Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 3000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
home > thema's > franse figurale pijp

De geboorte van de figuurpijp

Modelleurs en hun kenmerken

Helaas is van geen van de Franse fabrieken bekend wie de ontwerpers van de pijpen waren en wat hun achtergrond was. Zeker is wel dat het niet om kunstenaars ging, maar om vaklieden die nauwgezet werkten en met grote precisie konden scheppen en uitvoeren. De ontwerper-modelleur-vormmaker stond in de fabriek hoog aangeschreven zoals blijkt uit een archiefgegeven van de firma Gambier waar deze persoon het hoogste salaris verdiende. Zijn positie stond tussen de directeur en de feitelijke pijpenmakers. Iedere fabriek van een zekere omvang had een eigen modelleur in dienst, die de ontwerpen bedacht, de proefmodellen uitvoerde en deze vervolgens omtoverde tot een bruikbare persvorm. Naast het bedenken en vervaardigen van de persvorm moesten de persmallen zelf geregeld worden onderhouden. Daarvoor waren vaardige metaalbewerkers in dienst. Deze werklieden hadden niet de artisticiteit om te ontwerpen en de persvorm zelf te maken, maar beschikten wel over de kundigheid om de vormnaden te scherpen, de decoratie bij te graveren en ander onderhoudswerk te verrichten.

Per fabriek is het mogelijk een specifieke onderwerpskeuze en een eigen stijl te herkennen. Daaraan liggen verschillende redenen ten grondslag. De onderwerpskeuze werd gestuurd door de veronderstelde marktvraag enerzijds en het besluit om bepaalde onderwerpen uit te voeren anderzijds. De taak van de verkoper van de fabriek was de marktvraag in te schatten, het besluit tot productie van een bepaald model lag uiteindelijk bij de directeur. De modelleur-vormmaker was de uitvoerder van hun ideeën en zijn stijl van werken bepaalde letterlijk het gezicht van de pijpenfabriek. Uiteraard maakte de figuratie een ontwikkeling door. De onderwerpen variëren per tijdvak en hangen nauw samen met verschuivingen in de klantenkring, het maatschappelijke engagement en de sociale laag van de roker. In de loop van de tijd zien we dat het realisme en de herkenbaarheid minder van belang zijn, terwijl fantasie en verbeelding gaan overheersen.

Over de bedrijfsgebonden vormgevingsaspecten valt wel het een en ander te zeggen. Bij de firma Blanc-Garin & Guyot in Givet bijvoorbeeld, werkzaam tot circa 1865, is de figuratie tamelijk nadrukkelijk. De gezichtselementen zijn nauwelijks geïdealiseerd al wordt toch geen hoge graad van realisme bereikt. Opvallend zijn verder de kloeke stelen met een forse manchet. Wanneer versierd toont de ketelbasis en de steel expliciet weergegeven ornamentiek. Bij de firma Gambier, die als concurrerende fabriek op een steenworp afstand van Blanc-Garin stond, is de figuratie verfijnder en gedetailleerder. Ondanks dat is toch aan naturalisme weinig gewonnen. Deze verfijning is vooral kenmerkend voor de periode tussen 1860 en 1890, toen een en dezelfde modelleur de ontwerpen bepaalde. Wie deze stijl, gekenmerkt door een overmaat aan details, eenmaal herkent, raakt er enigszins door verveeld.

Geslaagder qua ontwerp zijn veel figuraties van de firma Gisclon uit Lille, een fabriek die naast een eigen wijze van uitwerking ook veel originele ontwerpen bedacht. Het lijkt erop dat de modelleur daar meer zwier had, mogelijk ook kreeg hij alleen maar meer vrijheid van uitwerken van zijn directeur. Na 1875 vermindert de kwaliteit van de Gisclon pijp in een rap tempo. Bij de fabrieken in Saint-Malo en Rennes zien we een sterk vergelijkbare stijl. Hier overheerst het politieke engagement in de uitbeeldingen maar is tevens van een rijke fantasie sprake.

In de twee grote fabrieken in Saint-Omer, de firma's Fiolet en Duméril, zou je een sterk overeenkomstig product verwachten. Toch is dat niet het geval. Bij Duméril wordt in verschillende stijlen gewerkt. Bij bepaalde pijpen domineert de fantasie en is vaak van een tamelijk wervelende stijl sprake, waarbij details overheersen. De gezichtpijpen daarentegen hebben juist een heel serieuze wat serene uitstraling. Bij Fiolet is de figuratie het meest realistisch. De portretpijpen zijn prachtig gemodelleerd en lijken daardoor sterker dan van welke fabriek dan ook, een vormgeving die vooral in het gelaat en de neus tot uiting komt. De altijd weer gelijke neusvleugels van Gambier staan in sterk contrast tot het naturalisme bij Fiolet. Bovendien realiseert Fiolet een prachtige wisselwerking tussen de gladde oppervlakken en het gedetailleerde reliëfwerk.

De inspiratiebron voor de figuurpijp was zeker geen verheven kunstgedachte, maar louter een zakelijk vertalen van heersende modebeelden. De fabriek liet zich leiden door de afbeeldingen in kranten en geïllustreerde tijdschriften, waarin toentertijd een overdaad aan gravures en lithografieën van personen en situaties stonden. Exacte navolgingen van illustraties komen we overigens niet tegen, wel inspiraties die vervolgens in de fabriek vrij naar het voorbeeld werden uitgewerkt.

Een van de weinige nawijsbare kopieën van bestaand werk zijn twee pijpen van de firma Gambier. Het gaat om het zelfportret van de beeldhouwer Dantan Jeune en diens schepping van het portret van de schrijver Fréderic Soulié. Beide ontwerpen werden bij Gambier nagemaakt en in productie gebracht. In hoeverre dat in samenspraak met de beeldhouwer zelf gebeurde, die in hartje Parijs een galerie van beroemde eigentijdse karikaturen had, blijft een open vraag. Beide ontwerpen zouden heel goed als souvenir in de galerie van Dantan verkocht kunnen zijn.

Aan de kunstenaar en illustrator Grandville worden wel ontwerpen van pijpen toegeschreven. Een voorbeeld is de pijp van de vioolvirtuoos Paganini. Hoewel hier zeker van een bepaalde gelijkenis sprake is, gaat het toch weer om het navolgen van bestaand prentwerk. Speurend in de geïllustreerde bladen en zoekend onder contemporaine beeldhouwkunstige werken blijkt dat buitengewoon weinig pijpontwerpen daarop rechtstreeks terugvoeren. Zij dienden wel als inspiratie maar niet als uitgangspunt. Een uitzondering daarop vormt de overname van bestaand beeldhouwwerk. De etalagepijp van Gambier met het portret van Dionysos is een mooi voorbeeld van een klassiek werk dat werd nagevolgd. De presentatiepijp van Diane de Poitiers is een ander evident voorbeeld van regelrechte navolging, nu van een renaissance sculptuur. De grote manchetkop van de prinses De Lemballe door Crétal Gallard is ook een reductie van een bestaand beeld. Zelfs rond 1900 gebeurde het nog dat men bestaande sculpturen kopieerde. Het prachtige borstbeeld van Voltaire door de beeldhouwer Houdon werd zonder enige verandering gekopieerd. Overigens stond voor deze kleipijp niet de originele sculptuur model maar eerder een in serie gemaakte houten figuurpijp uit het Franse Saint-Claude.

1

Afbeeldingen 1 / 6

Potretpijp van Frédéric Soulié
De steelpijp van Gambier
Portretpijp van Dantan Jeune
Portretpijp van Voltaire
Ontwerp naar klassieke beeldhouwer
Ontwerp naar een bestaand beeld