Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
home > thema's > franse figurale pijp

Fabrieken

Blanc-Garin & Guyot

Periode: <1823-1856/1867

Adres: Rue St. Grégoire hoek Rue des Soupirs, Givet (Ardennes)
Rue Bourg-l'Abbé 26, Parijs

Eigenaren: Jean-Claude Blanc-Garin als Blanc-Garin <1823-1834 Jean-Claude Blanc-Garin en Jean-Baptiste Guyot als Blanc-Garin & Guyot 1834-1837 Vve. Blanc-Garin en Jean-Baptiste Guyot 1837-1837 Marie-Thérèse Leclercq, Vve. Blanc-Garin als Vve. Blanc-Garin 1837- 1838> Charles Blanc-Garin als Vve. Blanc-Garin 1837-1856/1867 Hasslauer successeur de Gambier 1867

Geschiedenis
Zoals bij veel Franse pijpenfabrieken is de historie van Blanc-Garin tamelijk schimmig. Archiefstukken zijn nauwelijks bekend en historisch onderzoek is niet verricht. Uit enkele schaars bewaarde drukwerkjes zoals een catalogus en briefpapier valt een en ander af te leiden. Het bedrijf is aan het begin van de negentiende eeuw door Jean-Claude Blanc-Garin gesticht, een stichtingsjaar valt echter niet aan te geven. De vroegste vermelding stamt uit 1823, waarschijnlijk zo'n vijftien jaar na de start.

De firma Blanc-Garin is gevestigd in een reeks fabrieksgebouwen rondom een binnenplaats in petit-Givet aan de Rue St. Grégoire hoek Rue des Soupirs. In 1834 associeert Jean-Claude Blanc-Garin zich met Jean-Baptiste Guyot en verandert de fabrieksnaam in Blanc-Garin & Guyot. Reeds in 1837 sterft de stichter en wordt ook de vennootschap met Guyot beëindigd. De weduwe Marie-Thérèse Leclercq zet het bedrijf voort samen met haar zoon Charles Blanc-Garin. Volgens zeggen werken er in 1838 zo'n 120 arbeiders, een decennium later is dat aantal opgelopen tot zo'n 150 personen. Dat moet ook de maximale omvang van de fabriek geweest zijn, op dat moment goed voor een jaarproductie van minstens zes miljoen pijpen. In 1840 opent Charles Blanc-Garin een handelskantoor in Parijs aan de Rue Bourg-l'Abbé 26 om zijn naamsbekendheid op te vijzelen en de verkoop naar elders te stimuleren. De jaren tot 1845 lijken het meest succesvol, daarna stagneert de afzet. In die periode ontstaan ook vrijwel geen nieuwe pijpontwerpen meer.

Vanaf 1850 neemt het belang van de fabriek snel af. Oorzaken zijn vermoedelijk een gebrek aan elan om zich in de concurrentiestrijd met de andere pijpenfabrieken te begeven, inzonderheid de naastgelegen firma Gambier die dan ouder, veel groter en beduidend bekender is. Rond 1860 lijkt de productie vrijwel voorbij al staat de fabriek er nog onveranderd bij. Uiteindelijk worden de fabrieksgebouwen in 1867 door de naastliggende firma Gambier overgenomen. In een eerder stadium waren al enkele pijpvormen naar Gambier overgegaan, het merendeel van het assortiment was echter te gedateerd om nog marktwaarde te hebben en die persvormen worden omgesmolten.

Kenmerken van de producten
Zoals bij de andere Franse pijpenfabrieken vindt ook bij Blanc-Garin de start in de pipes à la façon hollandaise plaats, steelpijpen gebaseerd op Goudse voorbeelden. De import van deze Hollandse pijpen wordt in de periode van het eerste keizerrijk zwaar belast, waardoor deze zeer geliefde producten in Frankrijk dan duur zijn. Blanc-Garin weet deze pijpen tegen een concurrerende prijs te leveren. Eigen aan de Franse pijpenmakerijen wordt de hollandaise geleverd in een opeenvolgende reeks formaten en steellengtes. Dat de fabriek met die zogenaamde Goudse modellen een technisch hoogstandje levert, wordt bewezen door de langste pijpensoort die een lengte van 25 pouces ofwel 70 centimeter heeft. Voor een Franse fabriek is dat een zeer respectabele lengte.

Een tweede loot in het assortiment van Blanc-Garin is de figurale steelpijp voorzien van een algemene decoratie. Dat product is vermoedelijk afgekeken van de figuurpijpen van de naastgelegen firma Gambier. Van de figuurpijp ontwerpt Blanc-Garin in de jaren 1810 zo'n twintig exemplaren die geleidelijk steeds verder geperfectioneerd en explicieter gepersonifieerd worden. Met de introductie van de manchetpijp rond 1825 verschuift het accent van de figurale loot naar deze luxere soort. De grotere portretpijpen zijn uitgewerkt in een heel kenmerkende stijl, tamelijk stoer, soms enigszins primitief en meer met een oog voor vormgeving dan voor detaillering. Bij de meeste pijpen is het gebruikelijk emailaccenten in zwart en wit aan te brengen, doorgaans alleen op de ogen en wenkbrauwen. In de jaren 1840 wordt dit soms uitgebreid tot een meerkleuren palet.

Als merken worden aanvankelijk bekende Goudse pijpenmerken geïmiteerd, zoals de PV gekroond, WS gekroond en de cijfermerken 17 gekroond en 46 gekroond. Deze merken worden overigens niet rechtstreeks uit Gouda nagezet want zij waren ook in het Belgische centrum Andenne algemeen in productie. Pas wanneer de manchet portretkoppen op de markt komen, gaat de fabriek over tot het voeren van een eigen merk. De oudste is het initiaalmerk BG in cirkel, na associatie met Guyot stempelt men enkele jaren met het merk BGG. Rond 1840 worden beide merktekens vervangen voor een tekststempel waarop de volledige fabrieksnaam staat te lezen, inclusief de plaats van vestiging. Voor zover bekend is de plaatsaanduiding Parijs nooit op de pijpen gezet.

In artistiek opzicht het meest opmerkelijk is de etalagepijp die het borstbeeld van Abd-El-Kader voorstelt, op de markt gebracht in of kort na 1853 toen keizer Napoleon III hem gratie verleende. Bij deze pijp is de gangbare stijl van de gestileerde portretten verschoven naar een helder realisme dat vooral blijkt uit de prachtige gelaatsuitdrukking en de naturalistische baard. Deze bijzondere persvorm zal niet in de fabriek zelf gemaakt zijn maar werd op bestelling via een Parijse vormmaker verkregen. De sculpturale uitwerking van het portret maar ook de motievenschat op de steel zijn voor de firma Blanc-Garin atypisch. Triest genoeg markeert deze etalagepijp het artistieke einde van de fabriek want na deze schepping zijn geen bijzondere ontwerpen meer tot stand gekomen.

Nomenclature

Literatuur
Don Duco, "Blanc Garin" (hoofdstuk in "De historie van de Gambierfabriek"), Pijpelijntjes, VI-2, 1980, p 4-7.
Don Duco, Fabrique de pipes en terre de Belgique et de Hollande de Vve. Blanc Garin, Catalogue de vente réédité avec introduction et nomenclature explicative, Leiden, 1983.
Don Duco, Century of Change, the European clay pipe its final flourish and ultimate fall, 1830-1940, Amsterdam, 2004, p. 12-15.

1

Afbeeldingen 1 / 6

Grand-Achmet in de grote uitvoering
Le corsaire ofwel de zeerover
De onoverschrokken Jeanne Hachette
Borstbeeld van Adb-El-Kader
Le niais ofwel de domkop
Gebronsde pijp van Abd-El-Kader