Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
home > thema's > vincent van gogh

De pijp als remedie

In tijden van depressie geen pijp voor Vincent

Vincent lijdt zijn hele leven aan sterke gemoedswisselingen, tot depressies toe. Als hij niet lekker in zijn vel zit dan hoeft het pijproken ook niet zo. Begin 1882 heeft hij een periode waarin hij bovendien pijnlijke behandelingen in het ziekenhuis moet ondergaan. Maar in juli 1882 gaat het kennelijk beter. Hij laat Theo in een brief (brief 241, 1 juli 1882) weten dat hij weer beter wordt en weer tekent. Zelf ervaart hij dat als volgt:

het gevoel voor de dingen weer leven wordt, wat een tijd lang om zoo te zeggen bedwelmd is geweest en een groote leegte gaf. Ik heb weer lust in alles wat ik zie.

Het blijkt dat hij al een maand geen pijp en tabak meer heeft aangeraakt, maar nu weer met plezier zijn pijpje rookt.

En dan heb ik in omstreeks een maand geen pijp gerookt en dat is ook een oude kennis terug. Ik kan U niet zeggen met wat een pleizier ik weer hier in mijn atelier zit.

We kennen Vincentˈs atelier van een van zijn schilderijen (afb. 45). Beeld en tekst sluiten hier prachtig bij elkaar aan.

Enkele jaren later in Arles lijdt Vincent weer eens aan een depressieve bui. Zoals zo vaak schrijft hij aan Theo eerlijk wat hij doet (brief 635, 1 juli 1888):

Het enige dat mij nog verlichting en afleiding biedt - in mijn geval - is om mij te verdoven door een goed glas te drinken en stevig te roken.

Hij heeft zichzelf kennelijk niet goed in de hand. De buren rondom het pleintje voor het beroemde gele huis waar Vincent woont, beginnen een jaar later te klagen dat Van Gogh teveel drinkt en daardoor wel eens gevaarlijk kan worden voor de inwoners van Arles. Zij schrijven zelfs een petitie aan de burgemeester om te verzoeken Van Gogh op te laten nemen, wat vervolgens ook gebeurt. Vincent blijft er nogal gelaten onder; hij heeft een opname eerder ondergaan. Hij meldt vanuit Arles aan Theo (brief 750, 19 april 1889):

Ze bekritiseren mij over het feit dat ik gedronken heb, nou ja, goed.

Hij zit er vooral mee dat het gesticht waar hij is opgenomen hem verbiedt te roken. In dezelfde brief sluit hij af met:

Hoe gaat het met moeder en onze zus? Omdat ik niets anders heb om mij af te leiden - ze verbieden me zelfs te roken, wat de andere patiënten overigens wel mogen - denk ik dag en nacht aan al degenen die ik ken.

Toch behoudt Vincent een beschouwelijke visie op het leven. Hij ziet de voor- en nadelen van zijn verslavingen, naast de tabak ook de alcohol, die hem ook nog zijn seksuele lusten benemen. Tegen Theo geeft hij dan weer wel toe dat daar ook iets goeds in zit (brief 768, 3 mei 1889):

Alcohol en tabak hebben uiteindelijk zowel goede als slechte kanten - het is een beetje betrekkelijk - ze zijn beide anti-afrodisiaca, zo moet je dat denk ik noemen. Overigens niet altijd slecht in het uitoefenen van de kunsten.

1

Afbeeldingen 1 / 1

Afb. 45 Het atlier van Vincent