Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
home > thema's > franse figurale pijp

Fabrieken

Gisclon

Periode: 1829-1883

Adres: Rue d'Arras, Moulin-Lille (Nord)

Eigenaren: Victor Petit 1829-1848 Edmé Antoine Désiré Gisclon 1848-1875 Auguste Antoine Marie Gisclon 1875-1883

Geschiedenis
De firma Gisclon is in 1829 in Moulin-Lille gesticht, vermoedelijk door Victor Petit en komt onder diens leiding snel tot bloei. In 1848 wordt dit bedrijf door Edmé Gisclon gekocht op aandrang van zijn zwager Jean-Baptiste Dutel die een pijpenfabriek in Montereau bestierde. Spoedig volgt verdere uitbouw van deze fabriek. Met als voorbeeld de succesvolle bedrijven in Givet en Saint-Omer weet de nieuwe directeur een eigen koers te bepalen waarbij naast het bescheiden maar gevarieerde traditionele assortiment een modieuze lijn aan figuurpijpen wordt opgezet. Gisclon oogst met dit assortiment veel succes zowel op de Franse markt als met export.

De geslaagde opzet van Gisclon blijkt uit de deelname aan de Exposition Universelle in Parijs in 1855. Gisclon krijgt hier een medaille tweede klasse uitgereikt. Om hun internationale bekendheid te vergroten sticht de firma depots in Parijs, Londen en New York. Helaas is de samenwerking tussen Gisclon in Lille en Dutel in Montereau onduidelijk. De twee zwagers lijken ieder een eigen ontwerplijn te volgen al is een objectieve vergelijking door gebrek aan bewaard gebleven pijpen niet goed mogelijk. Eveneens is onduidelijk of zij voor elkaar produceren. Na overlijden van Edmé Gisclon in 1875 wordt het bedrijf door diens zoon Auguste nog een aantal jaren voortgezet om in 1883 definitief te sluiten. Het overgrote deel van de fabrieksvoorraden en zelfs de overjarige persvormen worden op straat uitverkocht. Alleen de inventarisgoederen waarin men nog een economisch belang ziet brengt men naar Montereau over. Een deel van de incourante fabrieksvoorraad zou daar zo'n vijftien jaar onverkocht blijven staan.

De reden tot sluiting van de fabriek van Gisclon is de slechte gezondheid van de directeur, die zijn einde zag naderen. De algemene toestand in de pijpennijverheid is op dat moment zo ongunstig dat van overname geen sprake kan zijn. Een bijkomende reden is dat de assortimentsopbouw van de fabriek te sterk tijdgebonden is omdat deze al langere tijd bepaald werd door ad hoc verkoop. Hierdoor heeft de fabriek geen duidelijke identiteit opgebouwd met populaire modellen die een constante vraag genieten. In dat opzicht is Gisclon vergelijkbaar met de fabrieken in Rennes en Saint-Malo die op dezelfde wijze vrij plotseling ter ziele gaan.

Kenmerken van de producten
De stichter van de fabriek, Victor Petit richt zich vooral op de traditionele steelpijp en levert daarin een breed assortiment. Deze variëteit blijkt bijvoorbeeld uit de langste pijp die met een steellengte van 120 centimeter zelfs de Goudse zogenaamde meterpijp overtreft. Geheel overeenkomstig de Goudse traditie worden de lange producten zowel in gewerkte als gladgepolijste uitvoering geleverd. Duidelijk is dus dat de opbouw van het marktaanbod aanvankelijk van de Goudse pijpenmakers is afgekeken, de pipe microscopique incluis. In de tijd van Petit lijkt de keuze aan korte gefigureerde pijpen wel te bestaan maar niet werkelijk van belang te zijn.

De overname van de fabriek door Edmé Gisclon betekent een drastische koerswijziging. Onder invloed van zijn zwager Jean-Baptiste Dutel uit Montereau verschuift het accent van de langere soorten naar de Franse figuurpijp. Reeds kort na 1850 geeft de catalogus zo'n 250 modellen aan waarin de figurale steelpijp nadrukkelijke aanwezig is, al domineert het oorspronkelijke product nog. In de twintig jaren die volgen wordt de lijn van de figurale pijp verder uitgebouwd. De tweede catalogus uit circa 1875 vermeldt meer dan 1200 modellen!

De nieuwe loot van fantaisies is tamelijk breed georiënteerd en het is opvallend dat de uitwerking sterk wisselend is en niet binnen een vast concept valt. Het modelé is minder scherp en niet zo expliciet als bij Gambier en dat draagt helaas niet bij aan de herkenbaarheid van de voorgestelden. Veel modellen zijn daarom algemeen van onderwerp met als afnemer de gemiddelde, weinig kritische roker. Toch wordt de actualiteit in het product niet vergeten: een schaars aantal vorstenportretten en zelfs enkele personen uit de buitenlandse politiek bedoeld voor export. Kwalitatief is het product van Gisclon goed, maar in de latere periode is de afwerking van de pijpen wat aan de magere kant. Naast aantrekkelijke meer afgeronde ontwerpen zien we pijpen die sterker vanuit het graveren zijn vormgegeven. Het lijkt erop dat we de hand van verschillende ontwerpers en vormmakers herkennen.

De catalogus van Gisclon uit 1875 is de belangrijkste bron om het product te leren kennen. Dit boekwerk is chronologisch van opzet en hieruit spreekt een duidelijke periodisering, waardoor we een helder beeld krijgen welke modellen men jaarlijks aan het assortiment heeft toegevoegd. De ontwerper-vormmaker laat zich steeds inspireren door nieuwe onderwerpen waarvan dan een kleine serie wordt gemaakt. Zo is er de reeks wapenpijpen met in hoogreliëf op de steel een naar links gekeerd heraldisch wapen. Een mooi voorbeeld van een speciaal item maar zeker niet praktisch in gebruik.

In 1858 heeft Edmé Gisclon een probleem met een pijpmodel dat de naam coq sur poule heet en waarbij wij ons wel kunnen voorstellen waarom het gaat. Volgens de publieke opinie schendt dat model de goede zeden en moeten de pijpen worden vernietigd. Overigens brengt hij in zijn catalogus wel meer pikanterieën zoals een serie cyclopen die tot gezichten omgetoverde bilpartijen laten zien. Geheel anders is een manchetkop uit 1874 met het borstbeeld van koning Willem III uitgevoerd in een treffend realisme. Gezien het Nederlandstalige opschrift op de steel is deze pijp bedoeld voor de Nederlandse roker.

Nomenclature

Literatuur
Don Duco, Modellenbestand van kleipijpen uit West-Europese fabrieken, Leiden, 1984 e.v.
Don Duco, Century of Change, the European clay pipe its final flourish and ultimate fall, 1830-1940, Amsterdam, 2004, p. 49-57.

1

Afbeeldingen 1 / 6

Jockey te paard in rode pijpaarde
Meerkleurige figuurpijp met soldaat
Geglazuurde pijp met locomotief
Willem III voor de Hollandse roker
Steelpijp met Nederlands wapen
Steelpijp met Janklaasen karikatuur

Collectie
Amsterdam Pipe Museum

Pijpen van Gisclon in het Amsterdam Pipe Museum