Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
home > museum > verzamelaars en hun passie

Fascinatie voor klei

Een van zovelen

In de jaren 1960 en 1970 leek heel de Randstad op zijn kop te staan. Werkelijk rond iedere oude kern vond grootschalige nieuwbouw plaats en duizenden hectares grond werden bouwrijp gemaakt. Bij het scheuren en verplaatsen van de grond kwamen veel oude stortlagen tevoorschijn. Het werd mode deze terreinen te belopen en de pijpenkoppen op te rapen samen met scherven van aardewerk en glas en andere voorwerpen. Honderden van dergelijke verzamelaars zijn er geweest, van jongens van vijftien tot vaders van vijftig die schoenendozen vulden met archeologisch materiaal. Dat de pijpenkop de meest gedane bodemvondst was, is niet verwonderlijk. In het verleden werd stevig gerookt en de kleipijp was nu eenmaal een kwetsbaar artikel. Bij duizenden zijn zij gebruikt en gebroken en onder de grond geschoffeld. Zij vergaan niet en komen vroeg of laat altijd weer tevoorschijn.

De Purmerender Dick Lammes is een van die vele lieden die geboeid door de historische waarde en geïntrigeerd door de verscheidenheid in detail spelenderwijs een verzameling pijpen heeft aangelegd. Zoals zo velen, om heerlijk in de openlucht te lopen met een doel, maar ook om 's avonds thuis de vondsten te wassen en te vergelijken. Soms werd daarover nog gecorrespondeerd met anderen, of bezoeken gebracht waarin de pijpologen hun kennis deelden en hypothesen lanceerden. Dankzij de activiteit van veel van deze lieden raakte de vormvariatie en decoratierijkdom van de kleipijp gaandeweg bekend.

De verzameling van Dick Lammes, die na zijn pensionering besloot zich in Frankrijk te vestigen, is een mooi voorbeeld van de tientallen grote en kleine versmeltingen van bodemvondstpijpen die aan onze omvangrijke studiecollectie ten grondslag liggen. In het Pijpenkabinet zijn veel van deze schoenendoosverzamelingen bijeengebracht en doordat steeds de specifieke en afwijkende vondsten in de collectie werden opgenomen, is gaandeweg een compleet overzicht van de verschijningsvorm van de kleipijp ontstaan, tot in de kleinste facetten toe.

Het jachtterrein van Lammes lag in de omgeving van Purmerend, van andere verzamelaars lag het vondstgebied in de periferie van Leiden of Zoetermeer, of rond de stad Utrecht. Zo ontstond geleidelijk een beeld van de archeologie van de kleipijp uit alle streken van Nederland. Alleen enkele afgelegen gebieden van ons land zijn nog mager vertegenwoordigd. Ook tegenwoordig nog spit de conservator van het Amsterdam Pipe Museum sigarenkistjes en schoenendozen met pijpen na om lacunes te vullen en varianten aan de studiecollectie toe te voegen. Zo wordt het beeld van de kleipijp steeds weer uitgebreid met nieuwe, onverwachte zaken. Geleidelijk groeide dit studiemateriaal uit tot de nationale referentiecollectie kleipijpen die de basis vormt voor vergelijkende studies die de Stichting Pijpenkabinet heeft verzorgd. De resultaten staan in de handboeken, artikelen en vondstrapporten die het Amsterdamse museum heeft uitgebracht.

1

Afbeeldingen 1 / 5

Merk leeuw in de Hollandse tuin
Hielmerk wapen van Amsterdam
Pijpenkop met zijmerk 2 gekroond
Zijmerk Job op de mestvaalt
Vissenbek aan de ketelbasis

Collectie
Amsterdam Pipe Museum

Bodemvondsten gedaan door Dick Lammes