Amsterdam Pipe Museum
$('#mast1').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
$('#mast4').cycle({
			delay: 2000,
			speed: 4000
		});
$('#mast7').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 4000
		});
$('#mast10').cycle({
			delay: 1000,
			speed: 3000
		});
home > museum > geschiedenis amsterdam pipe museum

De Leidse fase 1982-1995

Algemeen

Met het professionaliseren van de activiteiten en het groeien van de collectie werd ook de wens naar een zelfstandige vestigingsplek en een eigen gezicht een logische stap. Die werd gezocht in de kleinere maar museaal veel actievere stad Leiden. Besprekingen met de gemeente hadden tot gevolg dat het poortgebouw van Hof Meermansburg voor het pijpenmuseum gehuurd kon worden. In 1982 beleefde een select gezelschap in de representatieve regentenkamer achter de monumentale gevel de opening van het Pijpenkabinet. Gevestigd aan een van de hoofdgrachten van de stad verwierf het Pijpenkabinet zich binnen enkele jaren een gerespecteerde positie in Leiden Museumstad en bekendheid in Nederland Museumland.

De basis van het museum werd toen gevormd door de Goudse pijp geplaatst in de nationale geschiedenis van het pijproken. Niet verwonderlijk dat de opening werd verricht door Georg Brongers, conservator van het Niemeyer Nederlands Tabacologisch Museum in Groningen. Brongers reikte het eerste exemplaar van een nieuwe publicatie uit aan de burgemeester van Gouda. Die publicatie Merken van Goudse pijpenmakers 1660-1940 betekende een belangrijke stap in de nationale bekendheid van het museum en haar activiteiten. Voor verzamelaars en liefhebbers vormde deze publicatie twee decennia lang de sleutel tot het determineren van hun bodemvondstpijpen.

De Leidse periode kenmerkt zich in alles door de toenemende professionalisering. In de eerste plaats doordat Don Duco zijn studie kunstgeschiedenis met als specialisatie kunstnijverheid aan de universiteit van Leiden voltooide. Tweede factor van belang was de entree van Benedict Goes die als kunsthistoricus in spé de kans greep om praktische museumervaring op te doen in publiciteit en publieksbegeleiding.

Het aantal publieksgerichte activiteiten was dan ook enorm, ondersteund door vele persberichten en radiopraatjes. Hoewel de openstelling beperkt was tot de zondagmiddag werd een bezoekcijfer gehaald van zo'n 2.000 personen per jaar. Daarnaast was er een tentoonstellingsprogramma bij andere instellingen tot ver buiten Leiden. De vaste expositie in het museum zou in de loop van een decennium nog sterk verbeteren door een actief aankoopbeleid in heel West-Europa.

1

Afbeeldingen 1 / 4

Het statige onderkomen in Leiden
Het sfeervolle museuminterieur
Pijpenvitrines in de regentenkamer
Persaandacht voor de museumopening