Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
home > thema's > vincent van gogh

De rokende Vincent van Gogh

Van vader geleerd?

Zoals in elk gezin, rookte ook Vincentˈs vader. Hoewel Vincent geen al te beste relatie met zijn vader had, noemt hij zijn vader een enkele keer in zijn brieven. Uit een brief van januari 1882:

Pa is vreesselijk ligtgeraakt en prikkelbaar en vol eigenzinnigheden in het huiselijk leven en is gewoon zijn zin te krijgen.

Gelukkig weet Vincent op latere leeftijd hoe hij met zijn vader om moet gaan. Dan vervult de vader de rol van huisman, uiteraard onafscheidelijk van zijn tabakspijp.

Pa komt als men hem iets zegt waarop hij niet meer weet te antwoorden geregeld voor den dag met een gezegde als, gij vermoort me, terwijl hij doodkalm de courant zit te lezen en zijn pijp rookt. Dus neem ik dergelijke uitdrukkingen voor hetgeen ze zijn.

Het pijproken heeft Vincent dus in elk geval niet van een vreemde. Vincent tekent in 1885 de pijp van zijn vader op een stilleven met een vaas judaspenningen (afb. 3). Die pijp heeft een specifieke vorm en kunnen we goed herkennen als een houten pijp met een wonderlijk slurfvormig model, populair vanaf de jaren 1880 (afb. 4). Zelf is hij zeer tevreden over zijn tekening in pastelkleuren, zoals blijkt uit zijn brief aan Theo (brief 490, april 1885):

Hierbij nog een krabbel van een stilleven met judaspenningen in den zelfden trant als dat wat ge meenaamt. Het is echter wat grooter - en de voorwerpen op den voorgrond zijn een tabakszakje en een pijp van Pa. Als ge het soms hebben wilt kunt ge het natuurlijk regt graag krijgen.

Een geschilderd stilleven dat Vincent in november 1884 in Nuenen maakte bestaat uit een herkenbare koffiemolen, een zogenaamde baardmankruik met op de voorgrond een soort pijp (afb. 5). Die pijp blijkt bij nader inzien geen tabakspijp te zijn maar een pijpenkas, een houten foedraal (afb. 6) om een korte kleipijp in te kunnen meenemen, veilig opgeborgen zonder risico van breken. Pijpenkassen zijn sinds het begin van de achttiende eeuw courante Hollandse gebruiksvoorwerpen, al waren zij aan het eind van de negentiende eeuw ouderwets geworden. Bij zuinige Brabantse boeren was een dergelijk voorwerp kennelijk nog gewoon in gebruik.

Nog zon ouderwets, maar praktisch attribuut voor de pijproker is het pijpkomfoor of vuurtestje. Doorgaans zijn dat eenvoudige bakjes met een vierkante bovenkant gemaakt van roodbakkend aardewerk. Gloeiende kooltjes werden vanuit de keuken in het vuurtestje gedaan om je pijp elders aan te kunnen steken. Van Gogh tekent in 1883 een visser met zuidwester op die dit gebruik demonstreert (afb. 7). Hij rookt uit een zogenaamde kromkop, een kleipijp met een forse ketel en een steel van nog geen vijftien centimeter (afb. 8). Op de overgang van de ketel naar de steel is duidelijk het hieltje te zien, waarop de pijpenmaker zijn merkteken stempelde.

1

Afbeeldingen 1 / 6

Afb. 3 Stilleven met vaders pijp
Afb. 4 Als de pijp van vader
Afb. 5 Stilleven met pijpenkas
Afb. 6 Pijpenkas
Afb. 7 Visser met pijpkomfoor
Afb. 8 Kromkop-pijp