Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
home > thema's > franse figurale pijp

Pijpen met flora, fauna en voorwerpen

Etalagepijpen

De categorie pipe d'étalage hoort strikt genomen niet in dit hoofdstuk thuis omdat het om een pijp met een speciale gebruiksfunctie gaat en niet een thema van decoreren betreft. De etalagepijp is het showmodel van zeer fors formaat en kwam bij de portretpijp al zijdelings ter sprake. Het gaat niet om een pijp om uit te roken, maar om een presentatiestuk bedoeld om aandacht mee te trekken en reclame te maken. Zij werden door de fabrikant verstrekt om de normale gebruikspijpen te adverteren en zo de verkoop te stimuleren. Niet verwonderlijk dat veel etalagepijpen dan ook niet functioneel zijn. Voor het zicht zijn wel openingen in ketel en steel aangebracht, waardoor deze als pijpenkop herkenbaar blijft, doch vaak ontbreekt de verbinding tussen beide onderdelen zodat de pijp niet gerookt kan worden. Etalagepijpen zijn de ultieme uiting van de figuratie in de pijp omdat ze vanwege hun grote formaat nog sterker een sculptuur benaderen.

Het formaat van de etalagepijp sluit aan bij de grootste soort rookpijpen. Er zijn dan ook voorbeelden van grote gebruikspijpen bekend die uitsluitend als pronk gediend hebben terwijl andersom er ook etalagepijpen bestaan die dikwijls gerookt zijn. Anders dan in bijvoorbeeld Nederland was voor de Franse pijpenmakerijen een sterk figurale uitvoering van zo'n pijp bijna een voorwaarde, in alle gevallen resulterend in een portretkop, op één uitzondering na. De onderwerpskeuze is doorgaans gespiegeld aan de gewone tabakspijp waarvoor zij model staat. Omdat etalagepijpen nooit afgebeeld zijn in catalogi heeft dat geleid tot verwarring over wie ze voorstelden. De verwisseling van Juno voor Dionysos kwam al ter sprake.

De vroegst bekende etalagepijp is door Fiolet gemaakt en is een nog wat primitieve portretpijp met het borstbeeld van een oosterse man met kleine snor en tulband, op de sokkel vertoont de pijpenkop geborduurde kledingboorden. Qua formaat is deze pijp nauwelijks groter dan de gewone grote gebruikspijp al verwijst de vormgeving wel naar de functie als pronkpijp. De basis van de ketel is namelijk rechthoekig verzwaard en aan de onderzijde afgevlakt om het voorwerp stabiel te kunnen neerzetten. Om de verwarring compleet te maken, moet vermeld worden dat juist de hier besproken pijp als gewone rookpijp intensief gerookt is. De datering van de pijp moet rond 1840 liggen. De persvorm werd later door Fiolet aan Dutel-Gisclon in Montereau overgedaan.

Uit dit voor de hand liggende ontwerp komt een meer majestueuze etalagepijp voort, die een fors stuk groter is en niet gerookt kan worden omdat de gemelde doorboring ontbreekt. Bij die pijp gaat het om het borstbeeld van Abd-El-Kader. De pijp is een onveranderde vergroting van de populaire standaardmodellen die van deze Arabische emir in omloop waren. Zo zorgde deze etalagepijp voor de volmaakte aansluiting bij het actuele handelsproduct. Aanvankelijk heeft deze pijp aan de onderzijde nog de Herculeskop om de onoverwinnelijke macht van de voorgestelde te benadrukken, later wordt dit veranderd in een wat saai maar zeer praktisch standvlak om de pijp gemakkelijker te kunnen neerzetten. Interessant is dat hetzelfde pijpmodel zowel door Duméril als door Fiolet in omloop is gebracht. Onduidelijk daarbij is of Fiolet de persvorm tijdelijk aan Duméril uitleende of dat de pijpen in opdracht van Duméril bij Fiolet werden gemaakt.

De meest prestigieuze etalagepijp heeft hetzelfde thema maar is geheel anders uitgewerkt. Het betreft een latere versie van Abd-El-Kader uit circa 1855, nu als gebaarde man afgebeeld met buitengewoon treffende karaktertrekken. Opvallend bij dit ontwerp is de zware steel die rondom met renaissanceornamentiek is versierd. Voor de winkelier was het vlakke voetstuk handig om de pijp probleemloos in de etalage of in de vitrinekast te kunnen plaatsen. De persvorm is in het bedrijf van Blanc-Guyot & Garin gemaakt en ook deze vorm kreeg een tweede eigenaar want zij werd rond 1860 door Gambier overgenomen. De vroegste versies zijn dus van het Blanc-Garin merk voorzien, de latere exemplaren dragen het merk van Gambier. De firma Gambier heeft ook kleur in het product gebracht, door deze incidenteel met emailverf te beschilderen. Daarnaast is de pijp in rookbakkende klei gemaakt en in sommige gevallen zelfs voorzien van een bronskleurige patina.

Magnifiek en zeer tijdseigen is de set van twee ridderfiguren gemaakt door de firma Dutel uit Montereau, nog voor de associatie met Gisclon. Het gaat om uitbeeldingen van historische figuren gekleed in overvloedig geornamenteerde wapenrusting die uitstekend past bij de neorenaissance en de verheerlijking van de middeleeuwen van dat moment. Uniek aan deze pijpen is dat aan de onderzijde heel expliciet een draak gemodelleerd is met een afschrikwekkende gekrulde bultenrug waarvan de kop met geopende bek de steel met manchet vormt. Beide exemplaren dragen aan de onderzijde een signatuur die verwijst naar de schepper van de figuren, de beeldhouwer Robert Osmond die deze voorstellingen al een eeuw eerder had ontworpen. Osmond's werk is overigens veel vaker in kunstnijverheidsvoorwerpen verwerkt, zoals in pendules. Verwonderlijk bij deze pijpen blijft de expliciete vermelding van de ontwerper; zij zijn daarvan het enige voorbeeld. De twee persvormen zullen gemaakt zijn naar aanleiding van een nationale of internationale tentoonstelling.

Een exacte vergroting van een bestaande manchetpijp staat bekend onder de naam Balthazar maar stelt in werkelijkheid een nog ongeïdentificeerde pasja voor. Het gaat om een gemiddeld wat kleinere etalagepijp van een man met snor en lange baard, op het hoofd getooid met een tulband met aan de voorzijde een opvallende juwelen speld. Ook deze pijp is zowel aan de voor- als aan de onderzijde fraai uitgewerkt: aan de onderzijde is een saterkop aangebracht omrand door wingerdranken. Dat deze pijp balanceert tussen de gewone grote rookpijp en een presentatiestuk wordt bewezen door de gebruiksfunctie. Het hierbij afgebeelde exemplaar is intensief gerookt, terwijl uit een tabakswinkel in Givet vier van dergelijke koppen bekend zijn, die als bekroning van een zuil in het winkelinterieur bevestigd waren. Overigens produceerde Gambier van dit ontwerp ook een gewoon formaat pijpenkop geregistreerd onder modelnummer 748. Daarnaast is dit ontwerp in verschillende formaten in Thüringen nagemaakt, zij het dan voorzien van glazuur of verf.

Twee ontwerpen voor etalagepijpen zijn ontleend aan bestaande beeldhouwwerken. De presentatiepijp van Diane de Poitiers door Gambier is een regelrechte navolging van de renaissance sculptuur Diana d'Anet, toegeschreven aan Goujon, thans tentoongesteld in het Louvre. Overigens was de aanleiding deze pijp te produceren vermoedelijk de uitgave van de brieven van Diane de Poitiers in 1865. In diezelfde tijd verschenen ook bronzen borstbeeldjes als bibelots van haar. Dit is de enige etalagepijp die van een deksel is voorzien, waardoor de portretkop tot een volsculptuur wordt. Merkwaardigerwijs is opnieuw gekozen voor een onderzijde die aansluit bij de gewone pijp die dus voorzien werd van een decoratie en een opschrift. Hierdoor staat de pijp wankel en is lastig te presenteren. Over een eventuele sokkel kunnen we speculeren maar ik ben er nooit een tegengekomen.

Van dezelfde firma Gambier is de etalagepijp met het portret van Dionysos dat terugvoert op een klassiek beeld dat zich ook toen al eeuwen in het Capitolijns museum in Rome bevond. Hier is de toeschrijving van de voorgestelde lang en hardnekkig op Juno blijven hangen, terwijl toch echt een mannelijke persoon is uitgebeeld, hoe verwarrend de vrouwelijke gelaatstrekken van de Griekse hoogklassieke periode ook zijn. De tamelijk vlakke onderzijde maakt dat dit object min of meer zelfstandig kan staan zij het te ver achteroverleunend. Juist hiervan is een exemplaar bekend dat op een speciaal gesneden houten voet is geplaatst. Op die voet zijn wijnranken uitgesneden die de voorstelling van een Dionysosfiguur nog eens bevestigen.

Een uitzondering qua vormgeving is de pijp die wel wordt aangeduid met cinquantenaire. Hier is het standaardidee van de portretpijp verlaten en kwam men tot een ontwerp passend in de hype voor de neostijlen van dat moment met een overdaad aan motieven. Aan de voorzijde zien we een cartouche met de reclametekst "Pipes Gambier" met daar rondom drie personen: links een staande man, rechts een staande vrouw en aan de voorzijde onder het schild een zittend jongetje. Omdat de beide mannelijke figuren een pijp in de hand houden werd deze voorstelling altijd geïnterpreteerd als de drie werknemers van de fabriek: de jongen om te rollen, de man om te kasten en de vrouw om de pijpen af te werken. Een toepasselijke gedachte maar wie naar de kleding van de vrouw kijkt ziet dat deze toch echt te luxe is voor een fabrieksmeisje. De man draagt overigens wel een werkmanstenue. Opvallend aan deze pronkpijp is de ornamentiek die volmaakt rondom de pijp sluit met een grote afwisseling van rolwerk, schelpmotieven en banden waarbij de tussenruimte steeds opgevuld is met vegetatieve elementen. Kleurige emailstippen accentueren deze motieven.

Er is altijd beweerd dat deze pijp gemaakt zou zijn voor de elfde nationale expositie van industrie en landbouw gehouden in Parijs in 1849. Dit is echter onjuist want op de pijp staat de verdienstenmedaille van die tentoonstelling afgebeeld en uiteraard kreeg Gambier die pas na deelname en zeker niet vooraf. Praktisch aan dit ontwerp zijn de drie lofvormen aan de onderzijde waarop de pijp kan staan, zij het niet erg stabiel.

Zoals de Franse benaming pipe d'étalage en vooral de variant pipe de présentation al aangeeft, gaat het om prestigieuze pijpen die alleen de grotere fabrieken zich konden veroorloven. De aanleiding voor het ontwerp en de productie van de vele kilo's zware messing vorm was doorgaans een speciale presentatie bijvoorbeeld de deelname aan een nijverheidstentoonstelling waar de firma zich goed wilde laten zien. Daarna werd de etalagepijp breder verspreid onder de belangrijke afnemers en strategisch gekozen winkels. Hoewel altijd in een beperkt aantal gemaakt, zijn er relatief veel exemplaren bewaard gebleven. Niet verwonderlijk want zij liepen als pronkstuk beduidend minder risico dan een gewone gebruikspijp. Zij konden jarenlang in de etalage, de vitrinekast of op een winkelkast te pronk staan om zo ongemerkt te verouderen.

1

Afbeeldingen 1 / 8

Kleine etalagepijp met Turkenkop
Oudste versie van Abd-El-Kader
Polychrome latere Abd-El-Kader
Portretbuste van Abd-el-Kader
Portretbuste naar Osmond
Bebaarde pasja met saterkop
Dionysos met lint in het haar
Etalagepijp in wervelende stijl