Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
home > museum > de museumorganisatie

Jaaroverzicht Stichting Pijpenkabinet 2013

Algemeen
Het jaar 2013 is voor de Stichting Pijpenkabinet een jaar met veel roering geweest. Voortgaande werkzaamheden aan de kademuren stagneerden de zichtbaarheid van het museum en de museumwinkel. Bovendien was de gracht overdag dikwijls slecht toegankelijk of zelfs afgesloten. Intern zijn veel nieuwe lijnen voor veranderingen in kaart gebracht en uitgevoerd. Cruciaal is de installering van een directeur voor de ontwikkeling van de marketingfunctie. De naamsverandering is de eerste zet daarin, van Pijpenkabinet naar Amsterdam Pipe Museum, een krachtige naam die in veel talen begrijpelijk is. Als ondertitel van het museum werd hieraan toegevoegd the worldwide culture of smoking. Met het verder uitbouwen van de publieksfunctie wordt de mogelijkheid van een verdienmodel geëxploreerd.

Bestuur en personeel
Het bestuur vergaderde in 2013 zeven maal, relatief vaak met het oog op de interne vernieuwingen. Voornaamste punten van overleg waren de nieuwe publiekskoers analoog aan het ondernemingsplan. In de vergadering van oktober nam Frans Brouwer na bijna acht jaar afscheid. Het voorzitterschap is door Antoon Ott overgenomen.
In de vergadering van januari is Patricia Olsthoorn tot directeur benoemd om de ontwikkeling van de publieksfunctie gestalte te geven. De resultaten van haar inzet worden hieronder nader uitgewerkt. De staf zal nog veel aandacht besteden aan het afronden en implementeren van de vele nuttige plannen die zij geïnitieerd heeft.
Vrijwilliger Hein-Carl Frijlink heeft zich een jaar ingezet voor publieksontvangst, het schrijven van zaalteksten en onderzoek naar Amsterdamse tabaksverkopers. Zijn achtergrond als historicus droeg ertoe bij dat hij snel ingewerkt raakte.

Museumregister
Ter voorbereiding van de herijking van het museum door het Museumregister werd door de directeur en secretaris een reeks documenten opgesteld. Zo beschikt het museum thans over bezoekersvoorwaarden, personeelsreglement, vrijwilligerscontracten en vrijwilligersverzekering. Het auditbezoek door het Register vond eind februari 2013 plaats.

Aanwinsten en collectiebeheer
Een belangrijke aankoop vond plaats in maart 2013 bij veilinghuis Drouot in Parijs. Uit de collectie van Daniel Mazaleyrat werden 160 objecten overgenomen, overwegend kleipijpen van Franse bedrijven. De nadruk bij onze aankoop lag op materiaal uit de vroege periode, d.w.z. de eerste helft van de negentiende eeuw en van minder bekende bedrijven dat zelden op de markt komt. Daarbij is een keuze gemaakt uit de best bewaard gebleven voorbeelden. Drie aankopen werden in de Nieuwsbrief van juni besproken.
Verder is in 2013 geregeld nieuw materiaal aan de collectie toegevoegd afkomstig uit het veilingwezen, de antiekhandel of via verzamelaars. Vrijwel alle verzamelgebieden groeiden met enkele stukken. Opvallende aanvullingen zijn een set Goudse handbeschilderde doorrokers, een groep houten pijpen uit de productieplaats Saint-Claude en de keuze uit een verzameling pijpenwroeters van een overleden Zeeuwse verzamelaar. Tot de topstukken op het gebied van de kleipijp behoort de laatste etalagepijp die nog aan de collectie ontbrak: het Indianenhoofd van Félix Wingender uit Chokier. De collectieonderdelen bodemvondsten, gereedschappen en buiten-Europese pijpen bleven in de aanwas achter, de markt bood hier nauwelijks aanbod.
Verheugend is de opname in de collectie van een set van twaalf Nederlandse zilveren tabakspotten, gemaakt midden jaren 1990. Dit was mogelijk dankzij een genereuze geste van een particuliere zilververzamelaar. Zij vormen een versterking van het aspect design binnen onze collectie. De totale aanwas van de collectie betreft iets meer dan vijfhonderd voorwerpen.
Dankzij recente aankopen en invoeging van reeds aanwezige objecten op een eigen nummer groeide het aantal geregistreerde voorwerpen van 29.595 naar 30.845. Al het materiaal dat in 2013 binnen kwam is schoongemaakt, geregistreerd en gefotografeerd. Alle aanwinsten zijn inmiddels via de web-database www.pipemuseum.nl wereldwijd te zien.

Onderzoek en publicaties
Conservator Don Duco schreef artikelen over de liquidatie van de voorraad pijpen bij de firma Goedewaagen en over vormveranderingen van de Xhosa-pijp. Een algemeen verhaal over Napoleontische pijpen was een stil eerbetoon aan verzamelaar Mazaleyrat. Een introductie op de pijpenwroeter lag in het verlengde van uitbreiding van de collectie in die richting. Verder besprak Duco zes aanwinsten in twee korte artikelen.

Digitalisering
De nieuwe website, onderdeel van het formeel reeds in 2010 beëindigde digitaliseringproject, bleef een punt van grote zorg. Ondanks bemiddeling kon nauwelijks vooruitgang geboekt worden in de technische verbetering zoals het zoeksysteem en de taalwissel Engels. Hierdoor bleef de gebruiksvriendelijkheid beneden niveau.
Actief is gewerkt aan de inhoud van de site. Streven is om over enige jaren de totale collectie Pijpenkabinet via het web beschikbaar te hebben. Naast het fotograferen van de depotcollectie zijn ook dit jaar weer enkele vitrines onderhanden genomen. Het aantal online geïllustreerde records steeg van 19.095 naar 22.721 (ruim 70% van de collectie). In totaal zijn in het jaar 2013 bijna 20.000 foto's toegevoegd, daarboven zijn ook nog talloze oude opnames vervangen voor nieuwe gestandaardiseerde foto's. Eind december 2013 werd de magische grens van 100.000 objectfoto's bereikt.

Publiciteit en externe contacten
Op het gebied van marketing heeft de directeur verschillende nieuwe mogelijkheden geëxploreerd. De naamswijziging is reeds vermeld. In de lijn van het door haar geschreven marketingplan was haar strategie gericht op grotere bekendheid en dus meer museumbezoekers.
De belangrijkste publiciteitsimpuls vormde de vermelding op de stadsplattegrond van IAmsterdam. De gratis openstelling voor bezoekers met een IAmsterdam Card en de Nationale Museumkaart zorgde voor een verviervoudiging van het bezoekersaantal ten opzichte van vorig jaar. Het totaal aantal bezoeken aan het museum bedroeg 1.247, waarvan 431 met Museumkaart, 709 met IAmsterdam card, 61 vol betalend en 47 via groepsbezoek. Het vrij toegankelijke souterrain had daarnaast nog 3481 passanten.
Tot de groepsbezoeken behoren wederom de studenten van de Universiteit van Amsterdam voor een gastcollege over de rol van de kleipijp voor de archeologie. Zeer geslaagd was een studiemiddag voor geïnteresseerden in antiek, georganiseerd door de Vereniging Handelaren in Oude Kunst. Voorts kwamen diverse andere groepen, van Canadese studenten in de verslavingsleer tot huisvrouwen.
De aanduiding van het museum aan de straat blijkt sterk tekort te schieten. De beloofde museumbanier ter vergroting van de zichtbaarheid bleef uit; in de tweede helft van dit jaar werd de vergunning hiervoor voor ons museum definitief afgewezen. Naar nieuwe reclame-uitingen wordt nog gezocht.
Een aspect in het streven naar grotere naamsbekendheid is de participatie in initiatieven van andere Amsterdamse musea. Met een fors aantal bruiklenen hebben wij deelgenomen aan de slavernijtentoonstelling in museum Geelvinck-Hinlopen. De festiviteiten rond het jubileum 400 jaar Amsterdamse grachten had voor ons museum geen betekenis. Onze gracht was door gemelde werkzaamheden slecht bereikbaar en werd door iedereen gemeden.
De eerste expositie in eigen huis met als titel "Lang Leve Oranje, 200 jaar Koninkrijk, Oranje en de pijpmakerij" was een goed gekozen onderwerp omdat het aansloot bij de actualiteit van de troonswisseling. De tentoonstelling liep van 3 april 2013 tot 15 juni 2013, later verlengd tot augustus 2013. Deze activiteit leverde ruime publiciteit op, zowel in kranten als via webvermeldingen. Ook enkele radio-uitzendingen en een tv-presentatie behoorden daartoe. Na verlenging van de Oranjetentoonstelling is een mini-expositie gehouden onder de titel "Verdiensten uit Saint-Claude" gewijd aan het aspect design in bruyèrepijpen in de laatste tien jaar.
Het museum kwam voorts enkele malen in het nieuws bijvoorbeeld met een interview met de conservator in een glossy tijdschrift ter gelegenheid van het Amsterdamse grachtenjaar. In het decembernummer van het Thematijdschrift stond een mooi geïllustreerd artikel over de herdenkingspijpen in het kader van 200-jaar Koninkrijk der Nederlanden.
Volgens traditie brachten wij in 2013 tweemaal een digitale Nieuwsbrief uit, in juni en in oktober. Beide nummers bevatten de gebruikelijke rubrieken: algemene informatie, aanwinsten, recensies en faites divers. Nieuwe, geslaagde initiatieven waren de acties op het gebied van de social media. Een Facebook-pagina van het museum is dit voorjaar opgezet en bijgehouden. Daarnaast leverde een account bij Tripadvisor positieve geluiden op hetgeen resulteerde in extra bekendheid. Ook op LinkedIn werd zowel een institutionele museumpagina als een persoonlijke pagina van de conservator Don Duco gemaakt om onze activiteiten in het werkveld bredere bekendheid te geven.
Het webbezoek blijft voor het museum van groot belang met bijna 51.658 unieke bezoekers op de oude site (toename van ruim 10 procent t.o.v. 2012). Daarnaast functioneerde de site www.pipemuseum.nl met 15.040 unieke bezoekers.

Samenvattend
Het jaar 2013 is een onrustig jaar geweest met veel vernieuwing en verandering. Zoals bekend zijn de resultaten vaak pas op lange termijn zichtbaar. De aanstelling van een directeur die zich op de marketing focust was een grote stap. Sommige initiatieven met het oog op de publieksrelatie waren goed, andere moesten noodgedwongen worden teruggedraaid waardoor geïnvesteerde energie verloren ging. Ook financieel waren er meer investeringen dan baten hetgeen leidde tot een financieel zorgelijke situatie. Uit een eerste evaluatie van de directeur bleek dat de beperkte omvang van ons museumpand de werkelijke groei van publieksfuncties en daarmee een verdienmodel in de weg staat. Het creëren van een budgettair neutraal museumbedrijf blijkt vooralsnog niet mogelijk.
Desalniettemin hadden de marketingactiviteiten wel degelijk effect. De naamsverandering van Pijpenkabinet naar Amsterdam Pipe Museum was belangrijk voor de algemene bekendheid, ook onder toeristen. Het bezoekersaantal nam met het viervoudige toe.
De traditionele museale functies van verzamelen en collectiebeheer zijn goed uitgevoerd en leverden gelukkig bevredigende resultaten op die de continuïteit van het museum onderstrepen. Twee bescheiden, maar aantrekkelijke tentoonstellingen genereerden de nodige positieve publiciteit.