Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
home > museum > verzamelaars en hun passie

Omnivoren en specialisten

Roken uit beeldsnijwerk

Naast het bijeenbrengen van curieuze en bijzondere pijpen om te bewonderen en om mee te pronken is het aanleggen van een groep rookpijpen om gewoon te gebruiken een andere wijze van verzamelen. Dat fenomeen zagen we al vóór 1850 bij de prins van Wittelsbach maar blijft ook in latere tijden gewoonte. Helaas, veel van deze gebruiksverzamelingen zijn door de tijd heen letterlijk opgerookt. Een uitzondering vormt de bijzondere collectie van de roker Allan Kaye uit Whitestone in de staat New York.

Aan het begin van de jaren 1970 kocht Kaye zijn eerste gesneden bruyèrepijp en merkte dat zijn omgeving hierop zeer enthousiast reageerde. Gestreeld door de aandacht en geïntrigeerd door de figurale tabakspijp ging hij op zoektocht. De handgesneden bruyère met een gefigureerde voorstelling werd al snel zijn hobby èn zijn passie. Nergens zou hij meer verschijnen zonder een nieuwe, andere figuurpijp tussen de tanden. Hij zag die vorm van volkskunst als een bijzondere uiting in tegenstelling tot veel Europeanen die de figuurpijp in die periode maar een overdreven en nutteloos voorwerpen vonden.

Gedreven door zijn passie bezocht Kaye de snijders persoonlijk en liet op bestelling pijpen maken. Soms maakte hij zelf een wens kenbaar, andere keren liet hij de fantasie aan de snijder over. Na het verstrekken van de opdracht duurde de week dikwijls te lang om het resultaat te zien. Favoriete snijder van Kaye was Stanley Jarka, een buitengewoon begaafde kunstenaar die vrijwel ieder onderwerp treffend in hout kon realiseren. Andere houtsnijders vertoonden een verfijndere stijl zoals Stan Richards of juist een heel tijdgebonden manier van werken. Harry Ameredes behoorde tot die laatste categorie.

Kaye maakte er een feest van. Met zijn onderwerpen speelde hij in op de actualiteit zoals de Franse roker dat in de negentiende eeuw met de figurale kleipijp deed. Geen onderwerp was te bizar om in een pijp te verbeelden. Wat te denken van de mascotte van een sportvereniging uit New York waarin een sinaasappelgezicht is verbeeld. Ook de beroemde pop van Ellen Kate en het krullenhoofd van Dolly Parton werden tot portretpijp gemaakt, alsmede de figuren van de Star Wars. Daarnaast waren er karakters en typen, mensen uit wiens hoofd hij rookte en die tot zijn persoonlijke vrienden behoorden. Zullen die zich vereerd hebben gevoeld wanneer er rook uit hun pijpenkop kringelde?

Zoals zo vaak komt aan een rage een eind. Wanneer Aaron Beck, de maker van de prachtige pijpenstelen die voor ieder kunstproduct speciaal werden ontworpen stierf, kan Kaye geen waardige opvolger vinden. De laatste koppen blijven ongemonteerd liggen en de aandacht voor de pijp verslapt. Een kleine twintig jaar later wordt besloten de collectie op te ruimen. Van de bijna 200 exemplaren worden er ruim honderd door het Pijpenkabinet, tegenwoordig het Amsterdam Pipe Museum, aangekocht om de bijzondere passie van een roker voor de toekomst te bewaren. Uit de veelheid en variatie was het amper mogelijk een kleinere groep te selecteren. Wat achter bleef bij Kaye waren de portretpijpen van zijn familie: zijn eigen tronie, het borstbeeld van zijn overleden vrouw Angela en die van hun kinderen. Die zouden voor altijd in de familie blijven als een herinnering aan een bijzondere passie die op een heel professionele wijze werd uitgeleefd.

1

Afbeeldingen 1 / 7

Tabakspijp als een nijlpaard
Portretpijp van een neger met hoed
Portret van een gamorrean-warrior
Twee Canadese volkstypen
Het meisje met de traan door Harvey
Berenkop door Dennis Heppel
Portretkop door Harry Ameredes

Collectie
Amsterdam Pipe Museum

Beeldsnijwerk uit de collectie van Allan Kaye