Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 3000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
home > museum > hoogtepunten uit het amsterdam pipe museum

Pijpen uit Afrika

Twee koppen op één pijp

Over de wijze waarop volkeren hun pijpen vormgeven en versieren kun je je blijven verbazen. Streek- en stamgebonden kenmerken overheersen in een bepaald gebied en zijn in een andere streek weer verdwenen om plaats te maken voor andere karakteristieken. Deze pijp van de Malawi, ontstaan in het voormalige Nyasaland, is daarvan een prachtig voorbeeld. Het laat stameigen kenmerken zien, die we in geen andere cultuur terugvinden.

Het gaat om een tabakspijp van hout met een heel expliciete vorm. De rechte steel is cilindrisch, tamelijk dik en aan het eind van de pijp loopt deze iets uit in een soort knoop. Het kopse eind is versierd met vier afgeschuinde, iets uitgeholde vlakken. Bij het mondstuk vertoont de steel een cilindrische schijfvorm. Niet duidelijk is of dat het eigenlijke mondstuk van de pijp is dat tegen de lippen werd gehouden of dat hierin een dun metalen roer werd gestoken. Van die laatste mogelijkheid, veelvoorkomend in Kongo, Angola en elders, zijn echter nooit voorbeelden van de Malawi gezien.

Bijzonder is de plaatsing van de pijpenkop, in dit geval twee stuks. Zij bevinden zich niet aan het eind van de steel zoals gebruikelijk maar ruim ervoor, zodat een soort handvat achter de pijpenkop werd verkregen. De beide koppen staan in een haakse hoek op de steel. De twee identiek ketels zijn heel subtiel van vorm. Hun diameter is niet rond maar licht afgevlakt met een naad aan weerszijden van de steel die ze op dezelfde breedte brengt als de relatief dikke steel. De twee ketels gaan dus op een ingenieuze wijze in de steel over. De pijpenkoppen hebben een sterk verzwaarde bovenrand die weer overeenstemt met het mondstuk.

Beide pijpenkoppen zijn onversierd gelaten, behoudens onopvallende ingekerfde kruisjes op de filtranden. De steel vertoont daarentegen een interessante ingesneden versiering van drie geometrische banden. De eerste en breedste bij het mondstuk, de tweede tussen de beide ketels en de derde op het eindstuk. De panelen worden door ingesneden bandjes met een zigzag lijn van elkaar gescheiden. Hoewel ogenschijnlijk identiek zijn de drie panelen op verschillende wijze ingevuld. De langwerpige velden werden afwisselend voorzien van arceringen, doorlopend of in de vorm van een visgraad, in andere gevallen opgebouwd uit driehoekige velden met arceringen afwisselend naar links en naar rechts gericht. De variatie in de patronen maakt het oppervlak buitengewoon levendig al moeten we niet proberen een systematiek in de opbouw te zoeken. De patronen lijken voor de vuist weg te zijn gesneden, zonder vooraf een bepaald ritme te hebben bedacht.

Een raadsel bij dergelijke etnografische stukken blijft hoe de vorm zich heeft ontwikkeld, of deze ergens is afgekeken en wanneer dit gebeurde. Ook over de looptijd van dergelijke voorwerpen is nauwelijks iets bekend. De stijl moet al voor 1850 bestaan hebben en blijft in gebruik tot na het begin van de twintigste eeuw. Wanneer deze verdwijnt is onduidelijk. Met een mate van zekerheid zal dit stuk dateren tussen 1850 en 1920. De curieuze vorm, de hoge kwaliteit van vervaardiging en de zeldzaamheidswaarde maken deze pijp tot een aantrekkelijk etnografisch object.

Amsterdam, collectie Amsterdam Pipe Museum APM 16.956

hoogtepunten

voorhistorisch

archeologisch

pijpen van klei

keramische rookpijpen

porselein als materiaal

het magische meerschuim

europese houten pijpen

andere europese pijpen

pijpen uit noord- en zuid-amerika

pijpen uit afrika

pijpen uit azië

pijpenmakersgereedschap

tabacologische voorwerpen

curiosa en varia

1

Afbeeldingen 1 / 5

Twee koppen op een rechte steel
De pijp van een ander perspectief
De twee koppen met brede filtranden
De geometrische steelpatronen
Steelversiering van boven gezien