Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
home > museum > verzamelaars en hun passie

Gevarieerde collecties

Archeologie en kunstnijverheid versmelten

Het verzamelen van pijpen kent in Nederland een duidelijke tweestroom. Personen als Van der Hoef die de curiositeit en het prestige van het onderwerp zochten naast de archeologische invalshoek waartoe Westerhoff en Lammes behoren. Verzamelaar Niels Augustin is een van de eersten die beide gebieden combineerde. Zijn brede belangstelling voor de archeologie en het actief bezoeken van productiecentra van steengoed bracht hem via het Duitse Westerwald ook op de kleipijp. De link tussen de nog aanwezige nijverheid en de archeologie, die door anderen niet werd gesignaleerd, werd voor Augustin een uitgangspunt. Hij verzamelde de moderne kleipijp naast de archeologische, soms onvermijdelijk met overlappingen. In feite was Augustin in Nederland de eerste die een aanzienlijke verzameling kleipijpen bijeenbracht waarin ook de twintigste eeuw vertegenwoordigd was. Daarvoor reisde hij ook naar buitenlandse steden om op markten en beurzen zijn geluk te beproeven.

In maart 1971 opende Augustin een winkel annex expositie onder de naam In d'ouwe Gouwenaer op de Plantage Kerklaan in Amsterdam waar een permanent overzicht van allerlei soorten tabakspijpen te zien was. De winkel bleek in een behoefte te voorzien. Enkele jaren later werd dit initiatief geprofessionaliseerd in wat hij noemde het kleinste museum van Amsterdam, vanaf april 1974 ook wel gebracht onder de naam Ceramisch Museum. Vestigingsadres was het Frederiksplein waar in een ruim winkelpand naast een museum en studiecentrum met als speerpunten steengoed en kleipijpen ook een antiek- en curiosahandel gedreven werd.

Helaas, het idealisme van Augustin had onvoldoende economische basis en de zaak groeide hem snel boven het hoofd. Zo begon in de marge de verkoop van de eigenlijke collectie waarom het allemaal begonnen was. Bij gedeeltes werden verzamelingen geliquideerd en delen daarvan kwamen uiteindelijk in het Pijpenkabinet terecht, de basis voor het latere Amsterdam Pipe Museum. Soms betrof dat bodemvondsten van uiteenlopende aard, andere keren complete kleipijpen uit Nederlandse of Belgische fabrieken. Eigen aan Augustin was meer de brede belangstelling dan zijn kwaliteitsgevoel. Het overgrote deel van de aanwinsten zijn daarom depotgoed geworden dat zelden wordt getoond.

Naast het verzamelen van pijpen zag Augustin brood in de uitgave van pijpenliteratuur. Zo startte hij in 1973 een reeks monografieën over pijpen en ceramiek, die overigens alleen met steun van anderen konden worden voltooid. Een tweede initiatief dat volgde was de uitgave van het Pijpenprentenboek, een zesdelige serie over de figurale en versierde kleipijp. Hiervan verschenen slechts twee deeltjes, waardoor de intekenaren ontluisterd achterbleven. In 1979 vertrok Augustin naar Willemstad in Brabant en begon daar opnieuw. Ook in die plaats zou zijn initiatief geen commercieel succes oogsten, zodat zijn collectie daar verder werd uitgevent. Moge zijn idealistische initiatieven dan niet houdbaar zijn gebleken, toch moeten we Niels Augustin zien als de initiatiefnemer van het verzamelen van pijpen op het snijvlak van archeologie en historie. Zijn activiteiten hebben voor velen een stimulans betekend die tot de start van een hobby leidde waaraan zij veel plezier hebben beleefd.

1

Afbeeldingen 1 / 7

Kop gewijd aan de guldensporenslag
Baksteun voor geglazuurde pijpen
Goudse gecalcineerde kleipijp
Debbel gewonden sigarenkrulpijp
Reclamekaart voor de pijpenwinkel
Fraai gemodelleerd negerportret
Porseleinen stummel met transfer

Collectie
Amsterdam Pipe Museum

Voorwerpen uit het bezit van Niels Augustin