Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
home > museum > verzamelaars en hun passie

Nawoord

De criteria van de verzamelaar

Elke verzamelaar laat zich bij het aanleggen van een verzameling leiden door zijn persoonlijke insteek, zijn passie. Factoren als de gebruikswaarde, de artistieke kwaliteit, de achterliggende historie of de onverwachte vormenrijkdom bepalen het uitgangspunt van zijn verzameling. Veel keuzes worden gemaakt op basis van persoonlijke motieven, gestuurd door de tijdgeest en de locatie waar de liefhebber opereert. Daarnaast speelt ook het doel dat de verzamelaar wil bereiken een belangrijke rol in de opbouw van zijn verzameling. Een onderzoeker kijkt anders dan een maniak die de serie compleet wil hebben of de collectioneur van stand die met zijn verzameling louter wil imponeren. Die aspecten zijn in de voorgaande paragrafen al duidelijk naar voren gekomen.

De locatie waar de verzamelaar actief is blijkt van grote invloed op het resultaat. Zo richten veel verzamelaars zich op de traditie van de eigen streek, die zich daardoor onvermijdelijk weerspiegelt in de verzameling. De onderwijzer Laansma verzamelde bodemvondstpijpen uit de omgeving Gouda, waar hij ook woonachtig was, terwijl Tupan de folklore uit de noordelijke provincies bijeen bracht. Copin verzamelde de pijp uit West-België, terwijl Laffont zich juist richtte op de Franse kleipijp. Dat lang niet altijd strikt regionaal wordt verzameld blijkt uit collecties met een bredere horizon. De Nederlands verzamelaar Van der Hoef bracht overwegend West-Europese pijpen bijeen, terwijl de Engelsman Shillitoe een collectie van etnografische herkomst nastreefde.

De tijdgeest in de verzameling zien we terug in de populariteit van de verzamelgebieden die per periode wisselen. Een collectie rookgerei om gewoon te gebruiken is altijd een verzamelmotief geweest maar voorbeelden daarvan zijn zeldzaam. Binnen de collectie van het Amsterdam Pipe Museum liggen de uitersten tussen die van de prins van Wittelsbach en die van Mackenzie. Omdat het bij beide om contemporaine pijpen gaat, kan het verschil bijna niet groter zijn. De belangstelling voor de kleipijp als verzamelobject komt vooral uit de pijproker voort en begint al vóór het jaar 1900. De collectie van Roosevelt is een van de vroegste voorbeelden. De populariteit van de kleipijp als verzamelobject zal vanaf dat moment alleen maar toenemen.

De archeologische interesse start weliswaar bij Westerhoff rond 1850 maar wordt pas een eeuw later een rage. In de jaren 1980 verschuift de verzameldrift naar compleet bewaarde historische pijpen. Meer recent en vooral Amerikaans is de hype voor de twintigste eeuwse bruyèrepijp, zo mooi aangeduid met vintage pipes. De wonderlijke vitrinestukken waaruit je nauwelijks kunt roken en de archeologische brokstukken hebben in nieuwe kringen van verzamelaars afgedaan. Het gesprek is overgegaan op de techniek van maken, merknamen en modelnummers en de vormgeving in het licht van praktisch gebruik. De verwondering voor het artistieke of tijdseigene van de voorstelling is dus verschoven naar de functionele vormgeving. In de toekomst zullen weer andere aandachtspunten overheersen.

Beïnvloeding tussen verzamelaars onderling, vaak in de vorm van een vriendschappelijke competitie, is tevens een belangrijk aspect dat de verzameling bepaalt. Vergelijken we de collecties van Dunhill en Astley, beiden gelijktijdig in Londen actief, dan constateren we dat de overeenkomst frappant is. Het lijkt erop dat de bronnen waaruit men putte dezelfde zijn geweest en voor een deel is dat ook zo. Navolging onder verzamelaars zorgt er ook voor dat een collectie die meetelt een bepaalde basis dient te bevatten. Bij vergelijking worden zelfs de grote collecties afgerekend op het ontbreken van bekende, tot icoon benoemde zeldzame pijpen.

Van groot belang bij het aanleggen van een verzameling zijn verder de factoren daadkracht, budget en smaak. De lef om expertise en eigen inzicht over een voorwerp om te zetten in de daad tot aanschaf is niet iedereen gegeven. Daarnaast bepalen de bereidheid en de mogelijkheid te investeren voor een belangrijk deel het eindresultaat. Een verzameling van gelegenheidskoopjes heeft een geheel andere uitstraling dan een collectie zorgvuldig bijeengebrachte kwaliteitsstukken waarvoor de prijs betaald is. Algemeen geldt dat een goed smaakgevoel garant staat voor de kwaliteit van een verzameling.

De factor smaak is natuurlijk subjectief maar daarom niet minder bepalend voor het resultaat. Smaak ontwikkelt zich als het goed is door veel te zien, vandaar dat dit persoonsgebonden criterium in zekere zin ook regiogebonden is: wie wekelijks het Parijse veilinghuis Drouot bezoekt ontwikkelt een andere, meer gedifferentieerde smaak dan iemand die eenmaal per jaar rondkijkt in de souvenirshops van zijn vakantiebestemming.

1

Afbeeldingen 1 / 7

Hongaar uit het bezit van Astley
Opiumkop uit de Astley-verzameling
Figuurrpijp van Drouot veiling
Topstuk van een Drouot veiling
Vakantiesouvenir van indertijd
Goedkope moderne vakantiesouvenir
Pijp van een Amsterdamse roker