Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 0,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
home > museum > verzamelaars en hun passie

De museale instroom

Een Frans museum onder de hamer

Een goed voorbeeld van de tijdelijkheid van museumcollecties is wel het Musée de la Seita in Parijs. Begonnen in 1933 ter gelegenheid van een internationale expositie, groeide dit initiatief uit tot een zeer professioneel museum. Aanvankelijk was de presentatie gevestigd in de entreehal van het nieuwe hoofdkantoor van de Service d'Exploitation Industrielle des Tabacs et des Allumettes zoals de Seita in Parijs voluit heet. Toen het in de jaren 1970 meer algemeen werd dat zichzelf respecterende bedrijven een eigen bedrijfsmuseum inrichtten, gebeurde dat ook bij de Seita. In 1977 openden zij een prachtig museum aan de rue Jean Nicot in Parijs.

Ook de Seita-collectie was bijeengebracht op de voor bedrijven karakteristieke wijze. Geen aankoop per stuk maar de overname van collecties. De belangrijkste is de aankoop van een aanzienlijke particuliere collectie afkomstig van Eugène Jance uit Marseille, een bevlogen verzamelaar van historische voorwerpen waarin het onderwerp tabak een belangrijke plaats innam. Zijn collectie werd en bloc aangeschaft en maakte de opening van het nieuwe museum mogelijk. Dat museum kreeg een spectaculaire inrichting waar de laatste snufjes van tentoonstellingstechnieken waren uitgewerkt dankzij experts van het Musée de l'Homme en professionele designers. Wie had toen kunnen denken dat deze fabuleuze collectie na enkele decennia voorgoed uiteen zou vallen?

De veiling van het museum vind zijn oorzaak in de verkoop van de Seita aan de Spaanse Tabacalera in 1999. Daarmee moesten bezuinigingen worden doorgevoerd en werd het stijlvolle kantoor in het hart van Parijs verruild voor een modern gebouw in een verre buitenwijk. Het exploiteren van een museum buiten de loop van publiek en toeristen was geen optie. Op dat moment was er geen mogelijkheid meer voor een museum. In het jaar 2000 sloot de presentatie in Parijs en het materiaal werd verpakt. Uiteindelijk werd in 2009 na weer een fusie met een multinational besloten tot vervreemding van de ruim 2500 voorwerpen omdat er geen museale toekomst meer aan gegeven kon worden.

De opheffing van de Seita collectie gaf een geweldige stimulans aan de verzamelaarswereld. Drie veilingen waren nodig om het materiaal te verspreiden. De eerste vond plaats in Parijs en hier waren de meest gespecialiseerde handelaren aanwezig: volkskunst, Afrikaanse kunst, Amerikaanse etnografie alles bracht een maximale prijs op. In de twee veilingen die volgden, in de provincie en ver van Parijs, werden de mindere goden geveild. Hier was de belangstelling beduidend lauwer, mede omdat veel particulieren afgeschrikt waren door de hoge prijzen in Parijs. Opnieuw werd bewezen dat zelfs museumcollecties kwetsbaar zijn en met één pennenstreek uit de wereld kunnen verdwijnen. De Stichting Pijpenkabinet, nu beheerder van het Amsterdam Pipe Museum, schafte in totaal 300 voorwerpen aan die een nieuwe museale bestemming kregen in een ander land. Zij bleven behoed voor een roemloos bestaan in de kast van een anonieme particulier. De voorwerpen zijn zeer uiteenlopend van herkomst maar hebben gemeen dat zij directe leemtes in de Amsterdamse collectie invullen. Opmerkelijk is dat alle deelcollecties met deze aankoop werden uitgebreid, variërend van één tot tientallen objecten.

Literatuur: Don Duco, ‘Het Parijse museum van de Seita', Nieuwsbrief Pijpenkabinet, nr 12, oktober 2009.

1

Afbeeldingen 1 / 7

Moundbuilders pijp in platvorm type
Zilveren portretpijp voor sigaren
Portretpijp uit Ludwigsburg
Fijn gesneden Napoleontisch thema
Zilveren tsjiboek met emailwerk
Primitieve Tongooske pijp
Afrikaanse slavenpijp van ijzer

Collectie
Amsterdam Pipe Museum

Objecten uit het voormalige SEITA-museum