaft-6179-8
Affb. 6a.
08-lit-kaft-6179-9
Affb. 6b.
08-lit-kaft-6179-10
Affb. 6c.

Het is in deze kommervolle jaren dat Moritz de tekeningen maakt voor de Rauch- und Trink serie, die later in gravures worden omgezet. Zijn vriend uit Wenen, Feuchtersleben dicht hierbij de verzen. Samen worden zij echter pas tien jaar later, namelijk in 1844, voor het eerst in druk uitgegeven. Het doel was dat Moritz met zijn tekeningen wat extra geld kon verdienen, buiten het gegeven dat het fantaseren en tekenen hem een speelse afleiding gaf uit zijn miserabele situatie. Achteraf bezien kunnen we concluderen dat Von Schwind zich begon te realiseren dat het romantisch wegzwijmelen in edele gevoelens over kunst niets opbracht. De jonge romanticus wordt op een harde manier een vrij cynische Biedermeier, een burgerlijke doorsneeman met een baan.

De gedetailleerde tekeningen, huiselijk dan wel fantasievol, doen ons in de eenentwintigste eeuw wat kinderlijk aan. Na meer dan honderd jaar wetenschappelijk onderzoek is het roken en drinken geproblematiseerd vanwege gezondheidsschade op lange termijn. Die kennis bestond tijdens de romantiek in het geheel nog niet. Voor de doorsnee man in de vroege negentiende eeuw was het glaasje en de pijp ofwel een studentenidylle ofwel een aangename vlucht uit de eigen moeilijkheden van het leven. Hiervan getuigen de vredige en genoeglijke plaatjes die Moritz von Schwind creëerde.

Overigens gaat zijn persoonlijke carrière vanaf 1840 in stijgende lijn. Von Schwind krijgt interessante opdrachten in München en wordt professor aan de academie in Karlsruhe. Verder werkt hij in zijn geboortestad aan het operahuis. In 1842 trouwt hij Louise Sachs en in 1844 verruilt hij de plaats Karlsruhe voor Frankfurt am Main. Daar werkte hij aan de Sängerkrieg auf der Wartburg. Zowel in leven als in werken is de omslag duidelijk. Van een romantische student die zich afzet tegen de academische opleiding en liever vrije dromerige schetsen maakt, is Von Schwind het schoolvoorbeeld geworden van het tegenovergestelde. Hij transformeerde tot de academische, realistische maar verre van romantische persoon die een oersaai voorspelbaar leven leidt met een vrouw en kinderen en alle zorgen van dien. Uit die latere jaren stammen ook zijn olieverfschilderijen die zorgvuldig gecomponeerde geromantiseerde voorstellingen laten zien met een indringend realisme. Bekende titels daarvan zijn De rit van Juno von Falkenstein, De koningin van de Nacht, maar ook eenvoudige thema’s als Vaarwel bij zonsopgang en Het ochtenduur.

In 1847 keert hij naar München terug om vervolgens in 1855 voor de Beierse koning Ludwig II werk uit te voeren. In die laatste jaren voor zijn sterven werkt hij onder meer aan tekeningen uit zijn jeugd. Hoewel Von Schwind prachtige schilderijen heeft gemaakt, kennen we hem dus voornamelijk vanwege zijn grafische capaciteiten.

De pijpen nader bekeken
Voor de tabaksliefhebber en zeker voor wie in de tabakspijp geïnteresseerd is, wordt de hoofdmoot van het wonderlijke Album von Radierungen uitgemaakt door zes graveringen van versierde pijpenkoppen die op de meest fantasievolle wijze gefigureerd zijn. De eerste pijpenkop heeft de vorm van de oer-Duitse kacheloven, een ronde gemetselde kachel gemaakt van faiencetegels (afb. 3a). Deze kachel is de pijpenkop geworden waarbij het deksel originele vormgeving krijgt namelijk door toevoeging van een blad waarop een punchkom staat te midden van een ring drinkglaasjes. In de steelhoek van deze pijpenkop zit een roker met lange insteekpijp die heel huiselijk zijn voeten tegen de kachel ofwel pijpenkop warmt, zijn laarzen staan naast de kachel. Op vernuftige wijze is het silhouet van een cilindrische Hongaarse pijpenkop omgetoverd tot een vermakelijke uitbeelding die een hoge graad van huiselijkheid uitstraalt. De tekenaar beeldt het hier zo typerende verlangen uit naar de behagelijke warmte en geborgenheid, die alleen op volle waarde geschat kan worden door degene die de ontberingen van lange voettochten door weer en wind getrotseerd heeft.

03a-lit-kaft-6179f-19
Affb. 3a.
03b-lit-kaft-6179f-21
Affb. 3b.
03c-lit-kaft-6179f-23
Affb. 3c.

Terughoudender is de zittende koffieverkoopster met een kop en schotel in de hand, gezeten op de steel van de pijp en wijzend op haar handelswaar, de koffiekan die op de pijpenkop staat te pruttelen (afb. 3b). Hier is de vorm van de pijpenkop gerelateerd aan de zakvormige meerschuim die in die jaren buitengewoon geliefd was en soms zoals ook hier wat ornamentaal snijwerk aan de basis heeft. Ondanks de eenvoud is het een prachtig ontwerp geworden. De tekst wijst erop dat nu overal verse koffie wordt geschonken, die ook heerlijk is bij de pijp. Gelukkig hoeven we er niet meer voor naar Perzië.

De gondelachtige boot met daarop een Chinese pagode is nauwelijks op een bestaande pijp gebaseerd (afb. 3c). Met Moors vlechtwerk rondom zien we in de vensters staande figuren met een Chinese punthoed, de pijpenkop is afgedekt met een dak met centraal een wapperende vaan, een dozijn uitstekende punten rondom is van bellen of kwastjes voorzien. Het romantische gedichtje verklaart dat net als het onbetrouwbare evenwicht van de gondel het leven alle kanten uitgaat, maar toch is er voor iedereen vriendschap en liefde te vinden, zoals een stuurman die een vrouw in de pagode het hof maakt bewijst.

03d-lit-kaft-6179f-25
Affb. 3d.
03e-lit-kaft-6179f-29
Affb. 3e.
03f-lit-kaft-6179f-27
Affb. 3f.

De drie andere pijpenkoppen zijn tot gebouwen omgetoverd, twee eenvoudige cilindrische huisjes, de derde heeft de vorm van een fantasieburcht. Beide huisjes zijn optimaal verschillend al stemt de cilindervorm met puntige dak met schoorsteen overeen (afb. 3d-e). Met hun al of niet besneeuwde dak zijn zij een idylle van rust en tevredenheid: een familie dommelend in de late middagzon of een kabouterfiguur of is het een monnik tevreden lezend, naast hem een tuintje met kolen. De korte gedichtjes houden de lezer voor dat je gelukkig kunt zijn met rust en vrede of is het alleen de droom die tekenaar en dichter hebben, die ze zelf nog lang niet bereikt hebben?

Meest fantasievol is wel de burcht met een hoge toren als pijpenkop, een romantische verdedigingstoren met een puntdak voorzien van vensters, erkers, torentjes en kantelen. (afb. 3f). In de drooggevallen slotgracht trekt een man een paard voort. Op de manchet staat een poortgebouw met de toren verbonden door een ophaalbrug waarop twee ridders te paard. Het enige dat nog ontbreekt is de jonkvrouw. Hier getuigt het epigram slechts van de hang naar de middeleeuwse romantiek, zonder diepere betekenis.

06-22.821-kasteel-moritz-von-schwind-01
Affb. 7a.
06-22.821-kasteel-moritz-von-schwind-03
Affb. 7b.
06-22.821-kasteel-moritz-von-schwind-06
Affb. 7c.

Hoewel wij de figurale pijpen in de prenten aanvankelijk beschouwd hebben als louter fantasie en verstrooiing, blijkt dat niet juist. Dat bewijzen drie in hout uitgevoerde exemplaren van de burchtpijp die bewaard zijn gebleven. Zij zijn onmiskenbaar handgesneden en qua stijl en materiaal het meest zeker toe te schrijven aan Thüringen. Eén pijpenkop is aanwezig in het Amsterdam Pipe Museum (afb. 4a-g), de twee andere voorbeelden bevonden zich in Amerikaanse collecties. De laatste twee staan afgebeeld in A complete guide to collecting Antique Pipes van Benjamin Rapaport, respectievelijk uit de collecties van Martin Friedman en Charles P. Naumoff.[2] Interessant gegeven is dat van de drie houten exemplaren het snijwerk qua concept gelijk is, maar dat de details verschillen. Soms is de natuur aan de basis wat gedetailleerder uitgewerkt, in andere gevallen zijn de ramen of erkers op een andere plaats aangebracht. Duidelijk is dat er sprake is van seriewerk waarbij de vaardige snijder zo vrij werkte dat hij de detaillering op het moment zelf bepaalde.

06-22.821-kasteel-moritz-von-schwind-07
Affb. 7d.
06-22.821-kasteel-moritz-von-schwind-08
Affb. 7e.
06-22.821-kasteel-moritz-von-schwind-09
Affb. 7f.
06-22.821-kasteel-moritz-von-schwind-10
Affb. 7g.

In vergelijkbare stijl bestaat nog een andere pijpenkop afkomstig uit de voormalige collectie van Alfred Dunhill in Londen die qua stijl bij de Von Schwind-pijpen past (afb. 5). Het betreft een exemplaar met hetzelfde verfijnde snijwerk maar met een meer praktisch vormgeving ofwel minder smuk en overdaad. Ook hier gaat het om een versterkte burcht met rondom de pijpenkop muren afgewisseld door vier hoektorens. Het muurwerk wordt doorbroken door rechthoekige vensters, de onderzijde van de pijpenkop is licht verzwaard en op de zelfde wijze behandeld door ruwing met een graveermesje. Gezien de houtsoort gaat het mogelijk ook hier om werk uit Thüringen. Vanwege het eenvoudige snijwerk is het een meer serieuze gebruikspijp passend in een periode toen de pijp als status nog een zeer geaccepteerd artikel was. Ook hiervan is een tweede versie bekend, die ook handgemaakt is en weer de bekende kleine afwijkingen vertoont.[3] Dit betrekkelijk eenvoudige ontwerp moet in de pijpenmakerij bedacht zijn en voert niet op Von Schwind terug.

07-18.135-kasteel-1
Affb. 8a.
07-18.135-kasteel-3
Affb. 8b.
07-18.135-kasteel-4
Affb. 8c.

Tenslotte is ook de pijp met de huiselijke familie (afb. 3d) als gebruiksvoorwerp uitgevoerd en wel in een fijne notenhout.[4] De snijder hield zich nauwgezet aan de voorstelling doch moest de keerzijde er zelf bij bedenken. Ook deze pijp is prachtig fijn uitgevoerd. Alleen het deksel is eenvoudig gedraaid en zonder detaillering zoals een schoorsteen. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat ook de andere tekeningen van Von Schwind op een gegeven moment als pijp uitgevoerd zijn. Misschien is het gewoon een kwestie van tijd deze te vinden.

Tot slot
Lang heeft de gebonden uitgave met rook- en drinkgravures als curiositeit in onze bibliotheek gestaan. We beschouwden de plaatjes als te zoet, de gedichtjes als te weinig zeggend en zeker met weinig verband met de rookcultuur. Alleen de pijpen waren intrigerend met daarbij de vraag of zulke fantasievolle voorwerpen in het echt zouden bestaan.

Welnu, met de aankoop van een echte Von Schwind pijp het afgelopen jaar was de laatste vraag afdoende beantwoord. Naast enkele afbeeldingen in pijpenboeken hadden we nu een pijp in handen. Inmiddels weten we dat de romanticus Von Schwind zijn schetsen bedoeld heeft als zijn persoonlijke droom van een comfortabel leven met zijn schaapjes op het droge, iets dat hij in 1834 absoluut niet had kunnen voorzien. Zijn studievriend vond tussen zijn werk als arts tijd om als amateurdichter voor die tijd toepasselijke tekstjes bij de reeks afbeeldingen te maken.

Interessant blijft de vraag waarom de uitgave pas tien jaar later, namelijk in 1844 is uitgegeven, fraai gedrukt en zorgvuldig gebonden. We moeten concluderen dat de tijd er blijkbaar toen pas rijp voor was. Von Schwind zal niet de enige zijn geweest die zich in de jaren 1820 verloren had in de romantische sfeer van de muziek van Carl Maria von Weber, de liederen van Schubert en bijbehorende gedichten van nu vergeten dichters. In de jaren 1840 bleek voor niemand het leven zo zorgeloos en vol van romantiek. Elke man moest werken voor zijn geld, trouwen voor zijn milieu èn carrière en daarnaast sappelen om rond te komen. Voor deze groep was het album met gedichtjes kennelijk een aangename herinnering aan hun jonge jaren van onbezorgdheid en tevens een aansporing om zich tevreden te stellen met hun al of niet eenvoudige huis en haard. De romantici zelf dus, inmiddels veranderd, zullen de doelgroep geweest zijn voor deze uitgave, tenminste wanneer zij boven Jan waren gekomen. De verheerlijking van de pijp en een glas wijn zal hen een welkome aanzet gegeven hebben om nog eens een pijpje op te steken en de sfeer van weleer opnieuw te beleven.

De rijmelarijen maken nu niet meer zoveel indruk. Zij zijn vooral een ontsnapping uit het vanzelfsprekende dan dat zij van hoge woordkunst getuigen. Voor de nuchtere geest is Album von Radierungen een verzaaide bundel, voor de romanticus iets om bij weg te zwijmelen en uiteraard sloot dat laatste aan bij de tijdgeest. Bijzonder toch, dat dit werk zo’n lange tijd overleefde en zovele herdrukken beleefde.

 

© Don Duco & Benedict Goes, Amsterdam Pipe Museum, 2018.

 

Afbeeldingen

1a-b.  Kaft en titelpagina van de publicatie: Album von Radierungen von M. von Schwind mit erklärendem Text in Versen von Ernst, freiherr von Feuchtersleben (42 Rauch- und Wein-Epigramme)
Amsterdam Pipe Museum BPM 6.992

2a-f.   Zes voorstellingen van rookafbeeldingen. Karlsruhe, Moritz von Schwind, 1844.
Amsterdam Pipe Museum BPM 6.992

3a-f.   Zes ontwerpen voor pijpenkoppen. Karlsruhe, Moritz von Schwind, 1844.
Amsterdam Pipe Museum BPM 6.992

4a-c.  Afbeeldingen aan het drinken gerelateerd. Karlsruhe, Moritz von Schwind, 1844.
Amsterdam Pipe Museum BPM 6.992

5a-d.  Drinkgerei in neogotische stijl naar Duits steengoed. Karlsruhe, Moritz von Schwind, 1844.
Amsterdam Pipe Museum BPM 6.992

6a-c.  Afsluitende vignetten. Karlsruhe, Moritz von Schwind, 1844.
Amsterdam Pipe Museum BPM 6.992

7a-g.  Pijpenkop van hout in de vorm van een rots waarop een kasteel staat, de ophaalbrug loopt over de pijpensteel. Duitsland, Thüringen?, 1845-1880
Amsterdam Pipe Museum APM 22.821

8a-c.  Pijpenkop van hout in de vorm van een burcht met vier torens en voorportaal. Duitsland, Thüringen?, 1840-1880
Amsterdam Pipe Museum APM 18.135

 

Noten

[1]    Rainer Immensack, Bibliographie als Geschichte der deutschsprachigen Tabakliteratur von 1579-1995, Braunschweig, 1996, p 159, nr. 2118.

[2]    Benjamin Rapaport, A complete guide to collecting Antique Pipes, Exton, 1979, pagina 55 en 101.

[3]    Bernard Mamy & Eppe Ramazzotti, Pipes et fumeurs de pipes; un art, des collections, Paris, Sous le Vent, 1981, p 129. Collectie Ramazzotti.

[4]    Lutz Libert, Von Tabak, Dosen und Pfeifen, Leipzig, 1984, Abb. 70. (Berlijn, Museum für Deutsche Geschichte.)