Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
home > thema's > franse figurale pijp

Fabrieken

Rennes

Rennes Crétal-Gallard

Periode: 1810-1870

Adres: Rue d'Antrain 37, Rennes (Ille-et-Vilaine)

Eigenaren: Jacques-François Crétal 1810-1829 Rose Désiré Guitau, veuve Crétal 1829-1850 Auguste Crétal 1850-1853 Auguste Crétal & Eugène Gallard 1853-1863 Jumel 1863-1870

Rennes Crétal-Picard, Picard

Periode: 1855-1870

Adres: Rue de Graillon (Rue des Trente), Rennes (Ille-et-Vilaine)

Eigenaren: Jean-Baptiste Crétal 1855-1864 Alexis Picard 1857-1864

Geschiedenis
De fabriek Crétal wordt in 1810 door Jacques-François Crétal opgezet. Na vijftien jaar voorspoedige groei verhuist het bedrijf in 1825 naar de Rue d'Antrain waar het een groter pand betrekt. Uit 1829 zijn wij nader over de fabriek geïnformeerd omdat vanwege het overlijden van de stichter een bedrijfsinventaris wordt opgemaakt. De omvang van de fabriek blijkt dan ondermeer uit het vormenbestand: men bezit 112 persvormen, waarvan naast veel oude en enkele nieuwe vormen ook negentien figurale vormen genoemd worden. Dat betekent dat het bedrijf op dat moment zowel qua omvang als wat betreft de productie vergelijkbaar is met Blanc-Garin uit Givet.

De weduwe van Jacques-François Crétal neemt de leiding over en de groei van de fabriek blijkt door te gaan. In 1842 vraagt de weduwe, inmiddels in het bedrijf gesteund door haar zoon Auguste, toestemming tot het plaatsen van een tweede oven. Dan werken er 160 personen en moet de jaarproductie op minstens vijf miljoen pijpen gelegen hebben. In 1850 legt de weduwe de overname van het bedrijf aan haar zoon Auguste vast. Die eigendomsverandering brengt de fabriek in woelige wateren. De oudere broer van Auguste, de advocaat Jean-Baptiste Crétal, lijkt het met de overdracht van de fabriek niet eens te zijn en begint een offensief. Gelijktijdig zoekt Auguste financiële steun en associeert zich in 1853 met ene Eugène Gallard; op dat moment verandert de fabrieksnaam in Crétal & Gallard. De groei van de fabriek gaat nog altijd door en het arbeidersaantal is inmiddels tot 200 personen opgelopen, terwijl de jaarproductie rond de tien miljoen pijpen ligt. Niet verwonderlijk dat in 1854 een derde oven wordt geplaatst om de bakcapaciteit met het gestegen arbeidersaantal in overeenstemming te brengen.

In 1855, een jaar na het uitbreiden van de fabriek, brandt een deel van het bedrijf uit. De schade blijkt door de verzekering gedekt maar er ontstaan ernstige problemen met de omwonenden. Zij verzetten zich tegen het brandgevaarlijke bedrijf en het lijkt erop dat Jean-Baptiste Crétal, de broer van Auguste achter deze actie zit. Inmiddels sticht deze oudste broer zelf een pijpenfabriek in Rennes, die gedreven wordt door zijn schoonzoon Alexis Picard. Moeten we deze oprichting als een protest zien tegen zijn jongere broer die in de gelegenheid werd gesteld het voorouderlijke bedrijf over te nemen? Kort daarop sticht dezelfde broer ook nog een tweede pijpenfabriek en wel in het nabij gelegen Saint-Malo. Beide nieuwe bedrijven gaan Auguste Crétal beconcurreren. Niet verwonderlijk dat Auguste en zijn zakenpartner een moeilijke tijd tegemoet gaan. Uiteindelijk zal dat er in 1863 toe leiden dat zij hun faillissement moeten aanvragen. Dan volgt overname van het bedrijf door ene Jumel, maar het is onduidelijk of de fabriek daarna nog verder produceert.

De nieuwe fabriek van Jean-Baptiste Crétal wordt in 1855 gevestigd in de Rue de Graillon en draagt de naam Crétal-Picard. Reeds na enkele jaren wordt vooral de naam Picard vermeld, omdat deze voor de feitelijke bedrijfsvoering verantwoordelijk is. Bij de start maakt het bedrijf gebruik van overlopende arbeidskrachten van de oude fabriek, maar daarnaast trekt de fabriek ook werknemers van elders aan, waaronder bijvoorbeeld acht lieden uit Givet. In 1857 zijn beide bedrijven samen goed voor een jaarproductie van twintig miljoen pijpen, een aanzienlijke stijging vergeleken bij een decennium eerder, toen het jaarcijfer met één fabriek nog op 10 à 11 miljoen pijpen lag. Om onduidelijke redenen vindt rond 1860 een snelle achteruitgang in de pijpennijverheid plaats. Daarbij lijkt het dat Jean-Baptiste Crétal van het toneel verdwijnt en Picard een nieuwe associé vindt. De fabriek werkt vermoedelijk sterk afgeslankt door, doch sterft uiteindelijk een stille dood. Enig productiemateriaal gaat over naar Dutel in Montereau.

Kenmerken van de producten
Dankzij opgravingen van het in 1855 uitgebrande complex is een deel van de productie van Crétal-Gallard bekend geworden. Dat materiaal is qua uitstraling vergelijkbaar met het assortiment van Gisclon, al is de smaak wat sterker op de plattelands roker gericht dan op de consument in de stad. Zo zijn de wat langer gesteelde façon hollandaises na 1840 nog nauwelijks in het assortiment aanwezig maar grotendeels vervangen voor korte steelpijpen met kromkop ketels. In dat genre domineert de decoratieve lijn van eenvoudige knorrenpijpen tot producten met bladermotieven en ornamentele decoraties. In de categorie gefigureerde steelpijpen voert de fabriek een brede variatie aan onderwerpen soms in een modellering die sterker gedetailleerd is dan bij Gisclon.

In de manchetpijpen vertoont de productie zowel gelijkenis met Gambier als met de kleinere bedrijven, met andere woorden de variatie is groot. We zien bijvoorbeeld talloze portretkoppen in een scherpe wat opdringerige stijl met veel details terwijl de uitbeeldingen zelf juist eenvoudig van modellering zijn. Uitzonderingen daarop vormen enkele bijzondere edities als de portretpijp van Alexander I of het borstbeeld van Béranger. Die ontwerpen getuigen wel van een prachtige sculpturale eenheid. Van een specifieke vormgeving is de figuurpijp van een man die rook uit zijn mond kan laten komen en waarvan de pijpenkop met een gedrukt messing dekseltje wordt afgesloten. De stijl van deze pijp wijkt sterk af van de overige producten.

Tegenwoordig zijn de pijpen van Crétal-Gallard buitengewoon zeldzaam, een beeld dat overeenstemt met bedrijven als Gisclon en Blanc-Garin. De fabrieken zijn te lang geleden gesloten waardoor het materiaal gebruikt, gebroken en weggegooid is. Over de productie van Alexis Picard zijn wij beduidend minder goed geïnformeerd. Zijn assortiment bestaat uit eigen scheppingen al is de stijl sterk vergelijkbaar met het product van de Rue d'Antrain. Het meest bijzondere stuk van Picard is een gelegenheidspijp gemaakt bij het bezoek van de keizer en zijn familie aan Rennes in 1858. Deze uitzonderlijke pijp van groter formaat kan zelfstandig staan op een voetstuk dat onderdeel van het ontwerp is. De zorgvuldig gecomponeerde decoratie toont het stadswapen en de portretten van de keizer en keizerin samen met de jeugdige troonsopvolger. Aan de voet is een adelaar met gespreide vleugels te zien. Vermoedelijk is Picard ook de maker van een reeks verfijnde portretkoppen met manchet voorzien van het merk CPB waarachter Crétal, Picard en Boucher schuil gaan. In hoeverre Boucher dezelfde persoon is die later als firmant van Dutel bekend wordt, blijft onduidelijk.

Nomenclature

Literatuur
B. Lebeau, 'La piperie Cretal-Gallard contribution à l'étude de l'industrie des pipes en terre à Rennes au XIXème siècle', Mémoire de Bretagne de la Société d'Histoire et d'Archéologie, Tome LXV, 1988, p 164.

1

Afbeeldingen 1 / 6

Figuurpijp met messing dekseltje
Onbekende historische portretkop
Satire op de tsaar en de Krimoorlog
Minipijpenkop met matrozenportret
Vaasvormige kop met keizersportret
Pijpenkop vormgegeven als mortier

Collectie
Amsterdam Pipe Museum

Pijpen uit Rennes in het Amsterdam Pipe Museum