Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 0,
			speed: 4000
		});
home > museum > geschiedenis amsterdam pipe museum

De Leidse fase 1982-1995

Samenwerking

Werkend vanuit Leiden heeft het Pijpenkabinet, later het Amsterdam Pipe Museum, veel tijd en energie gestoken in de samenwerking met doelgroepen en collega musea. Met het Pijpen- en Aardewerkmuseum De Moriaan in Gouda bestaat de langste relatie. Al in de jaren zeventig en vroege jaren tachtig was er een overeenkomst dat vakgerichte vragen die Gouda ontving door het Pijpenkabinet werden beantwoord. Deze samenwerking mondde uit in een opdracht om de volledige pijpencollectie van Gouda te inventariseren. Twaalfhonderd inventariskaarten werden ingetypt en van vakkundige beschrijvingen en determinaties voorzien door Duco en Goes, natuurlijk naar de toenmalige stand van kennis.

Tot 1991 leverde het Pijpenkabinet langdurige bruiklenen aan Stedelijke Musea Gouda om de vaste pijpenexpositie te completeren. Ook de presentatie van kleipijpen in het Rijksmuseum van Oudheden bestond uit bruiklenen van het Pijpenkabinet. Incidenteel verzorgde het Pijpenkabinet bruiklenen aan andere musea, waaronder enkele unieke bodemvondsten voor de overzichtstentoonstelling Nederland Ondersteboven. Andere exposities waren 1492 Columbus zeilde overzee in Rotterdam, Turkomanie in het Princessehof in Leeuwarden en een omvangrijke bijdrage aan de grote tabakstentoonstelling in het Tropenmuseum in Amsterdam in 1992.

Op archeologisch gebied ontstond in deze jaren de Society for Clay Pipe Research in Groot-Brittannië. Vooral in de beginjaren werd vanuit Engeland naar Nederland gekeken dat voorliep in historisch en archeologisch onderzoek, met name binnen de structuur van het Pijpenkabinet. Enkele jaren later bloeide een vergelijkbaar initiatief op in Duitsland, waar beroeps- en amateurarcheologen zich bundelden en een jaarlijkse bijeenkomst belegden inclusief de uitgave van het tijdschrift Knasterkopf. Dit initiatief kwam overigens voort uit een mede door het Pijpenkabinet georganiseerde reizende expositie die in Soltau, Uslar (1988), Hamburg en Uelzen (1989) te zien was. Ook daar was de staf van het Pijpenkabinet een geziene gast, vanwege de inbreng van kennis en ervaring. Overigens waren deze uitwisselingen evengoed leerzaam en instructief voor het Pijpenkabinet.

Niet gerealiseerd werd de bundeling van de pijpen- en tabakscollecties in Nederland. Een voorstel tot samenwerking van de Leidse en de Goudse collectie werd tegengehouden door de museumdirectrice van Gouda. Enkele jaren later werd ook de samensmelting van Niemeyer met de twee pijpencollecties door Gouda geblokkeerd. De musea bleven zelfstandig opereren en vormden geen stimulans voor elkaar.

1

Afbeeldingen 1 / 9

Reizende expositie Oranjepijpen
Exposities halen de Duitse pers
Wel of geen samenwerking
Pijpenonderzoekers in Leiden bijeen
Meeting van pijpenonderzoekers
Expertise via andere musea
Kruisbestuiving tussen de musea
Rupp ontvangt publicatie van Goes
Openingsspeech expositie in Wenen