Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
home > thema's > franse figurale pijp

De geboorte van de figuurpijp

De manchetpijp

De behoefte onder de Franse pijpenmakers de kleipijp als volsculptuur te vervolmaken leidde tot een nieuw basistype, de zogenaamde manchetpijp. In plaats van een steel van klei krijgt de pijp een afgeknotte korte steel met een verzwaarde ring die wordt aangeduid met manchet. Deze manchet is sterk genoeg voor een steel van kersenhout, bamboe of riet met een kurkje als luchtdichte verbinding. Zo ontstaat een veel stevigere pijp, die toch een kop van pijpaarde heeft. Dankzij deze manchetmontage wordt het grote nadeel van de breekbare kleisteel ondervangen. De manchetpijp is dus veel minder kwetsbaar; men kan bij de figuratie zonder bezwaar meer klei voor de vormgeving van een borstbeeld, hoed of tulband gebruiken met een beter sculpturaal resultaat als gevolg.

De manchetpijp is niet werkelijk een uitvinding van de Franse pijpenindustrie als wel een nieuwe toepassing van een bestaand idee. In Turkije wordt het systeem van een terracotta pijpenkop aan een lange houten steel al sinds de zeventiende eeuw toegepast, inclusief de manchet. Ook buiten het Ottomaanse Rijk is dit pijptype bekend. In centraal Europa - het toenmalige Oostenrijks-Hongaarse Rijk - worden in de achttiende eeuw pijpen van meerschuim gemaakt die met een vergelijkbare losse steel worden gemonteerd. Net als de Turkse zijn deze pijpen in West-Europa niet erg algemeen; het is een luxe artikel vooral voor de Midden-Europese adel.

De Duitse porseleinfabrieken volgden eveneens de constructie met een separaat roer omdat van porselein geen lange steel gemaakt kan worden. Zij produceerden losse pijpenkoppen die dikwijls gestoken werden in een verbindingsstuk van porselein, metaal of buffelhoorn dat tevens als vochtreservoir fungeerde. Vervolgens werden de pijpen met een lange houten steel afgemonteerd voorzien van een hoornen mondstuk. In de porseleinstad Meissen nabij Dresden werden al vanaf 1740 pijpen van porselein gemaakt met volledig driedimensionaal uitgewerkte portretkoppen, gemonteerd met een afzonderlijk roer van een ander materiaal. Volgens de toen geldende mode waren de uitbeeldingen vaak mannenkoppen of elegante vrouwenportretten met een voorkeur voor tulbanden.

In de Franse pijpenmakerij ontwikkelt de manchetpijp zich naast de steelpijp tot een volwaardige eigen soort. Gemiddeld is deze pijp luxer dan de steelpijp niet alleen omdat de decoratie uitbundiger is maar ook omdat deze separaat moest worden gemonteerd. Gecompliceerde persvormen die uit meerdere delen bestonden waren nodig om dit product te maken en ook dat werkte kostenverhogend. Reeds vóór 1820 is de manchetpijp uitgewerkt en in de loop van de jaren 1830 komt deze algemeen in omloop. Daarna veranderen alleen de uitbeeldingen, het concept blijft ongewijzigd. Pas tegen het eind van de negentiende eeuw wordt de manchet vervangen door een moderne montage met een glad steeleind waar een nikkelen busje of bandje om wordt geschoven. Gelijktijdig verdwijnt ook de langere houten steel om plaats te maken voor een kort roer van hardrubber.

1

Afbeeldingen 1 / 5

Vroege portretkop met manchet
De manchetpijp met houten steel
Manchetkop met kersehouten roer
Hondenkop gemonteerd met eendenbeen
Montage met para-rubberen roer