Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 3000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
home > museum > hoogtepunten uit het amsterdam pipe museum

Archeologisch

De stadhouder als feestpijp

Door de eeuwen heen is het Huis van Oranje altijd een inspiratiebron geweest om bijzondere pijpen te maken. Niet verwonderlijk, het Oranjehuis werd breed gedragen en een pijp gewijd aan een blijde of gedenkwaardige gebeurtenis kon rekenen op goede aftrek. Dat onderwerp is in de publicatie De tabakspijp als Oranjepropaganda al uitgebreid aan de orde gekomen en wordt geïllustreerd met tientallen Oranjepijpen. Een exemplaar dat in dat boek niet voorkomt is deze bijzondere tabakspijp. Toen het Oranjeboek uitkwam was het nog onzeker wie de pijp voorstelde, vooral omdat op dat moment alleen maar fragmenten bekend waren.

Het gaat om een groot formaat tabakspijp die in alle opzichten afwijkt van wat in die periode, eind zeventiende eeuw, regulier was. Met een hoogte van 9,5 centimeter en een diamater van ruim 5 is deze pijp vele malen groter dan het toen gangbare kopformaat. De standaard pijpenkop was op dat moment namelijk zo'n vier centimeter hoog met een diameter van minder dan twee. Figurale pijpen uit die tijd zijn bovendien een uitzondering maar op dit formaat gaat het zeker om een exceptioneel pronkvoorwerp.

De pijp stelt stadhouder Willem III voor, door zijn huwelijk verheven tot koning van Engeland in het jaar 1689. Met zijn haardracht en strik is hij gekleed naar de mode van zijn tijd. Hoewel meer staatsmannen, hoge officieren en zeehelden ongeveer zo gekleed gingen, is dit onmiskenbaar de stadhouder-koning zoals hij bekend is van staatsieportretten en de talloze daarvan afgeleide prenten. De datering van deze pijp ligt daarmee tussen 1690 en 1700, eventueel enkele jaren later.

Het prototype voor deze portretkop is zo te zien uit de hand gevormd en weinig sculpturaal. Het gezicht is nogal vlak, de ogen, neus en mond zijn weinig geprononceerd. Het gelaat wordt omgeven door een pruik opgebouwd uit halve bolletjes en alleen aan de achterzijde is het haar in rechte lijnen weergegeven die met de krullen een wonderlijk contrast vormen. Al met al een weinig naturalistische uitbeelding. Op de overgang van de ketel naar de steel is een gestrikte sjaal te zien, waarvan het geplooide eind over de steel afhangt. Een das naar de mode van de dagen rond 1700. Op de steel wordt de voorstelling voortgezet met enkele kledingknopen, een omgaand bandje geeft het middel van de voorgestelde aan. De opzet om tot een volplastische, driedimensionale portretkop te komen is daarmee maar matig geslaagd.

Bijzonder aan deze pijp is de wijze van vervaardiging. Kleipijpen worden in een tweedelige metalen vorm geperst, maar bij dit exemplaar is zeker geen metaal gebruikt maar eerder ceramiek want daarvan getuigt de onscherpe afdruk. De reuzenvorm sloot niet op de gangbare wijze met een linker en een rechter helft, maar de vormnaad loopt hier langs beide zijkanten van de pijpenkop. De vormdoos bestaat dus uit een onder- en een bovenhelft, hetgeen op zich vernuftig is uitgedacht. Mede hierdoor kon het pijpenmakersmerk in de vorm worden aangebracht en hoefde niet apart te worden afgedrukt.

Het is onbekend hoe groot de oplage van deze reuzenpijp is geweest. Zeker is dat het een serieel artikel was dat in meervoud is gemaakt. Een ceramische vorm slijt echter snel, dus na een paar honderd stuks was de scherpte wel afgenomen. Inmiddels zijn er van diverse vindplaatsen in Nederland fragmenten uit dezelfde drukvorm bekend.

Verschillende exemplaren van deze pijp zijn voorzien van een aangeknede kroon waardoor de pijpenkop een hoogte van twaalf centimeter krijgt. Ook bij deze pijp zijn de aanzetten daarvan nog zichtbaar, de kroon zelf is blijkbaar afgebroken en verloren gegaan. Toen de drukmal zijn scherpte had verloren, kreeg de pijpenmaker de behoefte de slijtage met aanvullend boetseerwerk te compenseren. De afgesleten vormnaad werd verdoezeld door hier een pruik te suggereren die met eenvoudige cirkelvormige afdruksels werd voorzien om op pijpenkrullen te lijken. Het is nauwelijks een verfraaiing te noemen. Het boetseerwerk aan de pijp wijst wel op de sfeer van productie, die zeker seriematig was maar toch steeds beperkt in oplage bleef. In hoeverre met de pruik gepoogd werd in plaats van de stadhouder het portret van de Franse koning Lodewijk XIV te benaderen laat zich raden. De Zonnekoning had een sterk vergelijkbaar uiterlijk maar een veel indrukwekkendere pruik.

De initialen HIS op de hiel verwijzen naar de maker, ene Hendrick Jansz. Sprot uit Gouda. Door zijn tweede huwelijk in 1687 komt Sprot via zijn schoonvader in de pijpenmakerij terecht. Hij leert het vak en legt in 1690 zijn meesterproef af. Vermoedelijk werkte hij in het bedrijf van zijn schoonpa. Enkele jaren later zal hij diens werkplaats en diens merk de trekpot overnemen. Zijn eigen merkteken, het initiaalmerk HIS, komt wel in de gildenadministratie voor maar wordt zelden op pijpen aangetroffen. De pijpenmakerij van zijn schoonvader was voldoende lucratief om een goed bestaan in te vinden. Toch heeft Sprot gezocht naar nieuwe afzetmogelijkheden buiten de standaard productie van zijn pijpenmakerij. Gezien de afzet van deze reuzenpijpen moet de productie een commerciële achtergrond hebben gehad. Misschien voelde Sprot de behoefte om zich van de gewone pijpenmakersbazen te onderscheiden maar het hoofdmotief was toch wel een aanvullende inkomstenbron te verwerven.

Natuurlijk roept zo'n bijzondere pijp ook vragen op. Technisch over hoe de mal er uit heeft gezien. Ook hoe groot de oplage geweest is en of deze pijp incidenteel werd gemaakt of naar aanleiding van een speciale gebeurtenis. Daarnaast zijn er speculaties over het gebruik mogelijk. Als rookpijp is de pijp wel bruikbaar maar kost de roker een vermogen aan tabak. Gezien de rooksporen in ons exemplaar is uit deze pijp in ieder geval wel gerookt. Natuurlijk kan de pijp ook als een uithangteken voor een pijpenwinkel zijn gebruikt. Sommige fragmenten zijn aan de hiel doorboord, zodat de pijp gemakkelijk kon worden opgehangen. Met een dergelijke grote pijp maak je effectiever reclame dan met een standaardproduct en daarenboven beken je je Orangistische sympathie. In een bijzonder geval kan dit voorwerp ook nog als drinkgerei in de kroeg de ronde hebben gedaan, bijvoorbeeld bij het drinken van een Oranjeslokje.

Amsterdam, collectie Amsterdam Pipe Museum APM 20.250

hoogtepunten

voorhistorisch

archeologisch

pijpen van klei

keramische rookpijpen

porselein als materiaal

het magische meerschuim

europese houten pijpen

andere europese pijpen

pijpen uit noord- en zuid-amerika

pijpen uit afrika

pijpen uit azië

pijpenmakersgereedschap

tabacologische voorwerpen

curiosa en varia

1

Afbeeldingen 1 / 5

De reuzenpijp van opzij gezien
Dezelfde van de bovenzijde
De achterzijde met de krullen
De aangeknede pruik van dichtbij
Hielmerk met letters HIS