Collectienummer:

APM 20.503

Deelcollectie:

prehistorische pijpen

Titel:

tabakspijp

Trefwoord:

kop slang

Beschrijving:

Tabakspijp van aardewerk met elleboog model met hoge cilindrische ketel, de bovenzijde figuraal, met vlakke bodem zonder hiel over in een rechte steel naar het eind verdunnend met vier knopen als mondstuk. Ketelopening kop van een ratelslang met geopende bek de tweepuntige tong langs de onderzijde van de kop, decoratie met geelwitte slib aangezet. Ketel onderhelft en steel gepolijst, het mondstuk rode gepolijste engobe.

Datum:

Periode 900 - 1300


Maten:

AlgemeenHoogte8,8 cm
Breedte3,6 cm
Lengte19 cm
KopHoogte7,3 cm
Breedte3,2 cm
SteelLengte11 cm
Kenmerken
Pijptype steelpijp
Pijpmodel figuraal
Materiaalaardewerk (ceramiek)
Techniekhandvorm
Kleurbruin
Afwerking engobe, grijswit
Gebruikssporen gerookt
Productie
ContinentZuid-Amerika
Regio internationaalCaraïbische zee
LandMexico
Regio nationaalTlapacoya
Aanwinst
Jaar 2011
Provenance Groningen, Niemeyer Tabaksmuseum, c. 1975-2011, nr DD011
Tilburg, Ted van Dijck, c. 1975
Commentaar
Het tekstbordje bij Niemeyer vermeldt: Pijp met slangenkop, aardewerk, ca. 500 voor Chr. Mapacoyan (sic.), Mexico. De beschrijving van Turfschip-exposite in Breda (1981) meldt als datering 800-300 v. Christus.
Ketel achterzijde ingeboord voor thermoluminiscentierapport (niet meer aanwezig).
Literatuur
Georg Alfred Brongers, Van Gouwenaar tot bruyère pijp. Amerongen, 1978. p- 7. Dit exemplaar. Bijschrift: Pijp in de vorm van een ratelslang, donkerroodbakkende klei met verschillende donker getinte slib overtrokken. Afkomstig uit Tlapacoya, Mexico, 800-300 v. Chr. L. 16,5 cm, h. 8,5 cm.
Ted van Dijck, Eeuwenoude Indiaanse pijpen in een Nederlands museum, Dl. I & II. Antiekwereld, III/11 & 12, 1978. II, p 8, afb 2. Dit exemplaar. Bijschrift: Azteekse pijp uit Tlapacoya, Mexico.
Anoniem, The Niemeyer Tobacco Museum in Groningen. TJI Tobacco Journal International, /6, 1978. p 404. Dit exemplaar. Bijschrift: Backed clay pipe in the shape of a rattle-snake. Mexiko, 800-300 B.C.
Bep van der Linden-Nijdam, Pijpen: rookinstrumenten van oudsher Tabaksdozen: fraaie bergplaatsen voor het dure produkt. Kunst- & Antiekrevue, VI/4, 1980. p 19. Dit exemplaar. Bijschrift: Pijp uit roodbakkende klei met donkere slib overtrokken. Mexico, 800 - 300 v. Chr. Let op de prachtige verhoudingen, waarbij de maximale hoogte de helft van de totale lengte bedraagt. Niemeyer Ned. Tabacologisch Museum, Groningen.
Georg A. Brongers, 60 pijpen uit de collectie van het Niemeyer Nederlands Tabacologisch Museum. Groningen, 1981. p 6. Dit exemplaar. Bijschrift: Pijp waarvan de vorm verwijst naar een ratelslang. De ratel vormt het mondstuk en de pijpholte is in de kop verwerkt. Gebakken klei, Tlappacoya, Mexico, 800-300 v. Chr.
Gustav Casparek et al., Von der Leidenschaft des Pfeifenrauchers. Bielefeld, 1984. p 4/15. Dit exemplaar. Bijschrift: Diese Tonpfeife in Gestalt einer Klapperschlange stammt von den Tlapacoya (Mexiko) und wurde zwischen 800 und 300 v. Chr. gearbeitet.
Ralph Plum, ed., La passion de la pipe, fumée et fumeurs. Bielefeld, 1984. p 4/15. Dit exemplaar.
Expositie
Groningen, Niemeyer Tabaksmuseum, 1978-2010, zolder.
Breda, Turfschip, tentoonstelling "Toeback-Tabak", 11-20 april 1981.
Amsterdam, Pijpenkabinet, tentoonstelling "Roken bij de Amerikaanse Indianen, voorhistorische pijpen uit de Niemeyer collectie", 1 augustus - 14 september 2011.

If you have any comments, suggestions or additions, click here to send us an email