Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
home > thema's > franse figurale pijp

Het modebeeld

Eind van de figuurpijp

Tussen 1900 en 1925 verdwijnt de figurale pijp van de markt. Dat gebeurt niet van het ene op het andere moment, maar geleidelijk. Voor de ondergang van de figuurpijp zijn drie sterk uiteenlopende redenen. De kleipijp is niet langer modieus en daar waar zij het poogt te zijn is sprake van herhaling van wat al eerder gedaan was. Daarnaast ontstond er een toenemende concurrentie in pijpen van andere materialen terwijl er bovendien andere wijzen van roken kwamen zoals de sigaar en vooral de sigaret. Tenslotte was de techniek waarin men werkte voor veel arbeiders geen uitdaging. Het pijpenmaken was relatief zwaar terwijl de verdiensten onder sterke prijsdruk stonden. Het mechaniseren van het ambacht bleek niet mogelijk. Zodoende werd het steeds moeilijker om werklieden voor het vak te interesseren. Gebrek aan vaardige arbeidskrachten stuwde de productieprijs omhoog terwijl de verfijnde kwaliteit van het product juist terugliep. Zo werd in een ingewikkeld samenspel van factoren de kleipijp geleidelijk de das om gedaan.

Wat betreft het modeaspect was de kleipijp geleidelijk een verarmingsartikel geworden. Vanaf de jaren 1880 ging er nauwelijks vernieuwing van uit, het concept bleef gelijk. De tijdgebonden pijpen uit de jaren 1890 en het begin van de twintigste eeuw waren niet anders dan die van een generatie eerder. Daarbij kwam dat het overgedecoreerde aspect van het voorwerp het moest afleggen tegen de functionaliteit van pijpen van andere materialen. Tenslotte was de souvenirwaarde van de kleipijp door talloze luxere artikelen overgenomen. Een fraai bedrukte zakdoek of een kleurige beker met een toepasselijke afbeelding werden als gepaster geschenk gezien dan een kleipijp.

De verminderde belangstelling had tot gevolg dat de omzet steeds sterker wisselende. Hoewel de fabrieken er voortdurend weer in slaagden nieuwe afzetgebieden te vinden, werden de orders gemiddeld kleiner van omvang en stonden bovendien sterker onder prijsdruk. Na het jaar 1900 uit zich dat steeds duidelijker. De Amerikaanse handelshuizen bijvoorbeeld, tot de vorige eeuwwisseling belangrijke afnemers, verlegden het accent steeds meer van de kleipijp naar die van bruyèrehout of massameerschuim. Tussen 1900 en 1930 zijn nog verschillende pogingen gedaan om de markt vast te houden, maar tevergeefs. De roker kiest in dat tijdvak voor de machinaal gedraaide houten pijp of een eveneens machinaal gerolde sigaar. De echte dandy en geëmancipeerde vrouw grijpen naar de mondaine sigaret.

Ondanks alle economisch ongunstige factoren wordt het begin van de twintigste eeuw gemarkeerd door een aantal speciale edities. De pijp als politiek statement zien we terug in de portretpijpen van de Amerikaanse presidentskandidaten Bryan en Taft die in 1906 mascotte in hun verkiezingsstrijd worden. Voor de Canadese markt worden enkele prachtige borstbeelden van politici gemaakt zoals John Alexander Mac-Donald, sir Oliver Mowat en sir Joseph-Adolphe Chapleau. Hier gaat het overigens om postume eerbetonen. Deze producten bewijzen dat de techniek nog altijd aanwezig was maar dat de klandizie ontbrak. Omdat de omzet teleurstellend was verdwijnt de politiek geëngageerde pijp vrij abrupt.

Tamelijk onverwacht zien we nog wel enkele interessante naweeën, al gebeurt dit niet langer door de toonaangevende fabrieken doch komt dit uit een andere hoek. Zo wordt generaal Joffre, hoofdrolspeler in de Eerste Wereldoorlog in pijpen vereeuwigd. De firma Job Clerc uit Saint-Quentin-la-Poterie en een Belgische fabriek uit Andenne verzorgen de pijpen. De Belgische schepping is prachtig van vormgeving en geeft de industrie daar een geweldige stimulans. Een tweede voorbeeld van de Belgische belangstelling voor de figuurpijp komt van de firma Nihoul uit Nimy net over de Franse grens. Zij brengen een prachtige en goed gelijkende portretpijp uit van de Luikse zanger en komiek Victor Raskin. Naar men zegt kreeg deze artiest 400 van deze portretpijpen aangeboden die aan oude rokers en zieken werden uitgedeeld. Opnieuw een bewijs dat de Belgische fabrieken de traditie van de Franse bedrijven voortzetten.

De firma Bonnaud uit Marseille lanceert nog een treffende figuurpijp van de troonpretendent Philippe VIII ofwel Philippe d'Orleans. Het is de laatste figuurpijp van Franse bodem die in de traditionele perstechniek tot stand komt. Omdat het om een Zuid-Franse fabriek gaat is de sculpturale prestatie niet erg hoog doch voor de streek wel opmerkelijk omdat in die periode geen vernieuwingen meer te zien zijn. In de twintigste eeuw voltrekt het leven zich opnieuw in een hoger tempo waar de kleipijp niet goed meer bij past. De moderne tijd ofwel de roaring twenties met de automobiel, de jazz, sport en emancipatie laat zich slecht verenigen met de breekbare kleipijp.

Nadat er vanaf 1880 al een duidelijke teruggang in de Franse nijverheid te zien was, verergert zich dat in de twintigste eeuw. In de Franse Ardennen waar in de beste jaren meer dan driehonderd personen hun brood in de pijpennijverheid verdienden, verdwijnt de nijverheid tijdens de Eerste Wereldoorlog. De fabriek van Gambier wordt dan tijdelijk tot ziekenhuis getransformeerd. Na de oorlog komt de productie niet goed meer op gang met als gevolg dat deze pijpenfabriek in 1926 definitief wordt gesloten. In Saint-Omer is de toestand niet veel anders. Daar ontbreekt het bij de laatste fabriek, de firma Fiolet, ook aan vernieuwingen. De kwaliteit van het product had al sterk ingeboet zowel qua materiaal als wat betreft de vormgeving. De afzet verminderde snel doordat de prijs ten opzichte van de andere pijpen te hoog was geworden. De deuren van deze fabriek sluiten in 1921.

In het zuiden van Frankrijk houden de fabrieken het wat langer uit. De firma Belle in Serves is uiteindelijk de laatste die in de elitaire stijl van Gambier en Fiolet werkt al is de figuratie daar nooit goed uitgewerkt. Het bedrijf sluit in 1934. In Saint-Quentin-la-Poterie en Marseille produceren de laatste bedrijven nog tot 1955 door, hoewel de kwaliteit daar snel afzakt tot het ontoelaatbare. De figurale loot in deze bedrijven is beperkt van omvang en vooral zeer mager van vormgeving.

Bij het sluiten van de oude fabrieken worden de restvoorraden pijpen doorgaans voor een habbekrats uitverkocht en eindigen op de kermis om als schiettentpijp te worden stukgeschoten. Pas een eeuw later worden spaarzaam uit oude inboedels tevoorschijn gekomen kleipijpen als kunstwerkjes gekoesterd om in het museum te eindigen. Daar worden zij de getuigenissen van een wonderlijke mode die een eeuw lang populair was.

1

Afbeeldingen 1 / 7

Pijp voor presidentskandidaat Bryan
Pressidenet Taft als propagandapijp
Borstbeeld van politicus MacDonald
Portretpijp van Mowat uit Canada
Portret van de zanger Victor Raskin
Troonpretendent Philippe VIII
Moderne pijp van generaal Joffrre