Jaarverslag 2025

Algemeen
In 2025 is het dertig jaar geleden dat wij de verhuizing van Leiden naar Amsterdam maakten: een nieuw tijdperk brak aan voor het museum. Tevens was dit het jaar waarin de stad Amsterdam haar 750-jarig bestaan vierde, waardoor wij als kleine instelling nauwelijks konden opvallen. Gelukkig kunnen wij wel duurzame resultaten op het gebied van de collectie uitbreiding melden, evenals in onderzoek en digitalisering. Springen de resultaten niet zo in het oog, zij maken wel dat de diepgang van de collectie blijft toenemen en daarmee het museum relevantie behoudt in de huidige tijd.

Inmiddels is duidelijk dat het belang van ons museum als publiekstrekker terugloopt. De functie als bewaarplaats van informatie en vraagbaak met accurate antwoorden neemt daarentegen toe. Onvermijdelijk komt het over niet al te lange tijd aan de orde om nieuwe speerpunten vast te stellen om het museum aan de veranderde situatie aan te passen.

Bestuur en personeel
Voor het tweede jaar op rij is de stichting bestuurd via de telefoon of een borrel achterin de museumwinkel. Dat is mogelijk want het jaarprogramma met terugkomende activiteiten is vastgesteld, de werkzaamheden zijn duidelijk en de tijd beperkt, waardoor er met weinig overleg efficiënt gewerkt kan worden.

Omdat het museumbezoek rustig bleef is niet actief naar nieuwe vrijwilligers gezocht. Adrian McLean is weer naar Schotland vertrokken voor verdere studie elders, de Italiaanse Elisa Pettoello bleef ons trouw, in het najaar bijgestaan door Krystyna Konshyna uit de Oekraïne. Samen zorgden zij dat de staf de benodigde activiteiten buiten het pand kon ondernemen.

Op 17 november meldde Don Duco zich ziek. Helaas duurde dat tot in het nieuwe jaar. Onverwacht lag daarmee het onderzoek en het uitvoerend werk aan de databases stil. Na dertig jaar ononderbroken werklust, was deze uitval een uitzonderlijke force majeur.

Aanwinsten
Het jaar 2025 gaat de geschiedenis in als een gemiddeld jaar wat betreft de aanwinsten voor onze museumcollectie. In totaal werden 645 kwalitatief goede objecten verworven, veel daarvan echter meer met studiewaarde dan van een hoge zeldzaamheidsgraad. Het streven is om juist de beste kwaliteiten te verwerven, maar dat is slecht gelukt. 61 Objecten vallen in de B-sector en slechts 8 stukken zijn van A-kwaliteit. Eén absoluut topstuk is van buitengewone museale waarde.

Deze meeste bijzonder aankoop sinds jaren betreft een imposante tabakspijp van meerschuim die ons al sinds de jaren 1980 bekend was en dit voorjaar op de TEFAF in Maastricht werd aangeboden. Het gaat om een meerschuim tafelpijp met een hoogte van maarliefst tachtig centimeter staande op een houten voetstuk. De meerschuim sculptuur stelt drie staande Gratiën voor die een schotel waarop de feitelijke pijpenkop staat in de hoogte houden. Deze opvallende pijp zal in de toekomst de icoon van ons museum worden.

Door het jaar heen scoorden wij losse objecten, die werden aangeschaft omdat zij een representatief beeld geven van een gebruik, materiaal of vormgeving binnen de brede rookcultuur. Enkele voorbeelden: uit het Fries museum kwamen twee bovenmaatse bruidegomspijpen. Een zeldzame vondst in het Engelse veilingwezen is een pijpenkop van Loosdrechts porselein, beschilderd in het zogenaamde bietenrood. Een Amsterdamse galerie zorgde voor een Inuitpijp met de kenmerkende ingekleurde gravering van een jachttafereel.

Verder maakten wij een keuze uit bestaande collecties die ons werden aangeboden. Een particulier uit Blaricum ruimde de verzameling van zijn moeder op, die in de jaren 1970 en 1980 antiek kocht. Voor onze collectie betekende dat een aantal pijpenwroeters, porseleinen pijpenkoppen, maar ook drie versierde zilveren zogenaamde breugomspiepen. Kortom een aantrekkelijke keuze uit een groep verzamelwaardig rokersantiek.

In Noord-Holland kwam een verzameling rookartikelen uit de twintigste eeuw beschikbaar. Hieruit selecteerden wij een reeks aanstekers uit de jaren 1950 en 1960, maar ook rokerscuriositeiten die indertijd op de salontafel te pronk stonden. Voorwerpen van blik, bakeliet en zelfs zilver, niet bijster oud maar zelden in goede conditie bewaard.

Via een veiling in Barcelona verworven wij enkele fraaie negentiende eeuwse pijpen. Materiaal dat we overigens al kenden uit een Zwitserse catalogus uit de jaren 1980. Het gaat om enkele hoogwaardige handgeschilderde stummels naast een paar imposante vroege meerschuim pijpenkoppen met zilverbeslag.

Een onverwachte reeks aanwinsten kwam begin december uit Zuid-Frankrijk. Meer dan een eeuw geleden was een collectie kleipijpen aangelegd die sindsdien bijeen is gebleven. Dit betekende een belangrijke aanvulling van onze figurale Franse steelpijpen; iedere variant biedt een betere interpretatie van deze Franse mode.

Van de 645 verworven voorwerpen - in 2024 waren dat er 876 - behoort maar een klein deel tot de gezochte hoogwaardige kwaliteit. De verhouding tussen de kwaliteitscategorieën A, B en C is nagenoeg gelijk aan het jaar ervoor. Dat wijst op een stabiel marktaanbod maar laat opnieuw zien dat de hoogste kwaliteit niet alleen zeldzaam is, maar ook moeilijk te verwerven. De verkoopsprijzen van dat hoogwaardig antiek ligt vaak boven de waarde die daaraan kan worden toegekend en dat is geen stimulans tot aankoop. De imposante maar extreem kostbare tafelpijp vormde wat dat betreft een uitzondering,  het is een object dat ons museum zich niet mocht laten ontgaan.

In 2025 groeide het aantal museumvoorwerpen in de collectiedatabase van 40.123 naar 40.980 voorwerpen. De presentatie van onze museumcollectie daarvan op het web behelst 38.581 voorwerpen met 199.460 unieke afbeeldingen.

Beheer collectie en museumpand
De museumcollectie vraagt om voortgaand beheer. Systematisch worden verpakte groepen objecten nagelopen en gecontroleerd. Dit jaar waren dat ruim dertig collectiedozen die nagezien en herpakt zijn. Zo werden nieuwe bewaarcondities gecreëerd. Gelukkig leverde dat geen onverwachte schadegevallen op. Dit werk is tijdrovend maar noodzakelijk.

Het bruikleenverkeer is beperkt maar steeds betekenisvol in tijdelijke tentoonstellingen van sterk wisselende musea die onze collectie weten te vinden. Het Luthermuseum leende een unieke pijp met de portretten van Luther en zijn vrouw. De Special Collections van de Universiteit van Amsterdam exposeerde enkele van onze pijpen uit Suriname en West-Afrika. De opiumobjecten in bruikleen aan het Belastingmuseum liepen tot eind oktober 2025 door.

De staat van onderhoud van het museumpand is voldoende. Het onderhoudswerk beperkte zich het afgelopen jaar tot houtwormbestrijding op de zoldervloer en het schilderen van de schutting aan de achterzijde . Dat beperkte onderhoud wortelt in de duurzame wijze waarop in de jaren 1990 de verbouwing van het huis is uitgevoerd.

Digitalisering
Na de kwalitatief betere foto’s van boekomslagen in het litteratuurbestand van vorig jaar, is dit jaar nog een aanvullende verbetering gemaakt door alle artikelen binnen één tijdschriftreeks bijeen te brengen. Onder de tijdschrifttitel zijn nu alle artikelen in één oogopslag te zien. Hetzelfde geldt voor bundels en jaarboeken.

Het vorig jaar al aangekondigde onderzoek naar Linked Open Data (LOD) heeft geresulteerd in een positief resultaat. In samenspraak met Jurgen de Jonge, onze IT-man en verschillende experts van o.a. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed blijkt ons database systeem geschikt om te koppelen aan andere databases. Het idee is dat onze beschrijving van een ‘gekaste kleipijp’ automatisch gekoppeld kan worden aan vele andere kleipijpen in de wereld doordat iedereen naast het woord een code heeft ingevoerd uit een centrale database, de zogenaamde thesaurus, waar ‘kleipijp’ een vaste definitie heeft, in elke taal en cultuur. Hetzelfde geldt voor de meer gespecialiseerde term ’gekast’ en vele andere.

Als stap in het toepassen van LOD hebben wij ook de namen van pijpmodellen nagelopen en verfijnd. Het doel is om tot een uniforme vocabulaire te komen, die correct gekoppeld is aan de aanwezige modellen. Als proef zijn de porseleinen pijpmodellen gerenamed, daarna kwamen de kleipijpmodellen aan bod. In de praktijk betekent dat een uitbreiding van de beschrijvingsvelden bij onze objecten die daarmee ook nauwgezetter worden onderverdeeld en sneller worden gevonden.

De voortgang van het DigitAll-project gericht op een verbeterde zoekstructuur voor de deelcollectie archeologie, geschiedt nog voornamelijk achter de schermen. Jurgen heeft doorgewerkt aan de voorbereiding van een merkenregister. Daarvoor zijn alle merken ‘genormaliseerd’, d.w.z. de afzonderlijke onderdelen zijn elk in een eigen veld geplaatst: merknaam, locatie (hiel, steel), soort (stempel, etiket, etc.). Een heidense klus voor 11.000 merken waarvan slechts een deel geautomatiseerd kan worden bewerkt. Alle uitzonderingen zij in ons kantoor met de hand verplaatst.

Het fotograferen van de collectie blijft op het programma. Aanwinsten worden geregistreerd, daarnaast worden nog niet ingevoerde voorwerpen vastgelegd, naast vervangingen en verbeteringen. In 2025 zijn 5.680 nieuwe objectfoto’s op de website gebracht. Aan het eind van het jaar bereikte de teller van de on-line foto’s bijna de 200.000 unieke opnames!

Onderzoek en publicaties
Ook dit jaar is weer aan het handboek over de Nederlandse pijp gewerkt. Zeven weken zijn besteed aan schrijfwerk en het oplossen van nog openstaande vragen. Daarnaast werden twee weken gevuld met het maken van nieuwe foto’s. Aan het eind van het jaar was het manuscript op een  haar na compleet, terwijl de vormgeving nog slechts een kwestie van fijnslijpen was. Ongelukkig dat de schrijver ziek werd net nu het laatste stukje voltooid moest worden.

Verder werden twee boekbesprekingen gemaakt. Op verzoek werd een monografie over de kleipijp uit de streek van Saint-Omer gerecenseerd. Interessanter is de beschouwing van een boek over snijwerk in coquillanoot met de focus op tabaksdoosjes.

Onder de titel Wat een sirihpruimer al niet nodig heeft verscheen een fraai geïllustreerd artikel in het tijdschrift Tribale Kunst

Vanzelfsprekend is de favoriete serie Object van de maand in 2025 voortgezet met twaalf nieuwe voorwerpen. Daarnaast was er het schrijfwerk dat niet aan een jaartal gebonden is, zoals de altijd maar doorgaande aanvullingen in de collectiedatabase. Zij houden onze informatie up-to-date.

Bezoekfunctie
Vorig jaar meldden wij al dat het bezoekersaantal licht dalend is. Het bezoekcijfer in 2025 komt uit op 1.920 (tegen 2.200 in 2024). Inmiddels heeft Amsterdam&Partners samen met het Overleg Amsterdamse Musea ondergezocht waar de algemene daling in bezoekersaantallen bij de musea vandaan komt. Een belangrijke factor blijkt TikTok. Grote groepen bezoekers van de stad volgen blind wat zij zien op hun mobieltje. Zij staan gerust twee uur in de rij om het populaire bakje friet te bemachtigen, waardoor ze geen tijd en aandacht hebben voor musea waar ze vroeger wel naar toe zouden zijn gegaan. Een idiote ontwikkeling van groepsgedrag, die kennelijk niet te stuiten is.

Het wordt steeds lastiger om het webbezoek te duiden. Volgens Google Analytics was het aantal bezoekers van www.pipemuseum.nl in 2025: 230.000. De verdeling over het jaar is zeer onregelmatig: van januari tot en met augustus ca. 1300 bezoekers per week, maar daarna een extreme stijging naar 3.500 met een uitschieter in november naar 21.000 kijkers. Aangezien deze voornamelijk uit China komen, gaan we ervan uit dat dit de nieuwe AI-gestuurde webcrawlers zijn. Die kunnen we voor de statistiek negeren. Tegelijkertijd nam de spam sterk toe. Een totaalcijfer van 65.000 webbezoekers in 2025 moet realistisch zijn.

Tijdens Museumnacht 2025, dit jaar op zaterdag 1 november, blijkt de speedtour al jaren het meest populaire onderdeel, perfect voor een eerste kennismaking. Daarnaast toonden wij voor het eerst de pijpvondsten uit Suriname die het jaar ervoor al onderwerp van studie waren. Het bezoekersaantal bleef wat achter. De 250 bezoekers konden daardoor wel in rust rondneuzen.

Wat opvalt is dat met toenemende regelmaat bezoekers binnenkomen die tabak-gerelateerde objecten meebrengen om deze aan het museum te doneren. De jongere generatie heeft geen belangstelling, maar weggooien van de vaak persoonlijke voorwerpen is ook geen optie. Museale kwaliteit komt bij deze donaties zelden voor.

Publiciteit en activiteiten
Ook in 2025 hebben wij weer 40 nieuwsberichten geplaatst op onze homepage, naast de 12 objecten van de maand. Deels sluiten deze aan bij de exposities in onze wisselvitrine om uitzonderlijke depotstukken of aanwinsten te tonen. Enkele voorbeelden zijn een wonderlijke kiseru van keramiek om reacties te krijgen over de herkomst van dat voorwerp en dat is gelukt. Met het tonen van de pijp van de Duke of Wellington benadrukten wij dat het museum ook talloze objecten van beroemde wereldburgers bezit. Met de titel Theedrinkers in het spotlight vroegen wij aandacht voor een bijzonder fijngeschilderde Meissen tabakspijp die samen met varianten in de centrale vitrine te kijk stonden. Tenslotte gaf een groep Franse figuurpijpen vanaf december een impressie van een verworven collectie kleipijpen.

Niet toevallig viel onze expositie Surinaamse bodemvondsten, die liep van 1 november 2025 tot en met 6 april 2026, samen met een grotere Suriname-tentoonstelling in het Allard Pierson Museum. Hiervoor gaven wij enkele pijpen in bruikleen die een eigen vitrine verdienden. Onze voorbeelden toonden de opmerkelijke gelijkenis tussen de lokaal door slaven gemaakt pijpen en een uniek voorbeeld uit Ivoorkust. Dit thema trok voor het eerst een Surinaams-Amsterdams publiek naar ons museum.

Onder de titel Ode aan één vrouw anticipeerden wij op een tentoonstelling in het Amsterdam Museum waar aandacht werd gevestigd op de onderbelichte rol van vrouwen door de eeuwen. Ons schilderij van Elisabeth Vigée le Brun bewijst dat zij in de laat-achttiende eeuw een krachtige vrouw was met een even groot talent als inkomen! In de periode van 8 maart tot 8 november trok dit thema een eigen publiek.

Een publicitair succes was ons bericht over de sigarenkist die voor burgemeester Ed van Thijn gemaakt in Indonesië. De kist bevat sigaren die individueel van zijn naam zijn voorzien! Zijn weduwe schonk het geheel aan ons museum.

Dankzij vrijwilliger Elisa blijven we goed vertegenwoordigd op de socials: een mooie score van 82 berichten waarin we iets nieuws uit de collectie lieten zien via Facebook en Instagram.

De staf bracht op uitnodiging van de hoofdconservator van het Nederlands Openluchtmuseum een bezoek aan het Collectie Centrum CC-NL. Deze centrale bewaarplaats bevat de collecties van het NOM, Paleis Het Loo en het Rijksmuseum. Een bijzonder inkijkje in het werk van deze grote musea! Om bij te blijven met de handel werden voorts de Verzamelaarsjaarbeurs bezocht, de Tribal Art Fair, de Pan, TEFAF en nog een aantal andere beurzen.