Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
home > museum > verzamelaars en hun passie

De museale instroom

Een vervreemde museumcollectie

Zoals bekend is het lot van particuliere collecties dat ze vroeg of laat uiteen vallen. Bij museumcollecties is dat iets dat we niet verwachten. Als permanente instelling wordt een bewaarplicht opgelegd en die dient gerespecteerd te worden. Toch bleek dat vanaf het jaar 2000 bij grote regelmaat anders te zijn. Een voorbeeld daarvan is het bedrijfsmuseum dat jarenlang bekend stond onder de naam Douwe Egberts Pijpenkamer, Koffie- en Theekabinet. De start van deze collectie gebeurde spelenderwijs doordat de directie in 1939 enkele aankopen deed om een ontvangstkamer in te richten. Vanaf de jaren 1960 was dit museum beter geïnstitutionaliseerd. Het kreeg een eigen ruimte op het fabrieksterrein van Douwe Egberts aan de Keulsekade in Utrecht. Daar bezette het uiteindelijk drie aaneengeschakelde vertrekken waar een vrij uitgebreide en goed gevarieerde tabakscollectie te zien was, samen met historische voorwerpen rondom koffie en thee. De presentatie werd vooral door groepen huisvrouwen bezocht die na een rondleiding door de fabriek een kopje koffie dronken in het museum. Het gaat sec gezien dus om historisch materiaal dat door een bedrijf als PR-middel geëxploiteerd wordt.

Kenmerkend voor een fabriekscollectie is vaak dat zij met veel geld bijeengebracht zijn. Basis is veelal enig historisch materiaal met een relatie tot de eigen fabrieksgeschiedenis of het product. Wanneer de collectie een meer openbaar karakter krijgt, wordt naar uitbreiding gezocht. In tijden van voorspoed kunnen directie en commissarissen forse aankoopbudgetten fourneren. Fabrieken vinden die uitbreiding doorgaans in de overname van hele verzamelingen, want voor de losse aanschaf van voorwerpen ontbreekt het aan tijd en inzicht. Bij Douwe Egberts ging dat om drie gezaghebbende pijpencollecties: de beste uit Zeist, een tweede uit Amsterdam en tenslotte een derde uit 's-Gravenhage. Voortgaande uitbreiding werd verzorgd door een drietal antiquairs die geregeld materiaal aanboden dat gekocht werd omdat er een budget voor was. Zo zien we dat bepaalde verzamelgebieden uitgroeien omdat de toeleveranciers daar hun accent legden.

Vanaf de opening voor een breder publiek in de jaren 1960 ontstond een aantrekkelijke expositie die op gezette tijden werd uitgebreid en gemoderniseerd. Uiteindelijk bleek de belangstelling in de jaren 1990 te verslappen. Sluiting van het museum volgde in het jaar 2000. Vervolgens besloot de directie van Douwe Egberts, inmiddels overgenomen door een buitenlandse multinational, de collectie op te doeken. Professionalisering tot een museaal verantwoord niveau bleek te kostbaar, het bedrijfsbezoek als medium had afgedaan. Aan enkele musea werd de gelegenheid geboden materiaal uit te zoeken, de rest zou worden geveild.

Het Pijpenkabinet, tegenwoordig het Amsterdam Pipe Museum, profiteerde met enkele schenkingen maar belangrijker was de aankoop van een fors gedeelte van de collectie pijpen die men als schenking vanuit het bedrijf niet kon verantwoorden. Het overige tabaksverhaal werd in delen gesplitst. Omdat de maatschappelijke discussie rond de tabak ondertussen zo grimmig geworden was, wilde Douwe Egberts, tevens een grote naam in koffie en thee, zijn verleden niet met de tabakserfenis laten besmeuren. Zodoende werd een deel anoniem bij veilinghuizen ingebracht, het overschot werd aan een opkoper in het zuiden van het land verkwanseld.

Het Amsterdamse museum heeft actief ingespeeld op de rommelige uitverkoop. Naast de aankoop bij Douwe Egberts zelf en biedingen op de veilingen werd ook de totale collectie van de opkoper teruggekocht. Dat het ontzamelen van de tabakscollectie onzorgvuldig en vooral ondeskundig was gebeurd, werd bewezen doordat talloze pijpen uit de aankoop gecompleteerd konden worden met de originele onderdelen die bij de opkoper terecht waren gekomen. Uiteindelijk werd een representatief beeld van de Douwe Egberts collectie aan het museum in Amsterdam toegevoegd. Van speciaal belang zijn enkele typische Hollandse zaken die voor het Nederlandse museumbezit vrijwel onmisbaar zijn.

1

Afbeeldingen 1 / 7

Hollandse zilveren pijpendop
Turkenkop in meerschuim uitgevoerd
Gesneden pijpenkas als leeuwfiguur
Reclame voor Douwe Egberts pijpen
Waterpijpenkop met metaalmontage
Stenen Indianenpijp met kralen
Rokers uit de prentencollectie

Collectie
Amsterdam Pipe Museum

Objecten uit de Douwe Egberts collectie