Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 3000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 2000
		});
home > museum > verzamelaars en hun passie

Tot aan de Tweede Wereldoorlog

Het eerste onderzoek naar de rookcultuur

De oudst bekende Nederlandse pijpenverzamelaar is Rembertus Westerhoff, een arts uit Warffum, die kandidaat werd voor een hoogleraarschap botanie aan de universiteit van Groningen doch nooit werd benoemd. Als veelzijdig mens was hij ook in de politiek actief en hij hield zich bovendien met verschillende historische vraagstukken bezig. Westerhoff is in de kringen van pijpenverzamelaars vooral bekend geworden om zijn publicatie met de wonderlijk lange titel: Oudheidkundige verhandeling en aanteekeningen betrekkelijk de kleine rookpijpjes, waaruit, naar 't volk hier en daar gelooft, de reuzen, alven, feeën en aardmannetjes oudtijds gerookt zouden hebben. Het gaat om een smal hoog boekje met een papieren kaft, gedrukt in een buitengewoon klein letterkorps. De helft van de publicatie bestaat uit tekst, de andere helft uit descriptieve noten. Achterin bevinden zich twee prachtige uitvouwvellen waarop een mozaïek aan verschillende soorten pijpen staat afgebeeld. Gedeeltelijk gaat het om Hollandse kleipijpen, een ander deel betreft door Westerhoff overgenomen illustraties van Amerikaanse Indianen pijpen. Vanwege de opzet met het ellenlange notenapparaat wordt deze publicatie abusievelijk wel dissertatie genoemd, maar juist is dat niet.

De publicatie van Westerhoff is lang als naslagwerk gebruikt, in feite bij gebrek aan beter. Pas tachtig jaar na verschijning komt het volgende boek over de geschiedenis van de kleipijp uit. Begrijpelijk dat Westerhoff's boek op het laatst niet meer als een bron van kennis maar eerder als curiositeit werd gezien. De informatie over de tabakspijp heeft zich sinds 1860 wonderlijk vermeerderd. Het roken in onze streken stamt niet uit de prehistorie, zoals Westerhoff meende te kunnen bewijzen, maar komt pas in het laatst van de zestiende eeuw in zwang. Veel pijpen werden abusievelijk eeuwen te vroeg gedateerd omdat de vondstomstandigheid daarop zou wijzen. Dat heeft tientallen jaren later nog tot veel verwarring geleid. Tamelijk onverwacht is de publicatie van Westerhoff tegenwoordig ondanks de forse ouderdom geen zeldzaamheid. Waarschijnlijk is het boek in zijn tijd geen bestseller geweest en bleef decennia lang bij de uitgever op voorraad staan. Uiteindelijk kreeg het zijn wonderlijke curiositeitswaarde.

Uniek is het wèl dat een deel van de pijpenverzameling van Westerhoff bewaard bleef. Een kartonnen doosje, aan de buitenzijde beplakt met bruin papier en aan de binnenzijde voorzien van een etiket met opschrift blijkt uit zijn bezit afkomstig te zijn. Hierin ligt een dozijn bodemvondstpijpen. Het gaat om eenvoudige onversierde kleipijpen zoals die in zijn publicatie behandeld worden. Als studiemateriaal heeft deze verzameling tegenwoordig geen belang meer, maar des te meer als curiositeit. Van deze archeologische pijpen zijn de vindplaatsen niet langer bekend en bijzondere merken of versieringen komen er niet op voor. De historie van de Hollandse kleipijp is generaties later verder uitgediept en bodemvondsten zijn ondertussen bij grote aantallen uit de grond tevoorschijn gekomen. De memento's van Westerhoff zijn daarmee relikwieën over het ontstaan van het historisch onderzoek naar de pijp geworden.

1

Afbeeldingen 1 / 7

Kaft van Westerhoff's verhandeling
Titelpagina van het boek
Het uitklapvel met afbeeldingen
Uitvouwblad met Amerikaanse pijpen
Doos met pijpen van Westerhoff
Doos in geopende toestand
Het etiket binnen in het deksel

Collectie
Amsterdam Pipe Museum

Objecten uit de verzameling Westerhoff