Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 3000
		});
home > museum > de museumorganisatie

Jaaroverzicht Stichting Pijpenkabinet 2010

Algemeen
Het jaar 2010 zal de geschiedenis niet ingaan als een jaar met zichtbaar grote verdiensten. Achter de schermen evenwel de basis gelegd voor het nieuwe digitale gezicht van het museum. Dankzij de uitlooptijd van het digitaliseringsproject zijn belangrijke doelen gehaald, al betekende dat voor de museumstaf een intensieve periode van gegevensverwerking en controle. Deze tijdsinvesteringen zullen op korte termijn de virtuele toegang tot de collectie mogelijk maken, iets dat wel een mijlpaal is.

Bestuur
Het bestuur vergaderde dit verslagjaar vijf maal. Voornaamste aandachtspunt was het uitwerken van het ondernemingsplan dat een nieuwe koers voor de Stichting Pijpenkabinet moet gaan bepalen. Voor Anneroos Meyboom kwam begin december het moment om terug te treden uit het bestuur. Haar plaats werd gelijktijdig ingenomen door Antoon Ott, adviseur culturele/juridische zaken in zijn eigen bedrijf Artilaw.
Op 5 november 2010 hield het bestuur een zelfevaluatie met de conservator mede om de onderlinge verhoudingen te doorgronden. Hieruit kwam de conclusie dat het museum zijn inhoudelijke taak uitstekend uitvoert, maar als maatschappelijke organisatie versterking en professionalisering behoeft. Dit onderstreept het belang van het ondernemingsplan in wording.

Aanwinsten en collectiebeheer
Hoogtepunt in het jaar 2010 vormde de verkoop van de magnifieke collectie van de Engelse verzamelaar Trevor Barton uit Letchmore Heath, die in twee veilingen bij Christie's in Londen onder de hamer kwam. Ondanks de internationale belangstelling voor deze veiling konden 61 objecten voor onze collectie worden verworven. Het gaat om pijpen uit alle werelddelen gekenmerkt door zeldzaamheid en hoge kwaliteit. De aanwinsten lopen uiteen van Amerikaanse Indianenpijpen tot Ashanti, Naga en Maori. Ook werden enkele prachtige Europese pijpen van bijzondere artistieke waarde verworven. Drie meerschuim pijpen uit deze aanwinst werden in het Nieuwsbericht van november besproken.
Uit twee andere verzamelingen werd materiaal overgenomen. De eerste betreft een groep van 15 opiumobjecten uit de collectie van de Amsterdamse opiumverzamelaar Cees Hogendoorn. Daarnaast kwamen via een Frans veilinghuis 34 pijpen uit de nalatenschap van Daniel Mazaleyrat, een bevlogen Franse verzamelaar beschikbaar. Mazaleyrat bracht over de jaren een indrukwekkende groep Franse figuurpijpen bijeen die nu anoniem geveild werden. Toch was de herkomst duidelijk doordat enkele zeldzame stukken uitsluitend uit deze verzameling bekend zijn.
In totaal werden 276 objecten aan de collectie toegevoegd, vastgelegd onder de nummers 20.150 tot 20.432. Het aantal voorwerpen binnen de collectie Pijpenkabinet steeg van 27.511 naar 27.828. Vooral de digitale afbeeldingen in de collectiedatabase groeiden aanzienlijk, van 6.803 naar 11.726 objectkaarten met een of meer afbeeldingen. De feitelijke toename van het aantal objectfoto's is echter beduidend groter, omdat een groter aantal afbeeldingen per object is geplaatst.Vanwege de aanwinsten moesten enkele kasten onder de vitrines in de zaal herbestemd worden tot depotkast, met name benut voor bruyère en andere houten pijpen. Alle voorwerpen in deze nieuwe bergruimte zijn gefotografeerd voordat zij werden opgeslagen, zodat de informatie vanachter de computer is op te roepen.

Onderzoek
Zoals de implementatie van het Verdrag van Malta indertijd een stimulans was voor archeologisch onderzoek en opdrachten voor determinatie van pijpvondsten, zo blijkt de economische malaise in de bouw te leiden tot het stilvallen van opdrachten. In 2010 werd in opdracht slechts één verslagje over een pijpaarden figuurtje geschreven.
Conservator Don Duco schreef vijf artikelen die deels op de oude website zijn gepubliceerd, deels een plek krijgen op de nieuwe versie. De artikelen over hoogtepunten uit het Pijpenkabinet en over verzamelaars en hun passie zullen de introductie voor de museumpresentatie nieuwe stijl zijn. Samen met Benedict Goes werd een uitgebreid webartikel geschreven, gewijd aan de Franse figurale pijp met als titel De Franse figuurpijp in de negentiende eeuw. Dit gedegen artikel geeft aan de hand van de collectie Pijpenkabinet een inzicht in de ontwikkeling, iconografie en de maatschappelijke betekenis van de figurale pijp in negentiende-eeuws Frankrijk. Geïllustreerd met de meest recente foto's van de eigen collectie vormt dit artikel de basis van een uitgebreide visuele expositie op de nieuwe website.

Digitaliseringsproject
Evenals vorig jaar beheerste het digitaliseringsproject in hoge mate de werktijd. In maart van dit verslagjaar kwam het personenregister als onderdeel van het CMS beschikbaar. De conversie naar het web-based en geïntegreerde CMS bleek onmogelijk foutloos te kunnen verlopen, waardoor een intensieve correctieronde nodig was. Helaas moesten de duizenden fouten goeddeels met de hand veranderd worden (370 uren). Het nieuwe webdesign werd in april 2010 ingewijd en ook dat behoefde veel bijschavingen die stapsgewijs over het jaar werden gerealiseerd.
De accountmanager Yvonne van Krieken van de subsidieverstrekker Agentschap NL (voorheen SenterNovem) inspecteerde op 7 juni 2010 de resultaten. Daarbij kreeg zij een goed beeld van de werking van het interne informatiebeheerssysteem en het naadloos doorlinken naar de website. Per 1 september 2010, de op ons verzoek uitgestelde einddatum, kon het eindrapport worden gepresenteerd, dat in essentie alle aspecten van het digitaliseringsplan bevatte. Zoals vooraf ingecalculeerd zal nog lange tijd aan de invoer van gegevens en controle van interne verbindingen gewerkt moeten worden.

De levering van een select aantal afbeeldingen aan het Geheugen van Nederland (GvNL), een enorm digitaal plaatjesarchief van de Koninklijke Bibliotheek, werd eveneens afgerond. Deze levering zal een extra exposure geven aan het Pijpenkabinet. Onze presentatie zal in 2011 zichtbaar zijn en dan direct ook via een Europese portaal vindbaar worden voor een internationaal publiek. Om de onverwachte kosten van het GvNL die aan het Pijpenkabinet in rekening bleken te worden gebracht, te beperken is onze inhoudelijke bijdrage aan GvNL iets ingeperkt, maar nog altijd naar tevredenheid van beide partijen. Door de vertraagde oplevering van de modules van de digitalisering is van het oorspronkelijke werkschema van de museumstaf weinig behouden. Zo kwam de mogelijkheid tot linken van de literatuur naar de kaften en de boekinhoud pas in oktober beschikbaar. De modellenlijst van de pijpenfabrieken werd in december geleverd, waardoor het opzetten van deze lijnen nog tot ver in het jaar 2011 zullen doorlopen. Bovendien zijn de fotosessies uitgebreider verricht dan oorspronkelijk gepland. Er wordt niet langer uitgegaan van één foto per object, maar een reeks die ook de details goed zichtbaar maken. De fotografie vormde in 2010 een reguliere taak met wekelijkse output; dit zal de komende jaren onverminderd worden voortgezet.

Publiciteit en externe contacten
De digitale Nieuwsbrief verscheen als gebruikelijk tweemaal: in juni en in november. Helaas werd de verspreiding van het novembernummer ernstig verstoord vanwege een computercrash waarmee ook het uitgebreide digitale adresboek verloren ging. Vernieuwing van hardware en de internetverbindingen zorgden overigens voor meer problemen in de contacten.
Het bezoekcijfer van het museum over 2010 vertoonde het gebruikelijke patroon van ruim vijftig procent buitenlanders, bij gelijkblijvende aantallen. Website en toeristengidsen zijn de belangrijkste promotiemiddelen. Binnenlands bezoek was het meest succesvol met groepen op afspraak, veelal huisvrouwen die regulier musea bezoeken. Hun reacties zijn onverdeeld positief. Vermeldenswaardig bezoek was een delegatie van het bestuur en de medewerkers van het Tabaksmuseum van Stockholm, een museum waar wij als sinds 1985 inhoudelijke contacten mee hebben. Voor hen werd naast een ontvangst in het museum ook een rondleiding langs tabaksgerelateerde gebouwen door de Amsterdamse binnenstad verzorgd. Bezoek van de Ambassadeurs van de Amsterdamse grachtengordel, een informeel gezelschap dat ontstaan is rond de plaatsing van Amsterdam op de Werelderfgoed Lijst, was publicitair positief. Daarnaast bezochten enkele buitenlandse archeologen het museum, doorgaans na eerder contact over pijpvondsten.

In het licht van de dit jaar aangekondigde sluiting van het Niemeyer Tabaksmuseum in Groningen, werd niet alleen contact gehouden met het Noordelijk Scheepvaartmuseum als redderaar maar ook met Evert Rodrigo als adviseur van Collectie Nederland bij het ICN. Het verkrijgen van enige zeggenschap in het voortbestaan van het museum werd niet gerealiseerd.

Dit jaar werden geen presentaties of lezingen in het land gegeven. De cursus pijproken bleef wel belangstelling trekken en voorziet duidelijk in een behoefte. Werkbezoeken werden gebracht aan het Tabaksteeltmuseum in Amerongen, het Tabaksmuseum van Wervik en het Niemeyer Tabaksmuseum in Groningen.

Algemeen beheer
Een deugdelijke voorbereiding inclusief consultatie van relevante derden, maakte het onmogelijk om het ondernemersplan dit jaar te voltooien. Toch was het overleg binnen het bestuur positief over de richting ervan. Vanwege prangende werkzaamheden rond de digitalisering was er bij de staf ook geen tijdsruimte voor organisatorische werkzaamheden.