Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
home > museum > verzamelaars en hun passie

Nawoord

Tot besluit

In het voorgaande kwamen ruim twintig verzamelaars en museumcollecties aan bod, waaruit het Pijpenkabinet, tegenwoordig het Amsterdam Pipe Museum, de afgelopen decennia heeft kunnen putten. Zij laten zien dat het verzamelen van pijpen zeker anderhalve eeuw een liefhebberij is die op allerlei verschillende niveaus is beoefend. Deze webpresentatie is enerzijds een ode aan deze verzamelaars en hun werk, anderzijds geeft het een inzicht en verklaring van de wording van het Amsterdam Pipe Museum tot nationale collectie.

In dit artikel hadden gemakkelijk andere verzamelaars en musea naar voren gebracht kunnen worden, waaruit het Pijpenkabinet in het verleden objecten heeft verworven. Wat te denken van Grootenhuijs, Laansma en Tymstra die allen jarenlang de kleipijp als bodemvondst verzameld hebben. Tymstra groeide later door naar de historische kleipijp. Het belangrijkste materiaal uit deze collecties kwam eveneens bij het Amsterdam Pipe Museum terecht. Een ander voorbeeld is de verzameling van Josse Vandersteen wiens figurale pijpen ook voor een belangrijk deel naar Amsterdam verhuisden. De verzamelingen van mevrouw Philipoom en die van Van Oosten-Grunhagen waren gericht op de curieuze veelal versierde pijp terwijl de garage vol met gereedschap uit Andenne of het materiaal uit de toonkamer collectie van Commoy-David andere voorbeelden zijn van groepen die nu in het Amsterdam Pipe Museum vertegenwoordigd zijn. De rode draad in het verzamelbeleid wordt met de hier behandelde voorbeelden echter voldoende inzichtelijk.

Logischerwijs is dit verhaal geschreven aan de hand van de collecties die in het Amsterdam Pipe Museum aanwezig zijn. Onvermeld blijft wat niet verworven werd. Uit een gezaghebbende collectie als die van Madame de Westphalen werden geen objecten verkregen, evenmin als uit het opgeheven privémuseum van Larsen in Kopenhagen. Ook over de collecties die al generaties lang elders in museum depots sluimeren, zoals de beroemde verzameling van Dr. Paul Hendrickx, wordt niets vermeld. Tenslotte blijven verschuivingen binnen het museale veld waaronder de overgang van de unieke collectie van Reemtsma, buiten het blikveld omdat zij aan de positie van het Amsterdam Pipe Museum niets hebben veranderd. Die bewegingen zouden in een ander artikel nog eens naar voren kunnen komen.

Als curiositeitartikel heeft de rookpijp zich inmiddels bewezen. Zes generaties verzamelaars zijn natrekbaar en leverden voldoende bewijs dat de pijp als cultuurhistorisch fenomeen het waard is om te worden verzameld, bestudeerd en bewaard. Het museum vormt daarin de permanente factor die dankzij haar bewaarfunctie ook toekomstige generaties gelegenheid biedt te genieten, te bewonderen en te leren.

© Don Duco, Stichting Pijpenkabinet, Amsterdam, 2010.

1

Afbeeldingen 1 / 7

Uit de verzameling Laansma
Vroeger collectie Grootenhuijs
Voormalige collectie Tymstra
Ex-collectie mevrouw Philipoom
Ooit bezit Van Oosten-Grunhagen
Ex-collectie Mme. De Westphalen
Fabriekscollectie Commoy-David