Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 0,
			speed: 2000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 3000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 2000
		});
home > museum > geschiedenis amsterdam pipe museum

De Leidse fase 1982-1995

Publieksactiviteiten

In de jaren 1980, ruim voor het elektronische tijdperk, was archeologie nog een populaire hobby voor de jeugd. Het vinden van een pijpenkop was voor jongeren vaak de eerste fysieke kennismaking met de geschiedenis. De talloze determinatiemiddagen in het museum trokken dan ook elke keer weer tientallen gezinnen naar het Pijpenkabinet. Ook de Tussen Kunst & Kitsch-achtige dagen voor rokersantiek waren populaire activiteiten die landelijk via radio en kranten werden aangekondigd. Dankzij het enorme bezit aan pijpvormen was het Pijpenkabinet als enige in Nederland in staat om met origineel gereedschap demonstraties pijpenmaken te geven. Zowel in het museum als op ambachtenmarkten wekte het maken van het gaatje in de steel van een pijp keer op keer verbazing.

Voor de jeugd werden jaarlijks tijdens de schoolvakanties enkele kampen georganiseerd waarin een combinatie van archeologie en archiefwerk werd geboden. Jongeren tussen de 15 en 21 jaar konden daar kennis maken met de wijze van opgraven en de manier om archiefonderzoek te doen. De resultaten van die kampen vormden weer een stimulans voor het onderzoek naar de Goudse pijpennijverheid dat in die jaren speerpunt was.

Ondanks de beperkte expositieruimte in eigen museum werden er toch enkele specialistische tentoonstellingen gehouden. Over de Franse pijp bijvoorbeeld Koppen met een eigen gezicht. De expositie Pijpen uit den Vreemde (1985) kwam tot stand met bruiklenen van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden en de dubbeltentoonstelling Pijpenmakersgereedschap samen met Gouda werd gehouden naar aanleiding van een belangrijke aankoop. Grotere presentaties werden door het Pijpenkabinet verzorgd in andere musea. Ten eerste in de Gasthuiskapelzaal van de Stedelijke Musea Gouda. De zomertentoonstelling van 1983 was de eerste en laatste keer dat pijpenstad Gouda exclusief een tentoonstelling aan de pijp heeft gewijd.

Andere exposities volgden bijvoorbeeld in het Niemeyer Tabaksmuseum in Groningen en in het Tabaksmuseum Wervik in België. Grootste project was de reizende tentoonstelling over Oranjepijpen die begon in Rijksmuseum Paleis Het Loo en nadien op tournee ging langs Hoorn, Breda, Groningen, Rotterdam en tenslotte Dillenburg in Duitsland. Talloze kleinere exposities in streekmusea, culturele centra en bibliotheken vestigden de aandacht op de pijp en het Pijpenkabinet. Als overgang ten tijde van de verhuizing naar Amsterdam konden ook de topstukken elders geëxposeerd worden. Een grote overzichtstentoonstelling in het Oostenrijks Tabakmuseum in Wenen is tot nu toe de meest prestigieuze expositie van het Pijpenkabinet geweest.

Contacten met liefhebbers en verzamelaars werden onderhouden met het onregelmatig verschijnende Vlugschrift, dat het tijdschrift Pijpelijntjes opvolgde en sterker publieksgericht was. Naast nieuwtjes en bespreking van aanwinsten gaf dit informele blad een beeld van de activiteiten vanuit het Leidse museum.

1

Afbeeldingen 1 / 10

Ruimte voor tentoonstellingen
Tentoonstellingen in eigen huis
Reizende expositie de Oranjepijp
Aankondiging demonstratie pijpmaken
Pijprokers bezoeken het museum
Onderzoeksweek voor jongeren
Pijpen-archeologie als speerpunt
Rokers worden niet vergeten
Uitnodiging exposistie in Wenen
Publiciteit in het buitenland