Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
home > thema's > franse figurale pijp

Fabrieken

Job Clerc

Periode: 1880-1970

Adres: Saint-Quentin-la-Poterie (Gard)

Eigenaren: Job-Mouton Clerc 1880-1935 erven Job Clerc 1935-1940 A. en B. Therond-Clerc 1940-1963 Joseph Augoyard 1963-1970

Geschiedenis
In de plaats Saint-Quentin-la-Poterie in Zuid-Frankrijk zijn al vanaf het begin van de negentiende eeuw kleinere pijpenmakerijen gevestigd. De fabriek van Job Clerc is in dit milieu ontstaan. Job Clerc is aanvankelijk een rondtrekkende reiziger die de regionaal gemaakte producten verkoopt. Vanaf 1883 start hij naast zijn handelshuis een eigen pijpenmakerij waar in de eerste jaren zo'n tien personen werken. Het is een typisch lokaal bedrijf werkend in een stijl kenmerkend voor de Zuid-Franse pijpenmakerijen. Bij dergelijke werkplaatsen gaat het niet om de elegante steelpijp met afgewogen model maar vooral om eenvoudige producten die in de sfeer van de huisnijverheid tot stand komen. Het product wordt lokaal gerookt, maar is ook voor export geschikt.

De kaft van de catalogus van Job Clerc uit 1899 toont het fabriekscomplex, vermoedelijk als gebruikelijk is iets groter dan in werkelijkheid. Hoewel provincialer van opzet is de uitleg van de fabriek sterk vergelijkbaar met die van Blanc-Garin in Givet. Het gaat om een ommuurd complex met langs twee kanten werklokalen voor de diverse productiehandelingen. In die periode is het werknemersaantal toegenomen tot vijftien personen. Ook het assortiment is verbreed door allerlei bijartikelen, massagoed voor een eenvoudige klantenkring. Wanneer de export toeneemt met name door contacten met de Verenigde Staten kan het personeelsaantal groeien. In de beste jaren, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werken er maximaal 36 personen.

Net als andere pijpenfabrieken, die op de consument indruk proberen te maken met bijzondere ontwerpen en speciale kleisoorten, lanceert Job Clerc onder de aanduiding terre de Serves een verfijnd product dat dicht bij de kwalitatief betere pijpen van Victor Belle ligt. Met dergelijke deponeringen moet het lokale product een hogere status krijgen. In 1892 wordt het tekstmerk Job Déposé geregistreerd bedoeld om zijn merknaam breder te adverteren. In die tijd neemt ook de vertegenwoordiging van Job vloeipapier als nevenartikel een hoge vlucht.

Bijzonder is dat Job Clerc in de latere tijd succesvol is ondanks de krimpende markt. In 1929 werken er nog twintig personen. Dankzij het wegvallen van de prestigieuze fabrieken in het noorden van Frankrijk in de jaren 1920 en het bedrijf van Victor Belle in 1934 kan Job Clerc het langer uithouden. De orders van de faillerende fabrieken kunnen door de overblijvende bedrijven gedeeld worden naar rato van productiecapaciteit en productuitstraling. Dat gegeven zorgt er voor dat Job Clerc na diverse kleine overnames zijn poorten pas in 1970 definitief moet sluiten.

Kenmerken van de producten
De steelpijpen van Job Clerc kenmerken zich door hun eenvoudige vormgeving en zijn karakteristiek voor de regio. Weliswaar tonen zij een grotere variatie dan bij Victor Belle, maar de pijpen van Clerc zijn daarentegen minder goed afgewerkt. Na 1880 hebben de kenmerkende Goudse modellen met de ovale koppen en de borraines als tegenhanger hun marktwaarde verloren. Bovendien waren zij bij de Zuid-Franse roker altijd al minder geliefd. Niet verwonderlijk dus dat in het assortiment de lokale modellen overheersen waarvan het bekendste product de marseillaise is, een billiardvormige kromkop met korte stevige steel. Zij worden geheel eigen aan de Franse bedrijven in een serie opeenvolgende formaten geleverd.

Als assortimentsaanvulling worden enkele steel-figuurpijpen geboden voor wie een origineler product wil roken. Deze relatief kleine categorie benadrukt dat de fantaisie, de gefigureerde kleipijp geen algemeen gebruiksartikel meer is. Qua luxe lijn is er nog de geëmailleerde steelpijp met de mille-point decoratie, die ook hier sterker aan die van Victor Belle gerelateerd is dan aan de pijpen van de toonaangevende fabrieken. Overigens vertonen de assortimenten van Victor Belle en Job Clerc met hun regionale karakter een grote gelijkenis. Daarmee contrasteert het assortiment sterk met het klassieke en degelijke aanbod van de twee dan nog functionerende pijpenfabrieken: Fiolet en Gambier.

In de serie manchetkoppen zien we nog sterker de kenmerkende Zuid-Franse eenvoud terug. De meeste pijpenkoppen zijn klein van formaat en overwegend onversierd. Cilindrische koppen en hielloze bekermodellen, al dan niet aan de onderzijde driezijdig afgevlakt, maken het leeuwendeel van de omzet uit. Varianten tonen simpele decoraties bijvoorbeeld met eenvoudige duigen van een ton of een geometrisch ornamentje. Het meest simpel is de kiefpijp bedoeld voor export, die ook in Marseille bij grote aantallen wordt gemaakt.

De reeks manchetkoppen omvat ook enkele gezichtpijpen van algemene typen als le matelot, la japonaise, vieil arabe, le tonquinois en meer. De modellering van deze producten blijft ondermaats en het is daarom begrijpelijk dat voor algemene karakterkoppen wordt gekozen. Bestaande personen worden slechts bij uitzondering gemaakt zoals de portretten van général French en général Joffre, waarvan de herkenbaarheid indertijd snel voldoende was dankzij de fixatie van de roker. Toch ontbreken bij deze twee portretkoppen de persoonlijke karaktertrekken. Het geheim van een treffende gelijkenis lag in de artistieke kwaliteit van de vormmaker en die was in Saint-Quentin niet te vinden.

Een belangrijk onderdeel van het assortiment is de Jacobpijp met een reeks van maarliefst acht oplopende formaten. Het grootste exemplaar draagt een maantje op de tulband zoals Fiolet dat deed, de andere zijn voorzien van een lint met opschrift Le Nouveau Jacob. Met dat aanbod overtreft Job Clerc zijn concurrenten in de regio ruimschoots. Dat men deze serie up to date houdt bewijst de aanvulling van rond 1900 met exemplaren met een modernere montage van een metalen busje.

Een kwart van het assortiment van Job Clerc bestaat uit articles pour surprises, nevenartikelen waartoe curiosagoed voor de plattelander. Daaronder rekenen we ook de kleine pijpjes die zowel als sigarenhouder dienst doen maar ook benut zijn als kinderspeelgoed. Een brede reeks wordt gevormd door bijartikelen van pijpaarde waaronder speelgoed en kermisgoed. Beroemd zijn de kakkertjes en de vogelfluitjes, die gevuld met water het geluid van een koekoek geven. Ook schietfiguurtjes voor circustenten behoren tot die categorie. Van sommige voorwerpen is bekend dat de persvormen van andere fabrieken zijn overgenomen, heel onverwacht zelfs van Duméril.

Nomenclature

Literatuur
Don Duco, Century of Change, the European clay pipe its final flourish and ultimate fall, 1830-1940, Amsterdam, 2004, p. 75, 79-81, 84.
André & Mariette Leclaire, Les pipes en terre Job Clerc, Bagnols-sur-Ceze, z.d.

1

Afbeeldingen 1 / 6

Sigarenhouder met liggende leeuw
Figuurpijp in de vorm van een laars
Eenvoudige portretkop in rode klei
Portretpijp van generaal Joffre
Bruine klei met vergulde decoratie
De grote Jacob met schilderemail