Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
home > museum > verzamelaars en hun passie

Tot aan de Tweede Wereldoorlog

Een pijpencollectie als vorstelijke status

De oudste groep pijpen in het Amsterdam Pipe Museum, een verzameling opgebouwd tussen 1835 en 1850, is van Duitse origine. Het gaat om het bezit van de prins van Wittelsbach, een roker die uit gevoel voor status een aanzienlijke verzameling tabakspijpen bijeen bracht. In tegenstelling tot veel verzamelingen, zoals die van barones Alice de Rothschild, is niet een groep met historische curiositeiten en pijpen als kunstwerkjes opgebouwd, maar is juist een selectie van eigentijdse pijpen gemaakt, bedoeld om te worden gebruikt.

Het geslacht Wittelsbach, die eeuwenlang de graven, hertogen en koningen van Beieren leverden, behoort tot de hoogste Duitse adel. Zij droegen graag hun gevoel voor mode en smaak uit en een uitgelezen verzameling tabakspijpen onderstreepte de status van de heer des huizes. Helaas is niet met zekerheid te achterhalen wie van deze prinsen een passie voor het roken heeft gehad maar zeer waarschijnlijk gaat het om Maximiliaan II Jozef, die van 1848 tot 1864 koning van Beieren was. In ieder geval zijn de meeste stukken uit de verzameling in de jaren 1840 aangeschaft en alles behoorde toen tot het hedendaagse rookgerei. Overigens gaat het niet zomaar om een verzameling, maar vanwege de hoge kwaliteit mag deze groep gerust een collectie worden genoemd.

In het Duitse Beieren was het rookgerei zeker in hofkringen heel wat pompeuzer en opvallender dan in Holland op hetzelfde moment. Het meest in aanzien stonden pijpen van meerschuim, waarbij gold hoe groter en imposanter hoe liever, al bleek de prins vooral een goed oog voor kwaliteit te hebben. De grondstof is fijn van structuur en licht van gewicht, terwijl het snijwerk van de pijpen artistiek en verfijnd is. Daarnaast was hout een populair materiaal. Eenzelfde voorkeur ging uit naar porselein en wanneer dit werd aangeschaft ging het om de fraaiste handbeschilderde producten uit de toonaangevende fabrieken. Tenslotte waren er ook gewone pijpen zonder een artistieke component, bijvoorbeeld de tabakspijpen met een hoge ketel uit de Tsjechische plaats Schemnitz. Hoewel minder imposant gaven zij na een paar maal roken wel een heerlijke smaak.

In de jaren 1840 was het in de vorstelijke milieus gebruikelijk de pijp te monteren met een halflange of lange steel, tot ruim een halve meter lengte toe. Ook uit die stelen spreekt de luxe van de verzameling: montages met zilveren banden, vergulde ringen soms mooi gedreven, gegraveerd of zelfs bezet met stenen, komen geregeld voor. De koppen en de stelen werden bijeengehouden door een borgkoordje, een zorgvuldig gesponnen koord voorzien van een sierlijke kwast. Zelfs die kwasten zijn van de luxere soort en benadrukken het vorstelijke milieu. Helaas hebben we geen zicht op wat de prins van Wittelsbach wel en niet kocht en welke mate van luxe uit de verzameling sprak. Het lijkt erop dat de variëteit binnen de beschikbare mogelijkheden het uitgangspunt was. Zeker is wel dat de prins geen groot roker is geweest. De meeste pijpen zijn niet of nauwelijks gerookt en van slijtage van het materiaal is al helemaal geen sprake.

Op het hoogtepunt moet de omvang van de verzameling rond de 300 stuks gelegen hebben. Dat weten we omdat in alle pijpenkoppen etiketten geplakt waren met een opeenvolgende nummering. Die nummering verwees naar een inventarislijst die nu helaas niet meer bestaat. Vermoedelijk heeft de verzameling decennia lang in het voorouderlijke slot in een vitrinekast gestaan en stofte zo in. Getuige de verkleuring van sommige onderdelen vond dit over meerdere generaties plaats. Uiteindelijk werd deze collectie aan het begin van de eenentwintigste eeuw geliquideerd en via veilinghuizen verspreid. Zolderopruimingen van de oude Europese adel zijn voor de veilinghuizen zeer profijtelijk en leveren voor de inbrengers een extra inkomstenbron voor het onderhoud van hun paleizen op. Ongunstig is echter dat de informatie over het kunstbezit verloren gaat. Dat geldt ook hier want in deze omvangrijke verzameling luxe rookgerei zat een belangrijk verhaal over de mode van die tijd besloten. Van dit vorstelijke bezit is nu nog ongeveer een tiende deel terug te vinden in het Amsterdam Pipe Museum. De overige stukken raakten over de wereld verspreid.

1

Afbeeldingen 1 / 6

Porseleinen pijp uit Pirkenhammer
Luxe vergulde kop met poudre bleu
Duitse houten pijp met twee paarden
Hoge Hongaar met leeuwendeksel
Pijp in twee kleuren meerschuim
Luxe uitgevoerde Chemnitz pijpenkop