Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
home > thema's > franse figurale pijp

Fabrieken

Gambier

Periode: 1780-1926

Adres: Rue Royale en Rue Soupirs, Givet (Ardennes) Rue de l'Arbre Sec, Parijs

Eigenaren: Jean Gambier 1780-1817 Joseph Gambier als Gambier Fils 1817-1835 Marie Louis Minervin Hasslauer 1835- Vve. Hasslauer <1868-1871> Sociéte Vve. Hasslauer, de Champeaux & Quentin als Maison Gambier 1894-1908 Société Anonyme de la Fabrique de Gambier 1908-1926

Geschiedenis
Ondanks het buitengewoon grote belang van de firma Gambier is de geschiedenis van deze fabriek nooit geschreven! Het meest gezaghebbende artikel verscheen in het Nederlandse blad Pijpelijntjes in 1980 en 1981, inmiddels dertig jaar geleden. Jean Gambier sticht de fabriek in 1780. Reeds aan het begin van de negentiende eeuw heeft Gambier een toonaangevende positie op het gebied van de kleipijp verworven met een ruim assortiment dat voornamelijk uit pipes hollandaises bestaat. Als assortimentsaanvulling ontstaan rond 1810 figurale steelpijpen in een gematigd ontwerp, nog eens een decennium later gevolgd door de gefigureerde manchetpijp. Ook deze twee nieuwe soorten pijpen slaan bij de rokers geweldig aan.

De vroegste vestiging van de fabriek is aan de Rue Royale in Petit Givet. Met het toenemen van de productieomvang wordt rond 1820 een heus fabrieksgebouw achter dit stadspand neergezet met vier voor die tijd ruime werkvloeren. Geleidelijk groeit het bedrijf en koopt de fabrikant de achterterreinen om uiteindelijk de entree van het fabriekscomplex te verleggen naar de achterliggende Rue Soupirs, die weer direct grenst aan de oprijzende rots de Mont d'Haurs.

Na een lange en geslaagde carrière draagt de stichter Jean Gambier zijn bedrijf in 1817 over op zijn zoon Joseph. Over diens reilen en zeilen zijn wij nauwelijks geïnformeerd behalve dat hij als ondernemer kennelijk minder succesvol is. In 1835 blijkt ene Hassslauer eigenaar van de firma Gambier, een telg uit een welgestelde familie die we eerder als investeerder dan als fabrikant moeten zien. In die periode is er sprake van samenwerking tussen de familie Hasslauer en de beroemde pijpenmakersfamilie Fiolet uit Saint-Omer die toen de grootste pijpenfabriek van Frankrijk bezat. Helaas is ook hierover het fijne niet bekend.

Een opmerkelijk wapenfeit is de bouw van een geweldig groot rechthoekig fabrieksgebouw rond 1860 waarin vier zeer royale en overzichtelijke etages. In dit gebouw gaat de feitelijke productie van pijpen plaatsvinden en werken de rolders, kasters en tremsters. De aankoop van de naastgelegen fabrieksterreinen van Blanc-Garin & Guyot in 1867 geeft opieuw uitbreidingsmogelijkheden. In die gebouwen komt de productie van de pijpenpotten en het ovengarnituur. Geleidelijk zal die activiteit leiden tot een zelfstandige ceramische lijn waarvan de tegels, de carreaux Gambier het bekendst zullen worden. Voor deze productielijn komen nieuwe fabrieksgebouwen dichter bij de Maas. Heel toepasselijk wordt er in de tegelmakerij ook een prachtige art nouveau reclametegel gemaakt met de Gambierpijp als onderwerp.

Wanneer na 1875 de afzet in de kleipijp terugloopt wordt de marktpositie versterkt met de vertegenwoordiging in pijpen van andere materialen samen met allerhande rokersbenodigdheden. Daarmee krijgt de firma een betere grip op de tabaksdetaillist in Frankrijk. Geleidelijk zien we de merknaam Gambier ook op meerschuimpijpen en die van bruyèrehout verschijnen. De Gambier kleipijpen bieden niet alleen de grootste assortimentskeuze, maar hebben ook de hoogste prijsstelling. Dit voedt het snobisme onder de rokers die zich graag met een Gambier laten zien en daar een hogere prijs voor over hebben en zo blijft de vraag onverminderd voortgaan.

Duidelijk is dat Gambier de productie tot 1914 succesvol weet te continueren, al is onvermijdelijk van voortdurende vermindering sprake. Ten opzichte van de andere fabrieken blijken zij economisch echter redelijk succesvol. De tijdelijke sluiting van de fabriek tijdens de Eerste Wereldoorlog geeft het bedrijf echter de nekslag. Na de oorlog komt de productie niet meer op gang en in 1926 sluit de fabriek definitief.

Dankzij enig bewaard gebleven archiefmateriaal uit Charleville-Mézières is het mogelijk de productie van Gambier tussen 1850 en 1926 uit te rekenen. Die uitkomst is illustratief voor de geweldige omvang van dit bedrijf. In iets meer dan vijfenzeventig jaar ligt dit productiecijfer op maarliefst 1.940.400.000 pijpen ofwel bijna twee miljard exemplaren! Overigens is een aansprekelijker cijfer dat van de jaarproductie in die gemelde periode van ruim vijftig miljoen pijpen inkrimpt tot ruim een miljoen exemplaren in de laatste jaren. Het gemiddelde ligt overigens op 25 miljoen pijpen per jaar!

Kenmerken van de producten
Gambier dankt zijn renommee primair aan de uitstekende kwaliteit van zijn product. Dat begint met de prachtige witte kleur van de klei, gedolven in Niverlee. Behalve de zuiverheid en fijnheid van de grondstof zorgt de porositeit van de scherf voor een maximale absorptie van het tabaksvocht. Niet verwonderlijk dat deze pijpen bij de roker de eervolle benaming écume de terre kregen. Daarnaast is de vormgeving van de Gambierpijp een sterk punt. Die onderscheidt drie hoofdsoorten: de zogenaamde hollandaises, de gefigureerde steelpijpen en de manchetkoppen. Alle modellen zijn fraai uitgebalanceerd en wanneer het om figuraal werk gaat dan vertoont dat als kenmerk steeds een grote verfijning. Tenslotte was het product altijd perfect afgewerkt.

Door de tijd heen onderscheiden we in de producten verschillende fasen. De voor Gambier kenmerkende decoratiestijl is rond 1820 bedacht en sindsdien vrijwel zonder verandering gecontinueerd. Met die stijl, gekenmerkt door een hoge mate van naturalisme en een maximale detaillering, wist Gambier veel klanten te bekoren. Het artistieke hoogtepunt van dat product ligt tussen 1830 en 1850 wanneer de vormgeving een prachtige balans laat zien tussen stoerheid en verfijning, met een decoratie gekenmerkt door een hoge graad van artisticiteit en een grote mate van realisme. Na 1850 wordt de stijl geleidelijk wat overelegant en dreigt een soort verveling. De karaktertrekken van de voorgestelde figuren worden sterker maniëristisch waardoor oververfijnde poppenkopjes de natuurlijke uitbeeldingen gaan vervangen.

Veel modellen in het assortiment zijn gematigd van onderwerp en dat maakt ze geschikt voor meerdere marktsegmenten met een lange looptijd. Zo groeit het assortiment en de brede keuze wordt de kracht van Gambier. In de jaren 1860 worden al meer dan duizend verschillende modellen gevoerd. Aanvankelijk is de onderwerpkeuze van de figuurpijp gericht op de elitaire roker. Na 1850 vindt verandering in de klanten plaats en dat verschijnsel zien we ook in de pijpen terug. Van maatschappelijk betrokken voorstellingen met overwegend culturele onderwerpen verschuift deze naar algemene tot volkse pijpen voor de burgerman. Tijdens de Frans-Duitse oorlog wordt de meer royalistische manchetkop definitief vervangen voor de eenvoudige steelpijp. Na 1875 loopt de artistieke prestatie bij Gambier terug hetgeen overeenstemt met de economische positie van de fabriek. Dit gebeurt mede door de veranderende klantenkring, die geleidelijk afzakt naar de eenvoudige roker met een voorkeur voor goedkopere pijpen.

Het brede modellenaanbod en de uitgebreide reeks voorstellingen maakt de Gambierpijp zo boeiend. Van de royalist tot de republikein, van de paus tot de dood en van kunstenaars tot critici, vrijwel iedere persoon is uitgebeeld langs de tweestroom actueel versus algemeen. De actuele voorstellingen blijken dikwijls kortlopend, de algemene voorstellingen zijn echter langlopend en zorgen voor het constante gezicht van het fabrieksproduct. Deze populaire modellen vervaardigd in de voor Gambier kenmerkende de kwaliteit garanderen het renommee als fabrikant van de meest begeerde pijpen.

Rond 1890 verandert de uitstraling van de kleipijp opnieuw. Dan wordt de montage van de pijpen eleganter met een caoutchouc roer gemonteerd met een nikkel busje als meest kenmerkend. Deze verandering komt voort uit de moderne pijpen van bruyère die een belangrijke concurrent worden. Geleidelijk verschuift de vormgeving van gedecoreerd naar een scherpe, moderne modellijn gericht op het pijpmodel zelf. Ook in die stroming is Gambier toonaangevend, zij het hier niet initiërend. Opnieuw is het een verandering noodzakelijk om de afnemende marktvraag een halt toe te roepen.

Het is onterecht dat de Franse kleipijp synoniem wordt gesteld aan Gambier, want ook veel andere fabrieken zijn buitengewoon verdienstelijk geweest. Toch is het wel begrijpelijk dat Gambier voortdurend als belangrijkste fabriek wordt aangehaald en wel om de volgende reden. Gambier vestigde een stijl die zij bijna een eeuw trouw bleven. Waar de andere fabrieken kortlopende modekenmerken vertonen die tot fasering leidt, werkte Gambier op dezelfde voet onveranderlijk door. Het diepgaande assortiment in een constante, optimale kwaliteit met keuze voor iedereen was voor een brede groep rokers aansprekelijk. Dankzij hun marketing wist Gambier al voor 1850 een merknaam op te bouwen. Ondanks dat is het zeker niet terecht dat Gambier in de rangrode van fabrieken een positie vóór Fiolet uit Saint-Omer krijgt, die als productiebedrijf veel belangrijker is geweest.

Nomenclature

Literatuur
Don Duco, Modellenbestand van de pijpen van de firma Gambier in Givet, Frankrijk, Amsterdam, 1978 e.v.
Don Duco, "De historie van de Gambier-fabriek", Pijpelijntjes, VI-2/3, 1980.
Don Duco, "Materiaal, vorm en versiering van de Gambierpijp", Pijpelijntjes, VII-2/3, 1981.
D.H. Duco, Vve. Hasslauer Successeur de Gambier; Fabrikantencatalogus uit 1868 voorzien van historische inleiding en verklarend naamregister door D.H. Duco, Leiden, 1987.
Don Duco, Century of Change, the European clay pipe its final flourish and ultimate fall, 1830-1940, Amsterdam, 2004, p. 16-23, 43-48, 67-74, 88.
Jean-Léo, Les pipes en terre françaises, du 17me siècle à nos jours, Bruxelles, 1971.
Léon Voisin, Les pipes en terre de Givet; petite étude de géographie locale, Givet, c. 1950.

1

Afbeeldingen 1 / 6

Vroege portretkop met duivel
Sint Antonius met schedel en draak
Steelpijp met dierenafbeelding
Portretpijp van een stierenvechter
Janklaassenfiguur met plooikraag
De meest algemene: de Jacobpijp