Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
home > thema's > vincent van gogh

De rokende Vincent van Gogh

Pijproken in Vincentˈs jonge jaren

Pijproken was in vroeger eeuwen even gewoon als wijd verbreid. Praktisch iedereen rookte. Dat is niet verwonderlijk, want roken verdrijft een gevoel van sluimerhonger, geeft een prettige smaak en levert bovendien energie op. Hollanders waren bij uitstek stevige rokers. Hun favoriete rookinstrument was gedurende driehonderd jaar de kleipijp, dikwijls als Goudse pijp aangeduid. Het gaat om de bekende witte pijp met een lange of kortere steel (afb. 2). In de tijd van Vincent van Gogh, de tweede helft van de negentiende eeuw, was die kleipijp nog onverminderd populair. Rijken rookten uit pijpen met de langste stelen, de gewone man gebruikte uit zuinigheid een neuswarmertje met een korte, vaak afgebroken steel.

Niet verwonderlijk dat ook de jonge Vincent van Gogh met roken begon. Volgens zeggen was dat op zijn vijftiende levensjaar, zeker niet uitzonderlijk voor die tijd. Als zoveel plattelanders, zal ook hij met een eenvoudige kleipijp begonnen zijn, gekocht voor een paar centen of gekregen van een vriend misschien ook wel van zijn vader die eveneens een toegewijde pijproker was.

Vincent werd in 1853 geboren maar het zou nog bijna dertig jaar duren voordat hij regelmatig ging tekenen en we hem dus aan de hand van zijn kunst beter leren kennen. Bij toeval meldt hij gelukkig al in een PS onder één van zijn eerste brieven vanuit Den Haag aan zijn broer Theo (brief 5, 1872) zijn passie voor roken. Hij is dan amper twintig jaar en beleeft aan het pijproken veel plezier:

Theo ik moet je toch nog eens recommandeeren om pijpen te gaan rooken, dat is zo goed, als je het land eens krijgt.

Kennelijk vindt hij in zijn pijp een opbeurend genoegen. Wat voor pijpen hij toen gebruikt heeft is de vraag. Gezien de tijd, in de jaren 1870 en zijn jonge leeftijd moet het wel om een eenvoudige kleipijp gaan. In die periode waren er overigens ook al voldoende alternatieven om te roken, zoals sigaren en zelfs de sigaret die toen opkwam. Dat gebruik was in Nederland nog amper gewoon en zeker niet in zijn Brabantse milieu.

1

Afbeeldingen 1 / 1

Afb. 2 Rokende boer