Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 0,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
home > thema's > franse figurale pijp

Fabrieken

Maison Bonnaud en consorten

Bonnaud Fils

Periode: 1824-1958

Adres: 4 Pont-de-Vivaux, Quartier Saint-Loup, Marseille (Bouches-du-Rhône)

Eigenaren:
Alphonse Bonnaud 1824-1857 Hippolyte Alphonse Bonnaud 1857-1865 Hippolyte Alphonse Bonnaud en Hippolyte Joseph Marius Bonnaud als Bonnaud Frères 1865-1875 Joseph Bonnaud als Bonnaud Fils 1875-1883 Société Bonnaud Fils & Cie 1881- Antoine Bonnaud als Bonnaud Fils/Maison Bonnaud 1898-1935>

Hippolyte Léon Bonnaud

Periode: 1875-1955

Adres: 16 Rue de la République, Marseille (Bouches-du-Rhône)

Eigenaren:
Hippolyte Léon Bonnaud als Hippolyte Léon Bonnaud 1875- J. & Ph. Gasquet als Hippolyte Léon Bonnaud Philippe Gasquet als Hippolyte Léon Bonnaud -1955

Geschiedenis
Maison Bonnaud wordt in 1824 gesticht door Alphonse Bonnaud. Gevestigd in een havenplaats aan de Middellandse zee richt de fabriek zich op een specifiek product. Het modellengamma laat twee stromingen zien: de lokale stijl bepaald door de krappe beurs van de consument en de exportlijn in de sfeer van wat in het Middellandse zeegebied gebruikt wordt. Beide producten kenmerken zich door eenvoudige maakbaarheid binnen het vaste concept van de manchetkop. De aanduiding fabricant de pipes Marseillaises waarmee Bonnaud zich kwalificeert duidt dus niet op de grove kortgesteelde pijp die al meermalen ter sprake kam maar op een nog eenvoudigere manchetkop.

Hoewel Bonnaud meer dan een eeuw bestaan heeft, is de bedrijfshistorie slechts vagelijk bekend. In ieder geval is de fabriek Bonnaud nooit uitgegroeid tot een groot bedrijf want daarvoor ontbrak de ondernemersgeest. In de beste jaren verdienen er zo'n dertig werknemers hun brood, bijna op het nivo van de huisnijverheid. Het fabriekscomplex is eenvoudig met gebouwen in een L-vorm. Gedurende de zomermaanden werkt men vaak op de binnenplaats in de openlucht en die arbeidsomstandigheden gaan niet samen met een hoogwaardig product.

Van Bonnaud zijn enkele deponeringen van modelontwerpen bekend. Deze inschrijvingen lopen overigens door tot aan de Eerste Wereldoorlog, maar lijken nauwelijks een octrooi waard. De nieuwe registraties zijn slechts variaties op de gangbare ontwerpen. Het betrekkelijk grote aantal octrooien kan overigens te maken hebben met de afscheiding van Hippolyte Bonnaud die vanaf 1875 in dezelfde stad een eigen fabriek opzet en het moederbedrijf beconcurreert.

Deze afsplitsing van Bonnaud Fils onder de naam Hippolyte Léon Bonnaud typeert de individualist uit de familie die zijn eigen gang gaat en een zelfstandig bedrijf sticht met de vakkennis uit het familiebedrijf. In dit geval oogst de stichter succes ondanks het feit dat gemarkt wordt met hetzelfde product als het moederbedrijf. Na twee eigendomswisselingen sluiten beide fabrieken vrijwel tegelijkertijd.

Kenmerken van de producten
Het assortiment van Bonnaud is specifiek voor Zuid-Frankrijk en wijkt af van wat elders in Frankrijk aan pijpen wordt geproduceerd. Het product is kenmerkend voor de kleinere regionale pijpenmakerijen, waardoor we kunnen spreken van een Zuid-Franse of zelfs mediterrane smaak. Het eerst dat opvalt is de grondstof, geen witbakkende pijpaarde maar roodbakkende klei of zelfs bruin. Ten tweede worden vrijwel uitsluitend manchetpijpen gemaakt binnen een beperkt gamma: klein, compact, nauwelijks figuraal en alles te monteren aan dunne rietstelen. Hiermee sluit de productie aan bij de rookgewoonte in Italië, Sicilië of zelfs het Nabije Oosten. Het meest exotisch zijn de tsjiboeken en de kiefpijpen uit de Oost-Europese en Noord-Afrikaanse culturen. De geciviliseerde productie van steelpijpen in witte klei blijft hier dus buiten beeld.

De standaard rode pijpenkoppen worden afgewerkt met een flinterdun laagje transparante lak. Wanneer het om hogere kwaliteiten gaat, is sprake van glaaswerk. Daarnaast wordt dikwijls bruinbakkende klei gebruikt die een slag luxer is en in de verkoop veel duurder. Vooral de betere, bruine pijpen worden zorgvuldig met agaatsteen geglaasd. Veel pijpen krijgen vervolgens nog een nabehandeling met bronsverf die aangeduid wordt met doré ofwel verguld. De meest exclusieve pijpen zijn opgeschilderd in meerkleurenpalet en hebben een bont uiterlijk.

De tint van de klei is veelal een indicatie van de ouderdom van de pijp, gemiddeld geldt dat lichter ook recenter is. De meeste producten worden van een gestempeld merkteken voorzien, waarbij Bonnaud Marseille al dan niet met de vermelding déposé het meest algemeen is. Daarnaast draagt het leeuwendeel van de producten ter onderscheid modelnummers in reliëf. Bij bestelling is dat handig al staan talloze nummers zo slordig op de pijp dat dit dikwijls tot verwarring zal hebben geleid.

Het assortiment van Hippolyte Léon Bonnaud wijkt nauwelijks af van dat van het moederbedrijf. Gemiddeld gaat het om een iets frisser getinte pijpen, terwijl de modelvariatie wat minder breed en vooral sterker gestandaardiseerd is. Het kleine spul zoals de kiefpijpen en de mini-sigarenhouders in oneindige variëteiten ontbreekt echter. Het lijkt erop dat de oorspronkelijke fabriek alle orders aanpakte terwijl Hippolyte eerder het renderende luxere product verkoos te maken.

Nomenclature

Literatuur
Don Duco, Century of Change, the European clay pipe its final flourish and ultimate fall, 1830-1940, Amsterdam, 2004, p. 86. Maurice Raphaël, La pipe en terre à Marseille, 2003.

Morelli

Periode: 1848-1948>

Adres: 2 Rue Noailles, Marseille (Bouches-du-Rhône)

Eigenaren: Jean-Baptiste Morelli 1848-1864 Louis Morelli 1864-1887 Jean-Baptiste Gazan 1887-1899 Vve. J.-B. Gazan 1899-1903 Joseph Gazan 1903-1952

Geschiedenis
De fabriek Morelli wordt in 1848 door ene Jean-Baptiste Morelli gesticht. Dit bedrijf onderscheidt zich al gauw van bijvoorbeeld Bonnaud door een eigen productlijn gekenmerkt door een zeer geringe modelvariatie in een duidelijk hoger kwaliteitssegment. Door het beperkte scala aan producten is het bestaansrecht van deze fabriek onduidelijk. Toch bedient ieder bedrijf met zijn specialisatie een bepaald marktsaandeel en dat geldt ook voor Morelli. Daarnaast vervullen al deze Zuid-Franse bedrijven een handelsfunctie en wanneer orders voor afwijkende pijpensoorten worden ontvangen, besteedt men deze uit. Morelli sprak daarvoor vaak Bonnaud aan, maar ook de pijpenmakers in Saint-Quentin-la-Poterie zoals Job Clerc.

Over de fabrieksgeschiedenis is bar weinig bekend. In 1858 deponeert Morelli twee merknamen: Morelli Déposé en Marque Morelli, beide gezien de taal vooral gericht op de Franse klant. Die Franstalige afnemer blijkt ook uit de aard van het product dat door de hoge kwaliteit betrekkelijk duur is en dus ongeschikt voor export. In 1903, meer dan veertig jaar later, volgt nog de deponering van het merk Morelli Déposée Marseille. De toevoeging Marseille, aanvankelijk vooral een aanduiding voor de eenvoudige Franse steelpijp, geeft hier aan dat de manchetkop inmiddels meer representatief is geworden voor de productie in Zuid-Frankrijk. Naast de verkoop van eigen producten en pijpen gemaakt in opdracht bij lokale bedrijven grossiert Morelli in importpijpen uit Istanbul, waarmee het oosterse aspect van het assortiment gecompleteerd wordt.

Kenmerken van de producten
De fabriek Morelli voert een zeer specifiek assortiment. Het gaat om een beperkt gamma aan modellen dat naadloos aansluit bij de pijpen uit de andere bedrijven in de regio: manchetkoppen met een cilindrische ketel en oplopende steel. Vier van deze cilindrische koppen hebben een ronde onderzijde en vier vertonen een driezijdig afgevlakte onderkant. Daarnaast bestaan er aanvullende pijpmodellen die tot het genre Constantinoples behoren: rondbodemmodellen met een verzwaarde ketelonderzijde geïnspireerd op de pijpen uit de tophanenijverheid van Istanbul. Het gaat om kleipijpen in de Ottomaanse stijl, standaard voorzien van een gestempelde decoratie zoals in de Turkse en Arabische landen gebruikelijk was. Zij worden verkocht onder de naam Pipes Morelli du Levant. Dit product is vooral geschikt voor de West-Europese roker die naar een exclusieve oriëntaalse uitstraling op zoek is.

Kenmerkend voor Morelli is de volmaakte afwerking van de kleipijpen en daarmee zijn zij voor Marseille uniek. De pijpen hoe eenvoudig ook zijn altijd modelzuiver en zorgvuldig nabehandeld. Vooral aan het glazen wordt veel aandacht besteed. Verder zijn de pijpen doorgaans in de luxe bruine kleur uitgevoerd die droog roken garandeert, terwijl bij de andere fabrieken vooral de roodbakkende klei overheerst. De luxe bruine uitvoering kost overigens het dubbele.

De meest exclusieve pijpen zijn de pipes Morelli dorées, die na het bakken over de ornamentele decoratie verguld worden, zoals dat ook in de Levant gebruikelijk was. Op bestelling kunnen de pijpen ook met opschriften worden geleverd, zowel in de klei gestempeld als in bladgoud op het gladde oppervlak. Deze pijpen zijn vooral als reclame-item populair geworden of als geschenkpijp op naam. Voor deze decoratie ontwikkelt men een speciale techniek die met de grootste zorg is uitgevoerd en de hoge kwaliteit van het product onderstreept. Veel pijpen worden afgemonteerd met bamboe roeren voorzien van een glaspasta mondstuk dat sterk op barnsteen lijkt. Een passende foedraal met leren buitenzijde en fluwelen interieur wordt op verzoek bijgeleverd.

Een opmerkelijk product en atypisch voor het assortiment van Morelli wordt in november 1859 gedeponeerd en draagt de historische naam Jean Bart. Opnieuw gaat het om een manchetpijp maar nu met een reliëfdecoratie aan weerszijden van de ketel bestaande uit een staand ovaal omgeven door gestileerd ornamenteel bladwerk. In dat ovaal wordt een camee-achtige voorstelling van de befaamde Franse kaper Jean Bart geplakt in een contrasterende kleur. Ook hier betreft het een product voor de Franse roker. Andere deponeringen zijn van Morelli niet bekend.

Nomenclature

Literatuur
Don Duco, Century of Change, the European clay pipe its final flourish and ultimate fall, 1830-1940, Amsterdam, 2004, p. 86.
Maurice Raphaël, La pipe en terre à Marseille, 2003.

1

Afbeeldingen 1 / 6

Eenvoudige Turkenkop in rode klei
Francia uitgevoerd in bruine klei
Cafépijp in Zuid-Franse afwerking
Manchetkop in de lokale smaak
Grote kop met gestempelde decoratie
Rode tsjiboek naar Turks voorbeeld