Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 3000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 2000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 2000
		});
home > museum > verzamelaars en hun passie

Fascinatie voor klei

Een fabrieksvoorraad als verzameling

Naast een zorgvuldig stuk voor stuk traceren en samenbrengen van voorwerpen tot een verzameling is het ook mogelijk op een andere manier te werk te gaan. Dat deden de heer en mevrouw Van Eskert uit Haarlem. Als tabaks- en sigarenwinkelier hadden zij een nauwe band met de pijp. In hun contacten met de firma Goedewaagen uit Gouda raakten zij verzeild op de zolders van de oude pijpenfabriek waar nog geweldige voorraden incourante kleipijpen stonden. De fabriek was altijd ruim gehuisvest geweest en bezat een welgevuld magazijn. Begin jaren 1960 voerde de Koninklijke Goedewaagen in haar aardewerkbranche mechanisatie door zodat de directie de oude voorraden wel wilde liquideren om nieuwe productieruimte te krijgen.

Van januari tot mei 1963 kochten de Van Eskert's alle betere soorten pijpen van de zolder. Bij de eerste bezoeken was de aankoop puur op de wederverkoop in hun eigen winkel gericht. Geïntrigeerd geraakt door de variatie en de charme van de kleipijp sloeg het echtpaar al snel zelf aan het verzamelen. Van iedere pijp werd een exemplaar apart gezet die in een kamer achter hun winkel op het Houtplein een plaatsje kregen op grote panelen. Het aantal verschillende pijpen in die verzameling lag al gauw rond de 400 stuks. Van Eskert zag de uniciteit van het ensemble en correspondeerde over de hele wereld om de verkoop van wat zij noemde de grote verzameling te stimuleren. Daarnaast werden kleinere panelen gevuld met bescheiden verkoopverzamelingen want van veel pijpmodellen hadden zijn forse aantallen.

Hoewel de overname van de zoldervoorraad om duizenden pijpen ging, liep de verkoop maar mondjesmaat mede omdat de prijzen geweldig hoog werden gehouden omwille van een maximale winstmarge. Collega-winkeliers spraken er schande van. Niet verwonderlijk dat mevrouw Van Eskert, die het initiatief naar zich toe trok, allerlei manieren bedacht om de pijpen te slijten. Zo werd er actief geruild om de variëteit in haar aanbod te vergroten. Aldus ontstonden panelen met buitenlandse kleipijpen omgeruild met pijpenverzamelaars van elders.

Gevolg van deze handelwijze is wel dat de Goedewaagen pijpen terecht kwamen waar ze behoorden, namelijk op plaatsen waar ze gekoesterd werden. Andere sigarenwinkeliers verkochten hun overschot aan kleipijpen vaak als bellenblaaspijp en die pijpen braken een week later in het sop van een kind en werden vervolgens weggeworpen. Bij Van Eskert werd het historische belang van de traditionele kleipijp naar voren gehaald al werd het commerciële aspect niet vergeten. Een ijzersterk verkooppunt was dat Van Eskert nooit een uitspraak deed over de omvang van de voorraad. Dat bleef een groot geheim, onder verzamelaars bijna verheven tot een mythe. Bij iedere verkoop deed ze voorkomen alsof dat exemplaar de laatste van de serie was, maar later bleken opnieuw talloze pijpen van datzelfde model leverbaar te zijn.

In de eerste periode dat Van Eskert pijpen verkocht, werd een beperkt aantal representatieve exemplaren verworven. In de jaren 1980 kregen we toegang tot de hele voorraad en werd van iedere nog ontbrekende pijp een exemplaar aangeschaft. Daarbij lag de voorkeur op die modellen afkomstig uit de monstercollectie van Goedewaagen, die in de ketel met potlood een modelnummer droegen. In latere instantie volgden ook de twee topstukken waarvan mevrouw Van Eskert altijd stellig beweerde dat ze nooit verkocht zouden worden: de twee persvormen van messing, de ene driedelig, de andere een bovenmaatsvorm afkomstig van Willem Begeer.

Na lang soebatten werd de grote collectie uiteindelijk verkocht en ook de kleinere volgden. Het einde van het pijpenimperium was in zicht. Een aardig gegeven is dat zoon Dick van Eskert toen alles uitverkocht was de rekeningen van de aankopen bij Goedewaagen aan de Stichting Pijpenkabinet overdroeg. Zij geven een compleet beeld van de omvang van de zoldervoorraad bij Goedewaagen die bestond uit ruim 6200 pijpen. De rekeningen zijn met hun complete vermeldingen van de prijzen een prachtig tijdsdocument van de voorraad pijpen die in 1963 nog bij de Koninklijke Goedewaagen stond. Daarnaast geven zij ook een indruk van de geweldige winsten die de pijpenhandel de Van Eskert's had opgeleverd. De grote verdienste van dit echtpaar is echter dat zij het materiaal met veel zorgvuldigheid hebben omringd, waardoor het twintig jaar door de tijd werd getild en van overjarig curiosagoed veranderde in begeerde verzamelobjecten.

1

Afbeeldingen 1 / 7

Borstbeeld van paus Leo XIII
Portretpijp van Pieter Stuijvesant
Portretovalen tussen schuimkoppen
Doetelknoop met optisch glaasje
Gekleurde pijpenkop met vogelklauw
Noordse kop met lakwerk in kleuren
Met blikje gemonteerde klauwpijp

Collectie
Amsterdam Pipe Museum

Pijpen uit de verzameling Van Eskert