Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 3000
		});
home > museum > de museumorganisatie

Jaaroverzicht Stichting Pijpenkabinet 2014

Algemeen
Het jaar 2014 kenmerkt zich door gestaag doorwerken op de ingezette koers van 2013. Nieuwe marketinginstrumenten hebben in 2014 hun vruchten afgeworpen. Het bezoekcijfer verhoogde wederom en daarmee de bekendheid van het museum. Zo werd de wekelijkse inzet van een vrijwillige rondleider niet alleen mogelijk maar ook onmisbaar.
Door de verhoogde aandacht voor het publiek bleven opmerkelijke resultaten op andere gebieden, zoals onderzoek en publicaties achter bij de traditie van het museum. Belangrijkste werk achter de schermen is het toevoegen van commentaren in de collectiebeschrijving, vanzelfsprekend zichtbaar op de website. Alles overziend, kunnen we van een succesvol jaar spreken.

Bestuur
Het bestuur vergaderde in 2014 tweemaal. Tussentijds vond regelmatig overleg plaats. Per 1 maart heeft Björn Stenvers het bestuur verlaten. Zijn aanstelling als officiële kwartiermaker voor de Stichting SAM (Samenwerkende Amsterdamse Musea) maakte het onverenigbaar met een bestuurs-functie bij één van deze musea. Besloten is om niet direct aanvulling voor het bestuur te zoeken.
De secretaris heeft namens het museum de vergaderingen van het OAM (Overleg Amsterdamse Musea) en deels ook het Marketingoverleg (MOAM) bezocht. In deze collegiale overleggen wordt nuttige informatie over toekomstige plannen en gezamenlijke marketing uitgewisseld.

Vrijwilliger
Vanaf januari heeft Hub Dohmen zich als vrijwilliger gemeld. Zijn vermogen bezoekers op hun gemak te stellen en in Nederlands, Duits en Engels van informatie te voorzien, worden zeer gewaardeerd. Vanaf dag één is hij een trouwe medewerker voor bezoekbegeleiding op zaterdag gebleken.

Museumregister
De herijking door Stichting Nederlandse Museumregister, een regulier terugkerende routine eens in de vijf jaar, was vorig verslagjaar (februari 2013) gestart met een auditbezoek. Daarna is het proces bij het Register stilgevallen. Eind 2013 heeft het museum het Register aangespoord dit proces weer te hervatten. Eind 2014 blijkt de procedure om de rapportage in te brengen bij het bestuur van de Stichting Nederlands Museumregister nog altijd niet gestart te zijn. Het museum heeft hier geen enkele invloed op. De registratie als Geregistreerd Museum uit 2006 is overigens nog altijd geldend.

Aanwinsten
De totale aanwas van de collectie over 2014 betreft 189 voorwerpen. Dat is beduidend minder dan in voorgaande jaren, maar gekeken naar een vijf-jaar-gemiddelde heeft het museum nog altijd een groei die boven voorgaande lustra ligt. Ook de besteding van het acquisitiebudget blijft, met een absolute daling dit jaar, voldoende op peil.
Enkele interessante aankopen springen er uit. Zo is de collectie dit jaar verrijkt met twee uiterst zeldzame pijpen van de Tlingit-stam, een inheems volk aan de Amerikaanse westkust op de grens van Canada en Alaska. Deze stam maakt houten pijpen met een metalen binnenketel om lokale tabak te roken. Het hout wordt traditioneel gesneden in uiteenlopende dierfiguren. Nooit eerder was het mogelijk een voorbeeld van deze Indianenstam te bemachtigen. Hoogst opmerkelijk was het daarom dat dit jaar tweemaal een Tlingit pijp in de handel verscheen. De eerste beeldt een bever uit, de tweede is een krachtige arendskop met vervaarlijk gekromde snavel. Vanwege vormgeving en de originele polychromie is vooral de vogel een kapitaal stuk.
Een tweede vermeldenswaardige aanwinst is een tabakspot van Delfts aardewerk uit de fabriek van Van Duijn daterend van kort na het midden van de achttiende eeuw. Het model van deze pot is ontleend aan een zilveren tabakspot zoals die in die tijd populair was. Met zijn ingehouden Lodewijk-XV stijl met rococo elementen is deze pot, compleet met zijn originele binnendeksel van ceramiek, een representatief voorbeeld voor de Hollandse rookcultuur uit de rococotijd.
Door de vriendelijke tip van een kunstkenner kon het museum bij veilinghuis Bonhams in Londen een bijzondere kiseruzutsu aanschaffen. Het gaat om een uitzonderlijk lang exemplaar van ruim vijftig centimeter, compleet met de traditionele Japanse pijp. Deze opmerkelijke pijpenhouder heeft de vorm van een mythologische vogel, de zogenaamde Ho-o, met de kop van een haan en het lijf van een draak.
Dankzij recente aankopen en invoeging van reeds aanwezige objecten op een eigen nummer groeide het aantal geregistreerde voorwerpen van 30.845 naar 31.267. Alle aanwinsten van 2014 zijn geregistreerd en opgenomen in de on-line web-database www.pipemuseum.nl.

Collectiebeheer
Dit jaar is veel tijd geïnvesteerd in het vervolmaken en aanvullen van de collectiedatabase. Naast de nieuwe inschrijvingen worden bij steeds meer objecten aanvullende gegevens afkomstig uit de literatuur en documentatie, maar ook commentaren van de conservator toegevoegd. De duiding waarin een object zich onderscheidt van andere, vergelijkbare voorwerpen wordt zo voor iedereen helder.
Een nieuw aandachtspunt in het collectiebeheer was het pedigreeonderzoek, ofwel het onderzoek naar de herkomst van objecten. Dankzij nauwgezette naspeuring bleek het mogelijk om veel pijpen via diverse eerdere collecties te herleiden tot de productieplaats en datum. Dergelijk onderzoek is gebruikelijk in kunsthistorische beschrijvingen van belangrijke schilderijen, maar blijkt zelfs mogelijk bij kunstnijverheidsvoorwerpen. Vanzelfsprekend was dit voor onze collectie slechts mogelijk dankzij de oplettendheid van de conservator, ons gerichte aankoopbeleid uit bekende collecties en het bezit van talloze veilingcatalogi waarin verhandelde pijpencollecties beschreven staan.
De vakbibliotheek werd verrijkt met ruim zestig nieuwe boeken. Vermeldenswaard is de aankoop bij een Duitse bibliofiel van een groot aantal Duitstalige boeken over roken en tabak. Bijzondere negentiende-eeuwse boeken over het roken van - toen nieuwe en modieuze - meerschuim pijpen geven een schat aan nieuwe primaire informatie ter ondersteuning van deze deelcollectie.

Digitalisering
Het werk aan de digitalisering van de collectie is dit jaar onverminderd voortgezet, zowel met de fotografie van de collectie als met de bewerking in de database. In 2014 zijn totaal ruim 12.000 foto's gemaakt die het totale bestand van online-objectfoto's op ruim 118.000 brachten. Het aantal op het web ontsloten objecten steeg van 22.721 naar 24.877 voorwerpen. Daarmee is inmiddels ruim tachtig procent van de collectie openbaar gemaakt! Helaas is er aan de technische zijde van de website niets gedaan, ondanks de belofte van de ontwikkelaars.
Het openstellen van de collectie op internet heeft als positief neveneffect dat ook collega's van andere musea de collectie ontdekken en aanvragen doen voor informatie en bruiklenen. Een onverwachte bruikleen van een tabaksdoos werd aangevraagd door het MAS in Antwerpen voor een tentoonstelling over pelgrimsoorden. Inmiddels zijn we in overleg over bruiklenen aan tentoonstellingen in 2015.

Onderzoek en publicaties
Zoals onder 'Collectiebeheer' vermeld heeft de conservator zijn aandacht grotendeels gericht op het herkomstonderzoek van de collectie, informatie die rechtstreeks in de collectiedatabase is verwerkt. Voorts schreef hij een artikel over de triviale curiosa van pijpaarde afkomstig uit West-Europese pijpenfabrieken.
Onderzoek vindt niet alleen binnen de eigen collectie plaats maar ook door middel van bezoeken aan andere collecties. Zo werden dit jaar twee verzamelaars in Duitsland bezocht en een pijpenfabriek in het voormalige Oost-Duitsland. Niet alleen een interessante fotoreportage van een deugdelijke, maar langzamerhand buiten gebruik rakende werkplaats was het resultaat, maar ook de verwerving van kennis over Duitse pijpen in de bedrijfscollectie.
Expertise werd behalve in het museum ook verleend door een bijdrage aan de studiedag van de AWN, afdeling Gorinchem, waar Benedict Goes een voordracht en workshop gaf (15 februari) over het determineren van kleipijpen.

Bezoekfunctie
Met de professionele inzet van de directeur, met name op het gebied van marketing was een stevige basis gelegd voor een beter functioneren van het museum als bezoekerscentrum. De reeds als positief ervaren werking van Museumkaart en IAmsterdam-Card heeft zich dit jaar opnieuw bewezen. Het totaal bezoekersaantal steeg tot boven de 4.000.
Het bezoek aan het museum kan worden onderverdeeld in de volgende categorieën: 411 Museumkaart-houders, 1193 met IAmsterdam card en 126 vol betalend. Gratis bezoekers 212, plus tijdens de MuseumNacht 545. Totaal bezoekcijfer museumverdieping 2487. Met het souterrain meegerekend totaal 4.423 personen.
Uit de bezoekersaantallen blijkt dat het gericht bezoek merkbaar is toegenomen. Het aandeel algemeen toerisme en passanten is nog niet op het niveau van 2011, vóór de kademuur restauraties, aangezien de zichtbaarheid van het museum en de winkel aan de straat dit jaar is afgenomen. Door gerichte hand-having van reclameregels over 300 meter straat moesten wij de helft van de geveltekst verwijderen.
Tot de groepsbezoeken behoren museumclubs, damesclubs en de Rotary Münster. Het bezoek van het Antwerps Pijpeniers Gilde was een waar evenement, aangezien zij met 30 man in clubuniform, blauwe blazers en zwierige hoed, het museum bezochten maar ook buiten hun pijp rookten.
Interessant voor het museum waren de bezoeken van professionele collega's op diverse terreinen, zoals archeologen uit Zweden, Denemarken en Nederland, museumcollega's uit Denemarken en Cuba, verzamelaars uit Japan, Portugal en de VS. Met de collega's collectiebeheer van het Amsterdam Museum en Cromhouthuizen werd tijdens een ontvangst intensiever gesproken over samenwerking.
Wederom werd voor de eerstejaars studenten archeologie van de Universiteit van Amsterdam een college verzorgd met een aansluitend museumbezoek. De conservator verleende zijn expertise aan diverse Reinwardt-studenten voor hun studie of werkstukken. Met de heer Renger Knibbe was het contact zelfs intensief in de voorbereiding van zijn boek over koperen tabaksdozen.
Voor het eerst heeft het Amsterdam Pipe Museum deelgenomen aan de Museumnacht. Met veel voorbereidingstijd is het evenement een groot succes geworden. Op zaterdag 1 november was het museum, na de reguliere opening van 12 tot 18 uur, nogmaals geopend van 19 tot 2 uur! Een geïnteresseerd, jong publiek bezocht het museum met een mooie spreiding over de avond. In totaal werden tijdens de Museumnacht 545 gasten geteld, een groot aantal voor het beperkte beschikbare vloeroppervlak. Als speciaal programma boden wij, naast doorlopende speedrondleidingen ter kennismaking met het museum, een selftest ‘ben ik een geschikte pijproker?'. Hiermee konden wij de interesse voor onze populaire cursus pijproken onder de jongere doelgroep van de Nacht aanjagen. Tijdens de Nacht werd door vrijwilligers koffie met tabakslikeur-cakejes en rookbier geschonken.

In eigen huis werd de expositie "Geschilderde bloemen" gehouden van 26 maart 2014 tot 31 mei 2014. Van kunstig beschilderde porseleinen ‘stummels', de kenmerkende Duitse pijp, was een selectie gemaakt van de bloemstillevens en andere bloemen. De kleine expositie vond plaats in het kader van het regionale voorjaarsthema bloemen. In verband met intern renovatiewerk konden daarna geen tentoonstellingen meer gehouden worden.

Publiciteit en vermeldingen in de pers
Een jaar na naamswijziging is de nieuwe naam Amsterdam Pipe Museum redelijk ingeburgerd. Vermeldingen op de stadsplattegrond van IAmsterdam draagt zeker positief bij aan onze naamsbekendheid, maar ook onze eigen website, Facebook- en Tripadvisor-pagina's.
Een groot succes is onze pagina op Tripadvisor: van de 250 attracties in Amsterdam heeft het Amsterdam Pipe Museum in korte tijd positie 20 weten te bereiken! De goede ratings worden op zich een aanbeveling voor een bezoek, zo wordt in de bezoekcijfers duidelijk.
Nieuw is een eigen pagina op de website van het European Museums Network op museums.eu. De vermelding in het programma van de Museumnacht, met extra aandacht vanwege ons eerste deelnamejaar, leidde tot nieuwe media-aandacht. Direct al tijdens de N8 werd door AT5 een 18-minuten durend interview uitgezonden. Al eerder, op 22 augustus hield Radio-TV Noord-Holland een radio-interview met Benedict Goes. Nicholas Stoufflet maakte een video-opname in het museum die hij plaatste op zijn Franstalige blog Pipe Gazette.
De digitale Nieuwsbrief nummer 20 van oktober 2013 was de laatste traditionele Nieuwsbrief die het museum deed uitgaan. Na 20 uitgaven verspreid over tien jaar functioneert nu onze Facebook pagina als brenger van nieuwtjes en aankondigingen. In 2014 werden ruim 40 items op Facebook gepubliceerd. De groep volgers is nog groeiend.
Het webbezoek bleef goed op peil met ca. 54.800 unieke bezoekers op de oude site. Daarnaast trekt de site www.pipemuseum.nl inmiddels 18.500 bezoekers (2013 14.000).